Raad van State beoordeelt inpassingsplan warmtetransportleiding Rijswijk-Leiden
ECLI:NL:RVS:2026:4588, Raad van State, 05-08-2026, 202404937/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 12 juni 2024 hebben provinciale staten van Zuid-Holland het inpassingsplan "Warmtelinq Rijswijk - Leiden en aanlandlocatie" (het inpassingsplan) vastgesteld. Dit besluit is met toepassing van de provinciale coördinatieregeling van artikel 3.33, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met andere besluiten, aangeduid als ‘gecoördineerde besluiten’. Bij besluit van 20 juni 2024 van het college is aan WarmtelinQ een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk herinrichten van een deel van de straten en de omgeving en ook voor het kappen van 211 bomen en het verplanten van 28 bomen ten behoeve van de aanleg van een warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden waarvan een deel van het tracé loopt via Den Haag (de omgevingsvergunning). Het inpassingsplan maakt een warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden mogelijk. Deze transporteert restwarmte uit de Rotterdamse haven. Het tracé van het inpassingsplan is opgedeeld in vier deelgebieden en heeft een lengte van ongeveer 25 km. De warmtetransportleiding zal bestaan uit twee leidingen. Eén aanvoer- en één retourleiding. [appellant sub 1] woont op de [locatie 2] in Leidschendam. Hij is eigenaar van het [perceel 5b). De voorziene warmtetransportleiding zal het perceel 5b doorkruisen.
Kern van de zaak
De Raad van State behandelt een beroep tegen het inpassingsplan voor een warmtetransportleiding van circa 25 km tussen Rijswijk en Leiden, die restwarmte uit de Rotterdamse haven transporteert. Het hoogheemraadschap van Rijnland is betrokken partij. Het ontwerp werd op 8 december 2023 ter inzage gelegd, vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig aangeleverd; op basis van de beschikbare tekst is alleen het overgangsrechtelijk kader vastgesteld. De Raad van State stelt vast dat het oude recht (Wro, Crisis- en herstelwet, Wabo) van toepassing blijft, omdat zowel het ontwerpplan als de omgevingsvergunningaanvraag vóór 1 januari 2024 zijn ingediend.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevestigt een reeds bekende overgangsrechtelijke regel en bevat geen nieuwe rechtsnormen; de inhoudelijke beslissing ontbreekt in de aangeleverde tekst, waardoor de daadwerkelijke impact niet volledig beoordeeld kan worden.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het ontwerpplan op 8 december 2023 ter inzage is gelegd, blijft de Wro en Crisis- en herstelwet van toepassing tot het inpassingsplan onherroepelijk is.
- 2De omgevingsvergunningaanvraag is ingediend op 9 november 2023, waardoor de Wabo (oud) van toepassing blijft.
- 3Het inpassingsplan betreft een warmtetransportleiding van ~25 km met aanvoer- en retourleiding door meerdere gemeenten in de regio Haaglanden-Leiden.
- 4Het tracé verbindt restwarmte uit de Rotterdamse haven via Rijswijk met Leiden en sluit aan op de bestaande leiding Vlaardingen-Den Haag.
- 5De inhoudelijke beoordeling van het beroep ontbreekt in de aangeleverde tekst; de volledige uitkomst is onzeker.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht onder de Invoeringswet Omgevingswet: inpassingsplannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage lag, worden volledig beoordeeld naar oud recht. Dit is relevant voor lopende procedures rondom grootschalige energie-infrastructuurprojecten.
Praktische impact
Initiatiefnemers en omwonenden van dit warmtenet-project weten dat de procedure wordt afgewikkeld onder de Wro en Wabo, wat procedurele zekerheid biedt maar ook betekent dat nieuw omgevingsrechtelijk instrumentarium niet van toepassing is.
Onderwerp-impact
Voor de energietransitie en warmtenetten is dit relevant: grootschalige warmtetransportprojecten die voor 2024 zijn gestart, worden nog jaren onder het oude ruimtelijk ordeningsrecht beoordeeld, wat de transitie naar geïntegreerde Omgevingswet-procedures vertraagt.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Raad van State van 5 augustus 2026 betreft een beroepsprocedure tegen het inpassingsplan voor een warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden. Het project voorziet in de aanleg van een aanvoer- en retourleiding van circa 25 kilometer, bedoeld om restwarmte uit de Rotterdamse haven te transporteren naar de regio Leiden. Het tracé loopt door meerdere gemeenten waaronder Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Voorschoten, Wassenaar, Katwijk en Zoeterwoude, en sluit aan op een bestaande warmtetransportleiding tussen Vlaardingen en Den Haag. Het hoogheemraadschap van Rijnland is als belanghebbende betrokken bij de procedure. De centrale juridische vraag die in het beschikbare gedeelte van de uitspraak wordt behandeld, is welk recht van toepassing is op de beroepsprocedure, gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De Raad van State stelt vast dat het ontwerpinpassingsplan op 8 december 2023 ter inzage is gelegd — dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet betekent dit dat het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, van toepassing blijft totdat het inpassingsplan onherroepelijk is. Hetzelfde geldt voor de omgevingsvergunningaanvraag, ingediend op 9 november 2023: de Wabo zoals die gold vóór 1 januari 2024 is van toepassing. De inhoudelijke beoordeling van het beroep ontbreekt in de aangeleverde tekst, waardoor de definitieve uitkomst op basis van de beschikbare informatie niet kan worden vastgesteld.