Negatief BSA gehandhaafd ondanks persoonlijke omstandigheden student
ECLI:NL:RVS:2026:4594, Raad van State, 05-08-2026, 202506108/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij beslissing van 5 augustus 2025 heeft de examencommissie Data Science and Artificial Intelligence aan [appellant] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven voor de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence. Bij beslissing van 26 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden (CBE) het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence gevolgd. De norm voor een positief bindend studieadvies voor deze opleiding is 45 studiepunten. De examencommissie heeft aan de beslissing van 5 augustus 2025 ten grondslag gelegd dat [appellant] slechts 6 studiepunten heeft gehaald in zijn eerste jaar van de bacheloropleiding en dat zij [appellant] daarom niet geschikt acht voor de opleiding.
Kern van de zaak
Een student van de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence behaalde slechts 6 van de vereiste 45 studiepunten in zijn eerste jaar. Hij stelde persoonlijke omstandigheden te hebben gehad en vocht het negatief bindend studieadvies (BSA) aan bij het College van Beroep voor de Examens (CBE) en vervolgens bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State handhaaft het negatief BSA. Hoewel de persoonlijke omstandigheden als ernstig zijn erkend, rechtvaardigt de hinderverklaring slechts een tekort van circa 30 studiepunten, terwijl het werkelijke tekort (39 studiepunten) daar aanzienlijk bovenuit gaat.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over het BSA en stelt geen nieuwe normen. De casus is sterk feitelijk van aard en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe betrokkenen. De tekst van de uitspraak is bovendien onvolledig, wat enige onzekerheid over de volledige motivering meebrengt.
Belangrijkste punten
- 1Student behaalde slechts 6 van de vereiste 45 studiepunten voor een positief BSA
- 2Hinderverklaring erkent ernstige persoonlijke omstandigheden, maar rechtvaardigt maximaal ~30 studiepunten tekort
- 3Werkelijk tekort van 39 studiepunten overschrijdt het door de hinderverklaring gedekte tekort ruimschoots
- 4Student betoogt onvoldoende informatievoorziening over de reikwijdte van de hinderverklaring en schending van een zorgplicht
- 5CBE heeft bij zijn oordeel meegewogen dat student aan veel tentamengelegenheden deelnam maar vrijwel steeds zeer lage cijfers behaalde
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een hinderverklaring bij persoonlijke omstandigheden geen automatisch uitstel of afstel van een negatief BSA oplevert, maar slechts een dekkend tekort kan rechtvaardigen dat evenredig is aan de vastgestelde hinder. Klachten over gebrekkige informatievoorziening worden door de Raad van State niet gehonoreerd als de onderliggende prestaties het BSA zelfstandig rechtvaardigen.
Praktische impact
Voor de student betekent de uitspraak dat hij de bacheloropleiding niet kan voortzetten. Onderwijsinstellingen worden bevestigd in hun beleid dat hinderverklaringen worden afgewogen tegen de omvang van het feitelijke studiepuntentekort.
Onderwerp-impact
In het onderwijsdomein benadrukt deze uitspraak dat de drempel voor een succesvol beroep tegen een negatief BSA hoog ligt: zelfs erkende en ernstige persoonlijke omstandigheden volstaan niet wanneer het tekort de gedekte hinder ver overtreft.
Samenvatting
In het studiejaar 2024-2025 volgde appellant de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence. De norm voor een positief bindend studieadvies (BSA) bedroeg 45 studiepunten. Appellant behaalde slechts 6 studiepunten en ontving daardoor van de examencommissie op 5 augustus 2025 een negatief BSA. Hij stelde gedurende het gehele studiejaar ernstig gehinderd te zijn door persoonlijke omstandigheden en diende beroep in bij het College van Beroep voor de Examens (CBE). Het CBE erkende bij beslissing van 26 november 2025 dat de persoonlijke omstandigheden ernstig waren en aantoonbaar invloed hadden op de studieprestaties. Op basis van een hinderverklaring stelde het CBE echter vast dat appellant, ook met inachtneming van die omstandigheden, in staat had moeten zijn om circa 30 studiepunten te behalen. Het werkelijke tekort van 39 studiepunten overtrof daarmee ruimschoots wat de hinderverklaring kon rechtvaardigen. Daarbij woog het CBE mee dat appellant veelvuldig deelnam aan tentamengelegenheden, maar vrijwel steeds zeer lage cijfers behaalde, wat wees op een gebrek aan geschiktheid voor de opleiding. Voor de Raad van State betoogde appellant dat het besluit van het CBE onvoldoende was gemotiveerd en dat de informatievoorziening tekortschoot: hij dacht dat de hinderverklaring hem recht gaf op uitstel van het BSA, zonder dat hem duidelijk was gemaakt dat de verklaring slechts een beperkt tekort kon dekken. De Raad van State volgt dit betoog niet. De hinderverklaring biedt een gekwantificeerde maatstaf voor de invloed van persoonlijke omstandigheden; het resterende tekort dient de student zelf te verantwoorden. Nu het feitelijke tekort de door de hinderverklaring gedekte marge ruimschoots overschrijdt, is het negatieve BSA voldoende gemotiveerd en gehandhaafd. De klacht over schending van een zorgplicht wegens gebrekkige informatievoorziening leidt evenmin tot een ander oordeel.