Last onder dwangsom gemeente-breed op grond van artikel 13b Opiumwet vernietigd
ECLI:NL:RVS:2026:4578, Raad van State, 05-08-2026, 202407228/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit, verzonden op 25 april 2023, heeft de burgemeester van Deventer aan [appellant] twee lasten onder dwangsom opgelegd. Op 20 februari 2023 heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen in het bedrijfspand aan de [locatie] in Deventer (het pand). Op 6 april 2023 heeft de burgemeester [appellant] het voornemen kenbaar gemaakt om [appellant] in verband daarmee op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang, strekkende tot tijdelijke sluiting van het pand, op te leggen. Inmiddels had de eigenaar van het pand de sloten van het pand vervangen, waardoor [appellant] geen toegang meer had. [appellant] is gelast om geen handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I of lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf binnen het grondgebied van de gemeente Deventer te verkopen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, af te leveren, te verstrekken of aanwezig te hebben. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte ervan is uitgegaan dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd was de lasten op te leggen. Volgens hem biedt dat artikel alleen een grondslag voor de oplegging van maatregelen die op het pand zijn gericht en is daarvan in dit geval geen sprake.
Kern van de zaak
De burgemeester van Deventer legde appellant een gemeentebrede last onder dwangsom op na aantreffen van een hennepkwekerij in zijn bedrijfspand, omdat de eigenaar de sloten had vervangen en sluiting van het pand zelf niet meer mogelijk was. Appellant betwistte dat artikel 13b Opiumwet een grondslag biedt voor maatregelen die niet op een specifiek pand zijn gericht.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en herroept het besluit van de burgemeester, omdat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet uitsluitend een grondslag biedt voor locatiegebonden maatregelen (gericht op een specifiek pand) en niet voor een gemeentebrede last onder dwangsom.
Impactscore
HoogDe Raad van State stelt een duidelijke grens aan de reikwijdte van artikel 13b Opiumwet, wat directe gevolgen heeft voor de gemeentelijke handhavingspraktijk in drugsbestrijding en vergelijkbare zaken waarbij panden ontoegankelijk zijn voor bestuursdwang.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 13b Opiumwet biedt uitsluitend een grondslag voor maatregelen gericht op een concreet pand, niet voor gebiedsdekkende lasten
- 2De burgemeester kon het pand niet sluiten omdat de pandeigenaar de sloten had vervangen; dit rechtvaardigt geen uitbreiding van de bevoegdheid naar gemeente-breed niveau
- 3De gemeentebrede last onder dwangsom (€ 5.000 per overtreding) strekt te ver en mist een wettelijke grondslag
- 4De Afdeling voorziet zelf in de zaak door het bezwaar gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen; er is geen nieuw besluit nodig
- 5De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak verduidelijkt dat de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet strikt locatiegebonden is en niet kan worden uitgebreid tot een gemeentebrede handhavingsmaatregel, zelfs niet ter voorkoming van herhaling elders. Dit beperkt de reikwijdte van het bestuurlijk handhavingsinstrumentarium bij drugsgerelateerde overtredingen.
Praktische impact
Gemeenten kunnen bij hennepkwekerijen in panden waarvan zij de toegang kwijtraken, niet terugvallen op een gemeentebrede last onder dwangsom als alternatief voor pандsluiting; zij zullen andere juridische wegen moeten bewandelen om herhaling op andere locaties te voorkomen.
Onderwerp-impact
Voor de handhavingspraktijk rondom drugsoverlast betekent dit dat burgemeesters hun instrumentkeuze onder artikel 13b Opiumwet zorgvuldig moeten afstemmen op de locatiegebondenheid van de overtreding, en dat gebiedsoverstijgende maatregelen een andere wettelijke grondslag vereisen.
Samenvatting
Op 20 februari 2023 trof de politie een hennepkwekerij aan in een bedrijfspand in Deventer. De burgemeester wilde het pand sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, maar de eigenaar van het pand had inmiddels de sloten vervangen, waardoor appellant geen toegang meer had en pандsluiting feitelijk niet meer uitvoerbaar was. Als alternatief legde de burgemeester appellant een gemeentebrede last onder dwangsom op: hij mocht op het gehele grondgebied van de gemeente Deventer geen handelshoeveelheid drugs verkopen, telen of aanwezig hebben, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per overtreding. De rechtbank bekrachtigde dit besluit in eerste aanleg. In hoger beroep stelde appellant dat artikel 13b Opiumwet uitsluitend een grondslag biedt voor maatregelen die zijn gericht op een specifiek pand, en niet voor gemeentebrede verboden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dit betoog. Artikel 13b Opiumwet is een locatiegebonden bevoegdheid: de burgemeester kan een pand sluiten of een last opleggen die betrekking heeft op dat pand, maar de wet biedt geen grondslag om de geografische reikwijdte van de maatregel op te rekken tot het gehele gemeentelijk grondgebied, ook niet met als doel herhaling op een andere locatie te voorkomen. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit op bezwaar van 10 augustus 2023 wegens strijd met artikel 13b, eerste lid, Opiumwet, en herroept ook het primaire besluit van 25 april 2023. De burgemeester hoeft geen nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld in de proceskosten van bezwaar, beroep en hoger beroep. Deze uitspraak onderstreept dat bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden strikt naar hun wettelijke grondslag moeten worden uitgelegd en dat creatief gebruik van die bevoegdheden buiten de wettelijke grenzen niet is toegestaan.