JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4580Laag28/100

Student niet toegelaten na technisch probleem bij selectietest

ECLI:NL:RVS:2026:4580, Raad van State, 05-08-2026, 202601921/1/A2

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202601921/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vergunningen
Onderwijs
Decentrale Selectie
Geluidsinstallatie
Capaciteitentest
Toelating Opleiding
Selectieprocedure

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij beslissing van 24 februari 2026 heeft het college van bestuur van de Universiteit Leiden bepaald dat [appellant] niet mag deelnemen aan de tweede ronde van de selectieprocedure voor de bacheloropleiding Geneeskunde (opleiding). [appellant] heeft op 13 februari 2026 deelgenomen aan de eerste ronde van de decentrale selectie voor de opleiding. Voor deze ronde moesten kandidaten twee tests afleggen: een studievaardighedentest en een capaciteitentest. Wegens een technisch probleem met de geluidsinstallatie in de zaal, waardoor het niet mogelijk was om de mondelinge instructie over de tests ineens in de gehele zaal te geven, is die instructie zonder versterking achtereenvolgens steeds voor een aantal rijen gegeven. Bij deze mondelinge instructie is onder meer gezegd dat kandidaten geen puntenaftrek voor foute antwoorden krijgen. Het CvB heeft aan de beslissing van 18 mei 2026 onder meer het volgende ten grondslag gelegd. [appellant] is op basis van zijn score voor de capaciteitentest niet toegelaten tot de tweede selectieronde.

Kern van de zaak

Een kandidaat (appellant) nam deel aan de decentrale selectie voor een opleiding op 13 februari 2026. Door een defecte geluidsinstallatie werd de mondelinge instructie niet gelijktijdig aan alle kandidaten gegeven. De appellant werd niet toegelaten tot de tweede selectieronde en bestreed dit besluit bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

Het beroep van de appellant is ongegrond verklaard; het College van Bestuur heeft de niet-toelating tot de tweede selectieronde gehandhaafd. Doorslaggevend was dat de schriftelijke instructie – die aan alle kandidaten was verstrekt – voldoende duidelijk was over de antwoordstrategie, en dat het technisch probleem voldoende voortvarend was opgelost.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een individuele toelatingsbeslissing zonder nieuwe rechtsnormen; de rechtsvraag is feitelijk van aard en de beslissing past binnen bestaande bestuursrechtelijke kaders rondom zorgvuldigheid bij selectieprocedures.

Belangrijkste punten

  • 1Technisch probleem met geluidsinstallatie leidde tot gefaseerde mondelinge instructie per rijengroep in plaats van gelijktijdig voor de gehele zaal.
  • 2Mondelinge instructie week op één punt af van schriftelijke instructie: er werd gezegd dat er geen puntenaftrek voor foute antwoorden was.
  • 3Schriftelijke instructie adviseerde kandidaten expliciet om altijd een antwoord te kiezen, ook als het antwoord onbekend is.
  • 449 andere kandidaten scoorden beter dan appellant maar werden eveneens niet toegelaten tot de tweede ronde.
  • 5Het CvB oordeelde dat de afwijkende mondelinge instructie geen logische basis bood voor de veronderstelling dat foute antwoorden moesten worden vermeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bij decentrale selectieprocedures schriftelijke instructies leidend zijn en dat technische gebreken in de uitvoering de rechtsgeldigheid van de selectie niet aantasten mits voldoende herstelmaatregelen zijn getroffen. Dit biedt hogescholen en universiteiten enige rechtszekerheid bij vergelijkbare incidenten.

Praktische impact

Voor de appellant betekent dit dat hij niet deelneemt aan de tweede selectieronde voor de beoogde opleiding. Voor toekomstige kandidaten onderstreept de uitspraak het belang van de schriftelijke instructie als primaire bron van informatie bij selectieprocedures.

Onderwerp-impact

Onderwijsinstellingen die decentrale selectie toepassen worden herinnerd aan hun verplichting om technische problemen voortvarend op te lossen, maar behouden beleidsvrijheid als de schriftelijke documentatie toereikend was.

Samenvatting

Op 13 februari 2026 nam de appellant deel aan de eerste ronde van de decentrale selectie voor een (niet nader genoemde) opleiding. Tijdens de afname van de capaciteitentest en de studievaardighedentest deed zich een technisch probleem voor met de geluidsinstallatie in de zaal, waardoor de mondelinge instructie niet tegelijkertijd aan alle aanwezige kandidaten kon worden gegeven. In plaats daarvan werd de instructie achtereenvolgens per rijengroep gegeven. Een relevant onderdeel van die mondelinge instructie was dat kandidaten geen puntenaftrek zouden ontvangen voor fout beantwoorde vragen. De schriftelijke instructie, die aan elke kandidaat afzonderlijk was verstrekt, bevatte echter de aanbeveling om bij twijfel altijd een antwoord in te vullen en wees erop dat de vragen oplopend in moeilijkheidsgraad waren gerangschikt. Het College van Bestuur (CvB) besloot op 18 mei 2026 de appellant niet toe te laten tot de tweede selectieronde op basis van zijn score op de capaciteitentest. Naast de appellant waren er nog 49 andere kandidaten met een hogere score die eveneens niet werden toegelaten. De appellant bestreed dit besluit, waarbij de kern van het geschil lag in de vraag of het technische probleem en de afwijkende mondelinge instructie de rechtsgeldigheid van de selectieprocedure aantastten. De Raad van State oordeelde dat het beroep ongegrond is. Het CvB heeft het probleem met de geluidsinstallatie voldoende voortvarend opgelost. Hoewel niet valt uit te sluiten dat de appellant de mondelinge mededeling over het ontbreken van puntenaftrek niet heeft gehoord, was de schriftelijke instructie duidelijk over de antwoordstrategie. De redenering dat men foute antwoorden zou moeten vermijden, vloeit niet logisch voort uit de mededeling dat er geen puntenaftrek bestaat. De uitspraak bevestigt dat schriftelijke instructies leidend zijn bij selectieprocedures en dat technische gebreken de procedure niet ongeldig maken indien adequaat herstel heeft plaatsgevonden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied