JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4595Middel38/100

Bezwaar onterecht niet-ontvankelijk: besluit niet correct bekendgemaakt

ECLI:NL:RVS:2026:4595, Raad van State, 05-08-2026, 202504160/1/A2

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202504160/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Bestuursstrafrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Hennepkwekerij
Bezwaartermijn
Bestuurlijke Boete
Bekendmaking Besluit
Woonruimteonttrekking

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 24 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 4.000,00 opgelegd. Ook is het college overgegaan tot invordering van deze boete. [appellant] stond sinds 8 februari 2023 in de basisregistratie personen (brp) ingeschreven op het adres [locatie] in Tilburg. Op 29 maart 2023 constateerde een toezichthouder van de gemeente Tilburg dat er in de woning een hennepkwekerij aanwezig was. De woonkamer was opgesplitst in twee delen waarin kweekappartuur en materialen werden aangetroffen. Een deel van de woning was daardoor niet meer geschikt voor bewoning. Het college heeft [appellant] bij besluit van 24 november 2023 een bestuurlijke boete opgelegd van € 4.000,00 voor het bedrijfsmatig onttrekken van woonruimte zonder vergunning. Ook heeft het college beslist tot invordering van deze boete.

Kern van de zaak

Een bewoonster van een Tilburgse woning kreeg een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens het bedrijfsmatig onttrekken van woonruimte (hennepkwekerij). Zij maakte bezwaar, maar het college verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De vraag was of het boetebesluit correct was bekendgemaakt aan appellante.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart het hoger beroep van appellante gegrond en vernietigt het besluit van 11 oktober 2024 waarbij haar bezwaar niet-ontvankelijk was verklaard. De doorslaggevende reden is dat het boetebesluit niet correct was bekendgemaakt, omdat het werd verzonden naar een adres waarvan het college wist dat appellante daar niet meer verbleef, waardoor de bezwaartermijn niet rechtsgeldig was aangevangen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over bekendmaking van besluiten en is feitelijk van aard; de rechtsvraag is niet nieuw maar de toepassing op een handhavingszaak met bestuurlijke boete maakt de uitkomst praktisch relevant voor gemeentelijke handhavingspraktijken.

Belangrijkste punten

  • 1Bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd voor bedrijfsmatig onttrekken van woonruimte zonder vergunning (hennepkwekerij in woning)
  • 2College verklaarde bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening, maar RvS oordeelt dat bekendmaking van het besluit niet rechtsgeldig was
  • 3Besluit was verzonden naar een adres waarvan het college wist dat appellante daar niet verbleef, waardoor bezwaartermijn niet correct is aangevangen
  • 4Raad van State draagt college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellante
  • 5Incidenteel hoger beroep van het college over schending hoorplicht en proceskostenvergoeding wordt mede behandeld in de procedure

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een besluit pas rechtsgevolgen heeft (waaronder het lopen van de bezwaartermijn) wanneer het op de juiste wijze is bekendgemaakt, en dat een bestuursorgaan niet mag afgaan op een BRP-adres wanneer het weet dat de betrokkene daar feitelijk niet verblijft. Dit sluit aan bij vaste jurisprudentie over gebrekkige bekendmaking.

Praktische impact

Appellante krijgt alsnog de mogelijkheid haar bezwaar inhoudelijk behandeld te zien; het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen en de proceskosten voor het hoger beroep vergoeden.

Onderwerp-impact

Voor handhavingspraktijken van gemeenten bij woonruimteonttrekking betekent dit dat extra zorgvuldigheid vereist is bij het vaststellen van het juiste adres voor bekendmaking van boetebesluiten, zeker wanneer er aanwijzingen zijn dat de betrokkene niet op het BRP-adres verblijft.

Samenvatting

In deze zaak stond een bewoonster van een Tilburgse woning tegenover het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Op 29 maart 2023 constateerde een gemeentelijke toezichthouder dat in de woning een hennepkwekerij was ingericht, waarbij een deel van de woonruimte niet meer beschikbaar was voor bewoning. Het college legde appellante op 24 november 2023 een bestuurlijke boete op van €4.000 wegens het bedrijfsmatig onttrekken van woonruimte zonder vergunning. Appellante maakte hiertegen bezwaar, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat zou zijn ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar werd geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante echter dat het boetebesluit nooit op correcte wijze aan haar was bekendgemaakt, omdat het college het besluit had verzonden naar een adres waarvan het wist dat zij daar niet verbleef. De Raad van State oordeelt dat dit betoog slaagt. Omdat het besluit niet rechtsgeldig is bekendgemaakt, is de bezwaartermijn niet op de juiste wijze aangevangen en kon het bezwaar niet op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van 11 oktober 2024 en draagt het college op een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij appellante alsnog de kans krijgt haar bezwaar inhoudelijk te laten beoordelen. Het college dient tevens de proceskosten van appellante in hoger beroep te vergoeden. Het incidenteel hoger beroep van het college over de vermeende schending van de hoorplicht en de proceskosten in eerste aanleg wordt in het verlengde van deze procedure beoordeeld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600, Raad van State, 05-08-2026, 202407120/1/A3

Raad van State5 aug 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4591Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4591, Raad van State, 05-08-2026, 202403948/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4609Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4609, Raad van State, 05-08-2026, 202404306/1/R4.

Raad van State5 aug 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4455Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4455, Raad van State, 05-08-2026, 202301742/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied