Beroep provincie Overijssel tegen aardwarmtevergunningen niet-ontvankelijk
ECLI:NL:RVS:2026:4577, Raad van State, 05-08-2026, 202203982/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 24 juli 2018 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij besluit van 21 april 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan en het veranderen of veranderen van de werking en het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c en e, van de Wabo. Bij besluit van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend waarbij de omgevingsvergunning van 24 juli 2018 is gewijzigd. Bij besluit van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend waarbij de omgevingsvergunning van 24 juli 2018 is gewijzigd. Tegen de besluiten van de staatssecretaris van 24 juli 2018 en 21 april 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (college) beroepen ingesteld.
Kern van de zaak
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel stelde beroep in tegen drie door de staatssecretaris verleende omgevingsvergunningen aan Hoogweg Aardwarmte B.V. voor het winnen van aardwarmte in Luttelgeest. De rechtbank oordeelde dat artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet buiten toepassing moest worden gelaten, waardoor het college ontvankelijk werd geacht. De staatssecretaris en Hoogweg gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de hoger beroepen gegrond en de beroepen van het college van gedeputeerde staten niet-ontvankelijk. De doorslaggevende reden is dat artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet wél van toepassing is, waardoor de provincie niet bevoegd was om beroep in te stellen tegen de verleende omgevingsvergunningen.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische relevantie voor de afbakening van beroepsbevoegdheid van decentrale overheden in Chw-projecten, maar betreft een toepassingsvraag van bestaand recht zonder fundamentele nieuwe rechtsregel.
Belangrijkste punten
- 1Op aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 blijft de Wabo en de Crisis- en herstelwet van toepassing op grond van overgangsrecht Invoeringswet Omgevingswet.
- 2Artikel 1.4 Chw beperkt de bevoegdheid van bestuursorganen om beroep in te stellen; de rechtbank had dit artikel ten onrechte buiten toepassing gelaten.
- 3Het college van gedeputeerde staten van Overijssel had geen beroepsbevoegdheid en wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
- 4De staatssecretaris verleende drie omgevingsvergunningen voor aardwarmtewinning: oprichting (2018), uitbreiding met zeven nieuwe putten (2021) en wijziging stookinstallatie (2021).
- 5De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van Hoogweg Aardwarmte van € 1.885,25.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de werking van artikel 1.4 Chw als drempel voor bestuursorganen om beroep in te stellen tegen besluiten in Chw-projecten, en corrigeert een onjuiste toepassing door de rechtbank. Dit versterkt de rechtszekerheid rondom de beroepsdrempel in Crisis- en herstelwet-procedures.
Praktische impact
Voor Hoogweg Aardwarmte betekent de uitspraak dat de eerder verleende omgevingsvergunningen niet langer worden bestreden door de provincie, waardoor de aardwarmte-installatie in Luttelgeest op juridisch stevigere grond staat. De provincie verliest haar beroepsmogelijkheid in deze procedure.
Onderwerp-impact
Voor de energiesector, en in het bijzonder geothermieprojecten, benadrukt deze uitspraak dat provinciale overheden niet zonder meer als beroepsgerechtigde partij kunnen optreden tegen door het Rijk verleende mijnbouwvergunningen onder de Crisis- en herstelwet.
Samenvatting
Deze zaak draait om drie omgevingsvergunningen die de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei heeft verleend aan Hoogweg Aardwarmte B.V. voor het oprichten, uitbreiden en wijzigen van een aardwarmte-installatie aan de Nieuwlandseweg 1 in Luttelgeest. De aanvragen zijn ingediend in 2017, 2020 en 2021, ruim vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing op deze aanvragen tot het besluit onherroepelijk is. Het college van gedeputeerde staten van Overijssel stelde beroep in tegen de verleende vergunningen, met als standpunt dat de staatssecretaris deze ten onrechte had verleend. De rechtbank Overijssel stelde het college in het gelijk door artikel 1.4 van de Chw buiten toepassing te laten, een bepaling die de beroepsbevoegdheid van bestuursorganen in Chw-projecten beperkt. Hiertegen kwamen de staatssecretaris en Hoogweg Aardwarmte in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte artikel 1.4 Chw buiten toepassing heeft gelaten. Nu deze bepaling wél geldt, beschikt het college van gedeputeerde staten niet over de vereiste beroepsbevoegdheid. De hoger beroepen worden gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen van het college worden alsnog niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Hoogweg Aardwarmte van € 1.885,25. De uitkomst biedt Hoogweg Aardwarmte meer rechtszekerheid over de vergunde activiteiten, terwijl de provincie haar mogelijkheid verliest om via de rechter invloed uit te oefenen op de rijksvergunningverlening voor dit geothermieproject.