JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4584Laag22/100

Ruiter niet-ontvankelijk in handhavingszaak afgesloten ruiterpad

ECLI:NL:RVS:2026:4584, Raad van State, 05-08-2026, 202404252/1/R4

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202404252/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Ontvankelijkheid
Last Onder Dwangsom
Belanghebbende
Ruiterpad
Padafsluiting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Renkum aan [belanghebbenden] een last onder dwangsom opgelegd. [belanghebbenden] zijn eigenaar van een perceel aan de [locatie A] in Wolfheze. Ten zuiden van het perceel loopt een pad. [belanghebbenden] zijn eigenaar van een gedeelte van dat pad. Dat gedeelte van het pad hebben zij afgesloten voor anderen. [appellante] is het daar niet mee eens. [appellante] is ruiter bij paardenpension De Henriëtte Hoeve in Wolfheze dat zich in de omgeving van het pad bevindt. Volgens haar wordt het pad al gedurende een lange tijd door ruiters gebruikt als ontsluiting naar een netwerk van ruiterpaden op de Veluwe. Zij heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank.

Kern van de zaak

Eigenaren van een perceel in Wolfheze sloten een gedeelte van een pad af voor anderen. Het college legde een last onder dwangsom op, maar trok deze later in. Een ruiter van een nabijgelegen paardenpension ging in beroep omdat het pad belangrijk is voor ontsluiting naar een netwerk van ruiterpaden op de Veluwe.

Beslissing van de rechter

De zaak betreft de ontvankelijkheidsvraag: de rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende zou zijn. Appellante bestrijdt dit oordeel bij de Raad van State, stellende dat haar belang als ruiter bij de ontsluiting naar het ruiterpaden-netwerk haar belanghebbende maakt. De uitspraak is onvolledig overgeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Afdeling niet kan worden vastgesteld.

22van 100

Impactscore

Laag

De zaak betreft een feitelijk specifieke situatie in Wolfheze en draait primair om een ontvankelijkheidsvraag; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig, waardoor de juridische impact beperkt en onzeker is.

Belangrijkste punten

  • 1Eigenaren sloten een gedeelte van een pad af; college legde last onder dwangsom op maar trok deze later in
  • 2Appellante is ruiter bij paardenpension in de omgeving en stelt afhankelijk te zijn van het pad voor toegang tot ruiterpaden-netwerk op de Veluwe
  • 3Centrale rechtsvraag is of appellante als ruiter kwalificeert als belanghebbende in de zin van de Awb bij het besluit tot intrekking van de last
  • 4Appellante benadrukt dat ruiters uitsluitend gebruik mogen maken van aangewezen ruiterpaden, waardoor hun belang bijzonder en onderscheidend is
  • 5De uitspraagtekst is onvolledig; de definitieve conclusie van de Afdeling over de ontvankelijkheid ontbreekt

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de reikwijdte van het belanghebbendebegrip (art. 1:2 Awb) bij handhavingsbesluiten waarbij derden stellen een afgeleid gebruiksbelang te hebben. De uitkomst is vanwege de onvolledige tekst onzeker.

Praktische impact

Voor ruiters en andere recreatieve gebruikers van paden is relevant of hun feitelijke gebruik van een pad voldoende is om als belanghebbende te worden aangemerkt bij handhavingsbesluiten over de toegankelijkheid van dat pad.

Onderwerp-impact

De uitspraak raakt aan de toegankelijkheid van recreatieve routes op de Veluwe en de handhavingsmogelijkheden van overheden en derden bij afsluiting van paden door particuliere eigenaren.

Samenvatting

In deze zaak staat de afsluiting van een pad in Wolfheze centraal. De eigenaren van een perceel aan de locatie A sloten een gedeelte van een aan hen toebehorend pad af voor derden. Het college van burgemeester en wethouders legde hen aanvankelijk een last onder dwangsom op, maar trok deze last later in bij besluit van 31 maart 2023. Bij beslissing op bezwaar van 31 oktober 2023 werd de intrekking, met verbeterde motivering, in stand gelaten. Een ruiter verbonden aan paardenpension De Henriëtte Hoeve in Wolfheze stelde beroep in bij de rechtbank. Zij betoogde dat het pad van essentieel belang is voor ruiters als ontsluiting naar een uitgebreid netwerk van ruiterpaden op de Veluwe, en dat afsluiting van het pad dit netwerk onbereikbaar maakt. De rechtbank verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende zou zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. In hoger beroep bij de Raad van State betwist appellante dit oordeel. Zij wijst erop dat ruiters wettelijk uitsluitend gebruik mogen maken van aangewezen ruiterpaden, waardoor hun belang bij de toegankelijkheid van het pad een bijzonder en onderscheidend karakter heeft ten opzichte van andere weggebruikers. De Afdeling behandelt daarmee de vraag of dit specifieke feitelijke en reglementaire gebruiksbelang voldoende individueel en objectief bepaalbaar is om het belanghebbendebegrip te vervullen. Omdat de overgeleverde uitspraaktekst onvolledig is en afbreekt vóór de inhoudelijke beoordeling en het dictum, kan de definitieve beslissing van de Afdeling over de ontvankelijkheid niet worden vastgesteld. De analyse is daarom met de nodige onzekerheid omkleed.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied