Dekenverzoek financiële kengetallen advocaten geen appellabel besluit
ECLI:NL:RVS:2026:460, Raad van State, 28-01-2026, 202403724/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluiten van 4 februari 2022 heeft de deken van de Orde van Advocaten Den Haag de door [appellant sub 1] e.a. en [appellant sub 2] gemaakte bezwaren tegen het verzoek om de financiële kengetallen over de periode 2019/2020 aan te leveren niet-ontvankelijk verklaard. In het kader van proactief, structureel, risico gestuurd en uniform financieel toezicht heeft het dekenberaad op aandringen van het College van Toezicht in 2016 besloten dat een lokale deken bij wijze van pilot start met het opvragen van financiële gegevens bij alle kantoren in één arrondissement (ook wel ‘de uitvraag’ genoemd). Het gaat om gegevens over de (vlottende) activa en (vlottende) passiva uit de balans en om gegevens uit de staat van baten en lasten (hierna: de financiële kengetallen). Op basis van de door middel van de pilot opgedane ervaring, heeft het dekenberaad besloten om met ingang van 2020 jaarlijks bij alle advocatenkantoren in alle arrondissementen de financiële kengetallen door de lokale dekens te laten opvragen. De rechtbank heeft overwogen dat het verzoek om de financiële kengetallen aan te leveren geen besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaat.
Kern van de zaak
Advocatenkantoren weigerden financiële kengetallen aan te leveren bij de deken in het kader van structureel financieel toezicht. Zij maakten bezwaar tegen de verzoeken van de deken, die de bezwaren niet-ontvankelijk verklaarde. In geschil is of het dekenverzoek een besluit is in de zin van de Awb waartegen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat.
Beslissing van de rechter
De Raad van State oordeelt dat het verzoek van de deken om financiële kengetallen aan te leveren geen besluit is in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb, en ook niet als een appellabel bestuurlijk rechtsoordeel kan worden aangemerkt. De bezwaren zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen dit verzoek niet openstaat.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft relevantie voor de advocatuur als beroepsgroep en bevestigt bestaande jurisprudentie over bestuurlijke rechtsoordelen, maar stelt geen nieuw recht; de impact is primair sectorspecifiek.
Belangrijkste punten
- 1Het dekenverzoek om financiële kengetallen is geen besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb en derhalve niet vatbaar voor bezwaar en beroep.
- 2Ook als het verzoek als een bestuurlijk rechtsoordeel zou worden aangemerkt, is dit volgens vaste RvS-jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:2554) geen besluit.
- 3Het dekenberaad voert sinds 2020 jaarlijks structureel financieel toezicht uit bij alle advocatenkantoren via geautomatiseerde analyse van financiële kengetallen.
- 4De advocatenkantoren konden niet bij de tuchtrechter terecht omdat het Hof van Discipline al had geoordeeld dat zij gehouden zijn te voldoen aan het verzoek.
- 5De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de bezwaren niet-ontvankelijk zijn verklaard.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak bevestigt dat toezichtverzoeken van de deken in het kader van financieel toezicht op advocaten geen appellabele besluiten zijn, waarmee de bestuursrechtelijke rechtsingang voor advocatenkantoren wordt afgesloten. Dit sluit aan op bestaande rechtspraak over bestuurlijke rechtsoordelen.
Praktische impact
Advocatenkantoren die weigeren financiële kengetallen aan te leveren, kunnen dit niet aanvechten via de bestuursrechter; de tuchtrechter blijft de aangewezen weg, waarbij het Hof van Discipline al heeft geoordeeld dat medewerking verplicht is.
Onderwerp-impact
Voor de advocatuur betekent dit dat het systeem van proactief en risico-gestuurd financieel toezicht door dekens juridisch stevig staat, zonder dat individuele kantoren dit toezichtinstrument via de bestuursrechter kunnen blokkeren.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil tussen meerdere advocatenkantoren en de deken van het arrondissement Den Haag over de verplichting om jaarlijks financiële kengetallen aan te leveren in het kader van het structurele financiële toezicht op de advocatuur. Sinds 2020 verzoekt het dekenberaad alle advocatenkantoren in alle arrondissementen jaarlijks om balansgegevens en gegevens uit de staat van baten en lasten, die vervolgens geautomatiseerd worden geanalyseerd door de Unit Financieel Toezicht Advocatuur. Op basis van de analyse worden rode, oranje en groene vlaggen gegenereerd die leiden tot gericht toezicht door de lokale dekens. De betrokken kantoren weigerden de financiële kengetallen te verstrekken en maakten bezwaar tegen de verzoeken van de deken. De deken verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk, omdat de verzoeken geen besluiten zouden zijn in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb. De rechtbank bevestigde dit oordeel. De centrale juridische vraag in hoger beroep is of het dekenverzoek om financiële kengetallen aan te leveren kwalificeert als een besluit — of eventueel als een bestuurlijk rechtsoordeel — waartegen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. De Raad van State beantwoordt deze vraag ontkennend. Ook als het verzoek als een bestuurlijk rechtsoordeel zou worden aangemerkt, volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2016:2554) dat dit geen appellabel besluit oplevert. Het betoog van de advocatenkantoren dat de tuchtrechter voor hen geen reële optie biedt — omdat het Hof van Discipline reeds heeft geoordeeld dat zij verplicht zijn mee te werken — maakt dit niet anders. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank en de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren blijft in stand. De uitspraak versterkt de positie van het dekentoezicht en sluit de bestuursrechtelijke weg voor advocatenkantoren die zich willen onttrekken aan de financiële uitvraag.