JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4590Laag18/100

Beroep studente HAN tegen afwijzing afstudeerverlening ongegrond

ECLI:NL:RVS:2026:4590, Raad van State, 05-08-2026, 202600857/1/A2

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202600857/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Onderwijs
Examencommissie
Hoger Onderwijs
Afstudeervereisten
Chronische Aandoening
Portfolio

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij beslissing van 21 mei 2025 heeft de examencommissie academie, business en communicatie aan [appellante] medegedeeld dat zij geen verlenging krijgt voor de deadline van haar afstudeeropdracht en daardoor moet stoppen met deze opdracht. Bij beslissing van 26 januari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van Hogeschool Arnhem en Nijmegen het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op het onderdeel Uitvoering van de afstudeeropdracht en ongegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op het onderdeel Advisering. [appellante] volgt de bacheloropleiding Ondernemerschap & Retailmanagement aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. [appellante] heeft een chronische aandoening, waardoor zij verminderd belastbaar is. In september 2023 is zij gestart met het afstudeertraject. Zij is begonnen met het uitvoerend project van het afstudeertraject. Vanwege haar persoonlijke omstandigheden mocht [appellante] in het studiejaar 2024-2025 doorgaan met dit project. In april/mei 2024 is zij ook aan het adviserend project van dit afstudeertraject begonnen. [appellante] heeft door haar aandoening in een aangepast tempo aan de projecten gewerkt. In januari 2025 viel zij door haar aandoening uit en had zij enige tijd nodig om te herstellen.

Kern van de zaak

Een studente Ondernemerschap & Retailmanagement aan de HAN met een chronische aandoening kon haar afstudeerproject niet afronden nadat haar opdrachtgever in mei 2025 stopte. Zij verzocht om uitstel en een alternatieve wijze van competentieaantoning, maar de examencommissie wees dit af wegens ontbrekende feedbackformulieren in haar portfolio.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat het portfolio van appellante niet voldoet aan de minimale ontvankelijkheidseisen, omdat vereiste feedbackformulieren (halverwege en aan het einde van het project) ontbreken, zodat zij niet kan aantonen waarde te hebben gecreëerd voor de opdrachtgever.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele casusbeslissing in hoger onderwijs zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitkomst is sterk feitelijk bepaald en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Studente heeft chronische aandoening waardoor zij verminderd belastbaar is en in aangepast tempo werkt aan haar afstudeerprojecten.
  • 2Opdrachtgever trok zich in mei 2025 terug, waardoor afronding van het adviserend project feitelijk onmogelijk werd.
  • 3Examencommissie wees verzoek om alternatieve competentieaantoning af wegens ontbrekende feedbackformulieren in het portfolio.
  • 4Het CBE verklaarde het beroep voor het uitvoerend project gegrond, maar oordeelde dat het adviserend project niet tot een succesvolle afronding kon worden gebracht.
  • 5De Raad van State bevestigt het oordeel van het CBE over het adviserend project en verklaart het beroep ongegrond.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat hogeronderwijsinstellingen strikte formele ontvankelijkheidseisen mogen handhaven voor afstudeerdossiers, ook wanneer een student door persoonlijke omstandigheden buiten haar schuld niet aan die eisen kan voldoen. Er bestaat geen algemene verplichting om alternatieve beoordelingsvormen aan te bieden als het portfolio structureel onvolledig is.

Praktische impact

Voor de studente betekent dit dat zij het adviserend project niet op alternatieve wijze kan afronden en een nieuwe opdrachtgever zal moeten vinden om haar afstudeertraject te voltooien. Studenten met chronische aandoeningen worden geconfronteerd met het risico dat bij uitval van de opdrachtgever de formele eisen onoverkomelijk blijven.

Onderwerp-impact

Onderwijsinstellingen behouden de beleidsruimte om formele portfoliovereisten als harde ontvankelijkheidseisen te stellen, ook in gevallen van bijzondere persoonlijke omstandigheden. Dit kan de positie van kwetsbare studenten in afstudeertrajecten bemoeilijken.

Samenvatting

Deze zaak betreft een studente Ondernemerschap & Retailmanagement aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) die lijdt aan een chronische aandoening waardoor zij in verminderd tempo haar studie volgt. Zij startte in september 2023 met haar afstudeertraject, dat bestond uit een uitvoerend en een adviserend project. Door haar aandoening viel zij in januari 2025 uit en nadat zij was hersteld, trok haar opdrachtgever zich in mei 2025 terug. Daardoor kon zij haar projecten niet afronden. De studente diende een verzoek in voor uitstel van de deadline en vroeg vervolgens om een alternatieve wijze om haar competenties aan te tonen. De examencommissie wees beide verzoeken af omdat haar portfolio niet kon voldoen aan de minimale ontvankelijkheidseisen: de vereiste feedbackformulieren van halverwege en het einde van het project ontbraken, waardoor zij niet kon aantonen dat zij waarde had gecreëerd voor de opdrachtgever. Het College van Beroep voor de Examens (CBE) verklaarde het administratief beroep voor het uitvoerend project gegrond en droeg de examencommissie op daarvoor een nieuw besluit te nemen. Voor het adviserend project oordeelde het CBE echter dat de examencommissie terecht had geconcludeerd dat succesvolle afronding niet mogelijk was wegens het ontbreken van de vereiste portfolioonderdelen. De studente ging in beroep bij de Raad van State tegen het oordeel over het adviserend project. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart dit beroep ongegrond. De kern van de beslissing is dat de formele portfoliovereisten — waaronder de feedbackformulieren — onmisbare ontvankelijkheidseisen zijn die de examencommissie mag handhaven, ook als een student door omstandigheden buiten haar schuld niet aan die eisen kan voldoen. De uitspraak biedt geen ruimte voor een algemene uitzondering op grond van persoonlijke omstandigheden als de vereiste bewijsstukken structureel ontbreken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Raad van State·16 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5512

Afghaan als veiligheidsmanager geen recht op overbrenging naar Nederland

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen