JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4592Laag28/100

Boete schipper voor overtredingen vaartijdenboek terecht opgelegd

ECLI:NL:RVS:2026:4592, Raad van State, 05-08-2026, 202504110/1/A3

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202504110/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Handhaving
Transport
Bestuurlijke Boete
Binnenvaart
Vaartijdenboek
Ambtseed
Schipper

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd. Tijdens een controle van het binnenschip [naam schip] op 2 februari 2023 hebben toezichthouders diverse overtredingen geconstateerd. Deze zijn neergelegd in een door hun op ambtseed opgemaakt boeterapport. In de besluitvorming heeft de minister aan [appellant], als schipper/gezagvoerder van het schip, een boete van in totaal € 2.230,00 opgelegd wegens zeven overtredingen ten aanzien van het vaartijdenboek. De overtredingen betreffen voor 1 februari 2023 het niet juist invullen van de tijden waarop de bemanning aan boord komt, het niet juist invullen van de kolommen van het begin van de vaart en het niet juist invullen van de exploitatiewijze. Ten aanzien van 2 februari 2023 gaat het om het niet aanwezig hebben van het vaartijdenboek in de stuurhut, het niet juist invullen van de kolommen van het begin en van het einde van de vaart en het niet juist invullen van de kolommen ten aanzien van de rusttijden van de bemanning. De rechtbank heeft overwogen dat de minister deze overtredingen terecht heeft vastgesteld.

Kern van de zaak

Schipper [appellant] kreeg een boete van €2.230 opgelegd door de minister wegens zeven overtredingen rondom het vaartijdenboek van zijn binnenschip, geconstateerd tijdens een controle op 2 februari 2023. Hij betwistte de overtredingen en stelde dat de toezichthouder het op hen had gemunt. De zaak belandde bij de Raad van State na een eerdere uitspraak van de rechtbank.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank: de boete is terecht opgelegd. Doorslaggevend is dat het op ambtseed opgemaakt boeterapport betrouwbaar is en dat de schipper zijn betwisting onvoldoende heeft onderbouwd.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past volledig in bestaande bestuursrechtelijke jurisprudentie over bewijskracht van ambtsedige rapporten en brengt geen nieuwe rechtsnormen; de praktische betekenis is beperkt tot individuele handhaving in de binnenvaart.

Belangrijkste punten

  • 1Zeven overtredingen vastgesteld: ontbrekend vaartijdenboek in stuurhut, onjuist ingevulde begin- en eindtijden vaart, aankomsttijden bemanning, rusttijden en exploitatiewijze.
  • 2Minister mag in beginsel uitgaan van verklaringen afgelegd ten overstaan van toezichthouders en opgenomen in op ambtseed opgesteld boeterapport.
  • 3Enkele betwisting en beschuldiging van persoonlijke vendetta door toezichthouder zijn onvoldoende om het boeterapport te weerleggen.
  • 4Schipper/gezagvoerder wordt aangemerkt als overtreder omdat hij ten tijde van de controle deze functie vervulde.
  • 5De uitspraak betreft een bestuursrechtelijke boete op grond van vaartijden- en bemanningsregelgeving voor de binnenvaart.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bewijskracht van op ambtseed opgemaakte boeterapporten in bestuursrechtelijke handhavingsprocedures: een enkele betwisting volstaat niet om de inhoud ervan te ontkrachten. Dit versterkt de positie van toezichthouders in de binnenvaarthandhaving.

Praktische impact

Schippers en gezagvoerders van binnenschepen dienen het vaartijdenboek volledig en correct bij te houden en te bewaren in de stuurhut; nalaten leidt tot hoge boetes die in bezwaar en beroep moeilijk aan te vechten zijn.

Onderwerp-impact

Voor de transportsector, met name de binnenvaart, onderstreept deze uitspraak het belang van strikte naleving van administratieve verplichtingen rond vaartijden en bemanningsregistratie.

Samenvatting

Tijdens een controle op 2 februari 2023 constateerden toezichthouders op het binnenschip [naam schip] zeven overtredingen van de vaartijdenwetgeving. Het vaartijdenboek bevond zich niet in de stuurhut en diverse kolommen — over begin en einde van de vaart, aankomsttijden van de bemanning, rusttijden en exploitatiewijze — waren niet of onjuist ingevuld. De minister legde schipper/gezagvoerder [appellant] een boete op van in totaal €2.230. De rechtbank stelde de minister in het gelijk, waarna [appellant] hoger beroep instelde bij de Raad van State. De centrale juridische vraag betrof de bewijskracht van het op ambtseed opgemaakte boeterapport en de vraag of [appellant] terecht als overtreder kon worden aangemerkt. [appellant] stelde onder meer dat zijn verklaring onjuist was weergegeven en dat de toezichthouder hem persoonlijk zou hebben willen treffen. De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Uitgangspunt is dat de minister in beginsel mag afgaan op verklaringen die zijn afgelegd ten overstaan van een toezichthouder en zijn vastgelegd in een ambtsedig boeterapport. Met een enkele ontkenning en de stelling dat de toezichthouder het op hem heeft gemunt, heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat van dit rapport niet kon worden uitgegaan. Ook staat vast dat [appellant] ten tijde van de controle als schipper fungeerde en daarmee als overtreder moet worden aangemerkt. De opgelegde boete blijft dan ook in stand. Deze uitspraak bevestigt de stevige bewijspositie van toezichthouders bij bestuursrechtelijke handhaving in de binnenvaart en maakt duidelijk dat schippers en gezagvoerders actief en concreet bewijs moeten leveren wanneer zij de inhoud van een ambtsedig rapport willen weerleggen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied