Raad van State vernietigt gemeentebrede dwangsom hennepkwekerij Deventer
ECLI:NL:RVS:2026:4579, Raad van State, 05-08-2026, 202501785/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit, verzonden op 25 april 2023, heeft de burgemeester van Deventer aan [appellant] twee lasten onder dwangsom opgelegd. Op 20 februari 2023 heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen in het bedrijfspand aan de [locatie] in Deventer (het pand). Op 6 april 2023 heeft de burgemeester [appellant] het voornemen kenbaar gemaakt om hem in verband daarmee op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang, strekkende tot tijdelijke sluiting van het pand, op te leggen. Inmiddels had de eigenaar van het pand de sloten van het pand vervangen, waardoor [appellant] geen toegang meer had. [appellant] is gelast om geen handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I of lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf binnen het grondgebied van de gemeente te verkopen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, af te leveren, te verstrekken of aanwezig te hebben. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte ervan is uitgegaan dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd was de lasten op te leggen. Volgens hem biedt dat artikel alleen een grondslag voor de oplegging van maatregelen die op het pand zijn gericht en is daarvan in dit geval geen sprake.
Kern van de zaak
Na aantreffen van een hennepkwekerij in een bedrijfspand in Deventer legde de burgemeester appellant gemeentebrede lasten onder dwangsom op, omdat de pandeigenaar de sloten had vervangen en appellant geen toegang meer had. Appellant betwistte de bevoegdheidsgrondslag van artikel 13b Opiumwet voor dergelijke locatieongebonden lasten.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en herroept het dwangsombesluit wegens strijd met artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Doorslaggevend is dat artikel 13b Opiumwet uitsluitend een grondslag biedt voor pand- of locatiegerichte maatregelen, niet voor gemeentebrede lasten onder dwangsom.
Impactscore
MiddelDe uitspraak geeft een duidelijke begrenzing van artikel 13b Opiumwet en heeft relevantie voor gemeentelijk handhavingsbeleid, maar betreft een toepassing van bestaande wettelijke systematiek zonder fundamenteel nieuwe rechtsregel.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 13b Opiumwet biedt enkel een grondslag voor maatregelen gericht op een specifiek pand of lokaal, niet voor gemeentebrede lasten.
- 2De burgemeester kan bij ontbrekende toegang tot het pand niet uitwijken naar een territoriale last onder dwangsom als vervanging voor bestuursdwang.
- 3De Afdeling voorziet zelf in de zaak door het bezwaar gegrond te verklaren en het oorspronkelijke besluit te herroepen; een nieuw besluit is niet vereist.
- 4De rechtbank had de oplegging van de gemeentebrede lasten ten onrechte onderschreven.
- 5De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar en hoger beroep.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak verduidelijkt dat de sluitingsbevoegdheid van artikel 13b Opiumwet strikt locatiegebonden is en niet kan worden opgerekt tot gemeentebrede handhavingslasten, wat de reikwijdte van dit instrument beperkt.
Praktische impact
Burgemeesters kunnen bij drugsgerelateerde overtredingen waarbij toegang tot het pand ontbreekt, niet terugvallen op gemeente-overstijgende of gemeentebrede dwangsommen op grond van artikel 13b Opiumwet; zij zullen andere handhavingsinstrumenten moeten inzetten.
Onderwerp-impact
Voor handhavingsbeleid rondom hennepkwekerijen in bedrijfspanden betekent dit dat overheden hun juridische grondslag zorgvuldig moeten afstemmen op de locatiegebonden eis van artikel 13b Opiumwet.
Samenvatting
Op 20 februari 2023 trof de politie een hennepkwekerij aan in een bedrijfspand in Deventer. De burgemeester wilde appellant aanvankelijk een last onder bestuursdwang opleggen op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Omdat de eigenaar van het pand de sloten had vervangen en appellant geen toegang meer had tot het pand, zag de burgemeester af van een pandsgerichte maatregel. In plaats daarvan legde hij appellant bij besluit van 25 april 2023 gemeentebrede lasten onder dwangsom op: een verbod om op enige locatie binnen de gemeente Deventer drugs te telen, te verkopen of aanwezig te hebben, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per geconstateerde overtreding. De rechtbank had dit besluit onderschreven. In hoger beroep stelde appellant dat artikel 13b Opiumwet geen grondslag biedt voor dergelijke gemeentebrede, locatieongebonden lasten, maar uitsluitend voor maatregelen die zijn gericht op een specifiek pand of lokaal. De Raad van State volgt dit betoog. De Afdeling oordeelt dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet naar zijn aard en strekking enkel een bevoegdheid verschaft voor pand- of locatiegerichte handhavingsmaatregelen. Een gemeentebrede last onder dwangsom valt buiten de reikwijdte van dit artikel. Het besluit van de burgemeester is daarmee genomen in strijd met artikel 13b, eerste lid, Opiumwet. De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 10 augustus 2023 en voorziet zelf in de zaak door het bezwaar gegrond te verklaren en het oorspronkelijke dwangsombesluit van 25 april 2023 te herroepen. De burgemeester hoeft geen nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en hoger beroep.