JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4597Middel35/100

Bestuurderskaart ingetrokken na fraude met tachograafkaart

ECLI:NL:RVS:2026:4597, Raad van State, 05-08-2026, 202503701/1/A3

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202503701/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vergunningen
Transport
Intrekking
Arbeidstijdenwet
Bestuurderskaart
Tachograaffraude
Rij En Rusttijden

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de bestuurderskaart van [appellant] ingetrokken. Tijdens een controle van de rij- en rusttijden van een werknemer van het bedrijf van [appellant] is gebleken dat op 3 en 6 oktober 2023 een snelle bestuurderskaartwissel heeft plaatsgevonden met de kaart van de werknemer en de kaart van [appellant]. In het door de verbalisanten op ambtsbelofte, dan wel ambtseed opgestelde boeterapport staat dat uit tachograafgegevens onder meer het volgende is gebleken. Tijdens de kaartwissel op 3 oktober 2023 werd om 00:07 uur de kaart van [appellant] uitgenomen en die van de werknemer ingevoerd en de landcode werd gewijzigd naar Duitsland. Op 4, 5 en 6 oktober 2023 werd door de werknemer in Duitsland gereden. Op 6 oktober 2023 vond na een rit van 9 uur en 4 minuten weer een kaartwissel plaats, waarbij de kaart van de werknemer werd uitgenomen, die van [appellant] werd ingevoerd en de landcode werd gewijzigd naar Nederland. Daarna werd nog 53 minuten en 63 kilometer gereden. Ook staat in het boeterapport dat de werknemer heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2023 het laatste stukje van zijn rit in Nederland op de kaart van zijn werkgever, [appellant], heeft gereden, omdat hij niet veel rijtijd meer over had en graag naar huis wilde op de vrijdagavond voor zijn vrije weekend. Nadat de verbalisanten hebben laten weten dat fraude is gepleegd met de bestuurderskaart van [appellant] omdat door een andere chauffeur van deze kaart gebruik is gemaakt, heeft de minister besloten om de bestuurderskaart in te trekken. In bezwaar is hij hierbij gebleven.

Kern van de zaak

Tijdens een controle van rij- en rusttijden bleek dat een werknemer en zijn werkgever ([appellant]) op 3 en 6 oktober 2023 elkaars bestuurderskaart hadden gebruikt in de tachograaf. De werknemer reed het laatste stukje van zijn rit op de kaart van zijn werkgever om rijtijdoverschrijding te maskeren. De minister trok daarop de bestuurderskaart van [appellant] in wegens fraude.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bekrachtigt de intrekking van de bestuurderskaart van [appellant]. De doorslaggevende reden is dat uit tachograafgegevens en de aanvankelijke verklaring van de werknemer voldoende is komen vast te staan dat een andere chauffeur gebruik heeft gemaakt van de bestuurderskaart van [appellant], wat kwalificeert als fraude.

35van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak betreft een relatief standaard toepassing van de regelgeving rondom bestuurderskaarten en tachograaffraude zonder nieuwe rechtsvragen, maar heeft duidelijke signaalwaarde voor de transportsector.

Belangrijkste punten

  • 1Op 3 en 6 oktober 2023 vonden snelle bestuurderskaartwissels plaats tussen de kaart van [appellant] en die van zijn werknemer, waarmee rijtijdoverschrijding werd gemaskeerd.
  • 2De werknemer verklaarde aanvankelijk dat hij het laatste stukje van zijn rit op de kaart van zijn werkgever reed omdat hij zijn rijtijd bijna had verbruikt en naar huis wilde.
  • 3In bezwaar kwam de werknemer terug op zijn verklaring, maar de rechter acht de eerdere verklaring betrouwbaar en voldoende onderbouwd door de tachograafgegevens.
  • 4De verbalisanten waren bevoegd om toezicht te houden op de Arbeidstijdenwet en de tachograafgegevens op te vragen; het boeterapport is op ambtsbelofte/-eed opgesteld.
  • 5De minister heeft de bestuurderskaart rechtmatig ingetrokken; zowel de rechtbank als de Raad van State onderschrijven dit besluit.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat gebruik van de bestuurderskaart door een derde een grond vormt voor intrekking en dat een latere intrekking van een getuigenverklaring de eerdere verklaring in combinatie met objectieve tachograafdata niet ongedaan maakt.

Praktische impact

Voor transportondernemers betekent dit dat het uitlenen van of rijden op elkaars bestuurderskaart direct leidt tot verlies van de bestuurderskaart, met ernstige gevolgen voor de bedrijfsvoering.

Onderwerp-impact

In de transportsector onderstreept deze uitspraak de harde handhaving van rij- en rusttijdenregels; misbruik van tachograafkaarten wordt onverminderd zwaar gesanctioneerd.

Samenvatting

Tijdens een controle van rij- en rusttijden stelden verbalisanten vast dat op 3 en 6 oktober 2023 snelle kaartwissels hadden plaatsgevonden tussen de bestuurderskaart van transportondernemer [appellant] en die van zijn werknemer. Uit tachograafgegevens bleek dat de werknemer op 6 oktober 2023, na een rit van ruim negen uur, zijn kaart verwisselde voor die van zijn werkgever en vervolgens nog 53 minuten doorreed om een rijtijdoverschrijding te maskeren en zijn vrije weekend te halen. De werknemer bevestigde dit aanvankelijk in zijn verklaring aan de verbalisanten. Op grond van deze fraude trok de minister de bestuurderskaart van [appellant] in. In bezwaar en later in beroep bij de rechtbank werd dit besluit in stand gehouden. De werknemer trok zijn verklaring weliswaar in bezwaar in, maar de rechter hechtte meer waarde aan de oorspronkelijke, op ambtsbelofte opgestelde verklaring in combinatie met de objectieve tachograafdata. De rechtbank oordeelde dat de verbalisanten bevoegd waren tot het uitoefenen van toezicht op grond van de Arbeidstijdenwet en dat er geen aanleiding bestond te twijfelen aan de juistheid van het boeterapport. De Raad van State bevestigt dit oordeel. De juridische kern is dat het gebruik van een bestuurderskaart door een andere persoon dan de kaarthouder kwalificeert als fraude en een wettelijke grond vormt voor intrekking van de kaart. De uitspraak biedt geen nieuwe rechtsontwikkeling, maar bevestigt de vaste lijn dat tachograaffraude streng wordt gesanctioneerd en dat een later ingetrokken getuigenverklaring weinig gewicht in de schaal legt wanneer deze wordt weersproken door objectieve registratiedata. Voor transportondernemers is de boodschap helder: het delen of gebruiken van elkaars bestuurderskaart heeft directe en ingrijpende consequenties voor de bedrijfsvoering.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Raad van State·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5299

Raad van State schorst aanschrijving Eindhoven Airport tijdelijk

38/100Bekijk
Raad van State·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5511

Rijbewijs terecht ongeldig verklaard na twee onvoldoendes rijvaardigheidsonderzoek

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied