JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4596Laag22/100

Hoger beroep VOG-aanvraag raadslid niet-ontvankelijk verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4596, Raad van State, 05-08-2026, 202500819/1/A3

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500819/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
Niet Ontvankelijk
Procesbelang
Vog
Verklaring Omtrent Gedrag
Gemeenteraadslid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft op verzoek van de Venlose Senioren Partij een VOG aangevraagd met als doel een werkrelatie in het kader van de functie van gemeenteraadslid. De staatssecretaris heeft deze aanvraag aanvankelijk bij besluit van 21 maart 2022 afgewezen. Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de staatssecretaris laten weten dat het besluit van 21 maart 2022 wordt ingetrokken en alsnog besloten dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen. Hieraan ligt ten grondslag dat de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022 hebben plaatsgevonden en de politieke partij de keuze heeft gemaakt om [appellant] op de verkiezingslijst te plaatsen zonder VOG. [appellant] is ook geïnstalleerd als raadslid en de politieke partij kan hem zijn zetel niet ontnemen. Voor het doel van de aanvraag, de kandidaatstelling voor de gemeenteraadsverkiezingen namens de politieke partij, is een onderzoek naar het gedrag daarom niet noodzakelijk. Het college is hierbij in het besluit op bezwaar gebleven.

Kern van de zaak

Een gemeenteraadslid in Roermond had een VOG aangevraagd voor kandidaatstelling namens de Venlose Senioren Partij. De staatssecretaris weigerde de aanvraag te behandelen omdat de verkiezingen al hadden plaatsgevonden en appellant zonder VOG was gekozen en geïnstalleerd. Appellant vocht deze beslissing aan, stellende nog altijd een actueel belang te hebben bij een VOG.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De doorslaggevende reden is dat appellant geen actueel en reëel procesbelang heeft: het oorspronkelijke doel van de VOG-aanvraag (kandidaatstelling voor de verkiezingen van 16 maart 2022) is komen te vervallen nu appellant zonder VOG is gekozen en geïnstalleerd als raadslid.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is procedureel van aard en betreft een specifieke feitensituatie rondom een afzonderlijke VOG-aanvraag; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de inhoudelijke VOG-vraag wordt niet beantwoord.

Belangrijkste punten

  • 1De aanvraag betrof een VOG voor kandidaatstelling gemeenteraadsverkiezingen 2022; dit doel is vervallen doordat appellant reeds zonder VOG is geïnstalleerd als raadslid.
  • 2Appellant stelde in hoger beroep een nieuw belang: deelname aan de fractie om niet als eenmansfractie te hoeven opereren en gebruik te maken van fractiefaciliteiten.
  • 3Dit nieuwe doel wordt niet als actueel en reëel belang erkend, omdat het een ander doel is dan de oorspronkelijke aanvraag beoogde.
  • 4Zowel de rechtbank als de Raad van State laten uitdrukkelijk in het midden of appellant een VOG met dat nieuwe doel (fractielidmaatschap) zou kunnen aanvragen.
  • 5Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang; er worden geen proceskosten vergoed.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat procesbelang bij een VOG-aanvraag nauw is gebonden aan het specifieke doel van die aanvraag, en dat een gewijzigd of nieuw doel niet zonder meer het procesbelang in de oorspronkelijke procedure kan stutten. De vraag of een nieuwe VOG-aanvraag voor fractielidmaatschap mogelijk is, blijft uitdrukkelijk open.

Praktische impact

Voor dit raadslid betekent de uitspraak dat de procedure over de afgewezen VOG definitief ten einde is zonder inhoudelijke beoordeling. Wil hij alsnog een VOG verkrijgen voor deelname aan de fractie, dan zal hij een nieuwe aanvraag moeten indienen met een duidelijk omschreven doel.

Onderwerp-impact

Voor politieke partijen en kandidaat-raadsleden verduidelijkt deze uitspraak dat een VOG-aanvraag voor verkiezingsdoeleinden tijdgebonden is en na de verkiezingen haar procesrechtelijk belang verliest, ook als de aanvrager stelt de VOG voor andere politieke activiteiten te willen gebruiken.

Samenvatting

Deze zaak betreft een gemeenteraadslid uit Roermond dat op verzoek van de Venlose Senioren Partij een verklaring omtrent het gedrag (VOG) had aangevraagd met als doel zijn kandidaatstelling voor de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022. De staatssecretaris weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat de verkiezingen inmiddels hadden plaatsgevonden en appellant – zonder VOG – daadwerkelijk was gekozen en geïnstalleerd als raadslid. De politieke partij had er zelf voor gekozen hem op de lijst te plaatsen zonder dat de VOG was afgegeven, en kon hem zijn zetel nadien niet ontnemen. Het oorspronkelijke doel van de aanvraag was daarmee komen te vervallen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van actueel en reëel procesbelang. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog altijd belang had bij een VOG, namelijk om deel te kunnen nemen aan de fractie van de Venlose Senioren Partij en gebruik te maken van fractiefaciliteiten en -middelen in plaats van als eenmansfractie te moeten functioneren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het door appellant in hoger beroep gestelde belang – fractielidmaatschap – is een ander doel dan de oorspronkelijke aanvraag beoogde en levert daarom geen actueel en reëel procesbelang op in de onderhavige procedure. De Afdeling laat, evenals de rechtbank, uitdrukkelijk in het midden of appellant met dit nieuwe doel een afzonderlijke VOG-aanvraag zou kunnen indienen. Er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak heeft beperkte juridische reikwijdte: zij bevestigt de vaste lijn dat procesbelang nauw samenhangt met het concrete doel van de oorspronkelijke aanvraag en dat gewijzigde omstandigheden of nieuwe doeleinden niet automatisch het procesbelang in de lopende procedure kunnen herstellen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied