Geen misbruik van recht bij Woo-verzoek boerderijmelk
ECLI:NL:RVS:2026:4576, Raad van State, 05-08-2026, 202402335/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 15 juni 2023 heeft Stichting Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ) het verzoek van [appellant] tot openbaarmaking afgewezen. [appellant] heeft op 12 december 2022 op grond van de Wet open overheid (Woo) een verzoek ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hij heeft verzocht om openbaarmaking van een lijst van bedrijven die over de mogelijkheid tot inkoop van boerderijmelk beschikken. Daarnaast heeft hij een aantal (feitelijke) vragen gesteld. Op 19 april 2023 heeft de RVO dit verzoek aan de COKZ doorgezonden, omdat de COKZ mogelijk zou kunnen beschikken over de voor het verzoek van [appellant] relevante informatie. Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de COKZ het verzoek van [appellant] tot openbaarmaking van de lijst afgewezen. Op 28 september 2023 heeft de COKZ op het bezwaar van [appellant] beslist. In dat besluit heeft de COKZ kenbaar gemaakt niet te beschikken over de door [appellant] gevraagde lijst van namen en adressen van eenieder die op grond van artikelen 20 en 21 van de Regeling superheffing 2008 gerechtigd zou zijn tot aankoop van boerderijmelk over de periode van 2013 tot heden.
Kern van de zaak
Appellant verzocht via de Woo om openbaarmaking van een lijst van bedrijven die boerderijmelk mogen inkopen. COKZ wees het verzoek af omdat zij niet over de gevraagde lijst beschikt. COKZ betoogde in hoger beroep dat appellant misbruik van recht maakte.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het incidenteel hoger beroep van de COKZ ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant geen misbruik van recht heeft gemaakt bij het indienen van zijn Woo-verzoek.
Impactscore
MiddelDe uitspraak bevestigt bestaande rechtspraak over de hoge drempel voor misbruik van recht bij Woo-verzoeken, zonder fundamenteel nieuwe rechtsregels te stellen. De zaak heeft praktisch belang voor Woo-verzoekpraktijk maar beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1COKZ betoogde dat appellant misbruik van recht maakte door Woo-verzoeken in te dienen terwijl hij wist dat het systeem rondom de Regeling superheffing 2008 sinds 2015 niet meer bestaat.
- 2De Afdeling beoordeelt het incidenteel hoger beroep (misbruik van recht) als meest verstrekkend en behandelt dit eerst.
- 3Het incidenteel hoger beroep van COKZ wordt ongegrond verklaard: geen misbruik van recht vastgesteld.
- 4De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover aangevallen.
- 5Het hoger beroep van appellant over de doorzendplicht naar de minister van EZK blijft daarmee inhoudelijk relevant voor verdere beoordeling.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat het enkele feit dat een verzoeker uit eerdere procedures op de hoogte is van de (niet-)beschikbaarheid van informatie, onvoldoende is om misbruik van recht bij een Woo-verzoek aan te nemen. Dit stelt een hoge drempel voor het aannemen van misbruik van recht in Woo-procedures.
Praktische impact
Bestuursorganen kunnen niet eenvoudig een Woo-verzoek afweren met een beroep op misbruik van recht enkel op grond van eerdere, vergelijkbare verzoeken of procedures van dezelfde verzoeker.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector en toezichthouders zoals COKZ verduidelijkt deze uitspraak dat Woo-verzoeken over historische regelingen (zoals de Regeling superheffing 2008) niet zonder meer als misbruik kunnen worden aangemerkt.
Samenvatting
In deze zaak had appellant op 12 december 2022 een Woo-verzoek ingediend bij de RVO met het verzoek om openbaarmaking van een lijst van bedrijven die gerechtigd zijn tot aankoop van boerderijmelk op grond van de Regeling superheffing 2008. Het verzoek werd doorgezonden naar de COKZ, die het afwees omdat zij niet over de gevraagde lijst beschikte. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank stelde de COKZ in incidenteel hoger beroep dat appellant misbruik van recht maakte. De COKZ voerde aan dat appellant uit eerdere procedures wist dat het systeem rondom de Regeling superheffing 2008 sinds 2015 niet meer bestaat en dat zijn handelen verder ging dan enkel het indienen van Woo-verzoeken. De rechtbank had dit betoog verworpen. De Raad van State beoordeelt het incidenteel hoger beroep als meest verstrekkend, omdat een gegrondverklaring ervan iedere inhoudelijke behandeling zou voorkomen. De Afdeling volgt de rechtbank en oordeelt dat het incidenteel hoger beroep van de COKZ ongegrond is: van misbruik van recht is geen sprake. De uitspraak van de rechtbank wordt op dit punt bevestigd. Daarmee blijft de vraag of de COKZ het Woo-verzoek had moeten doorzenden naar de minister van EZK – het principale hoger beroep van appellant – inhoudelijk relevant. De uitspraak onderstreept dat bekendheid met eerdere procedures en de (beperkte) beschikbaarheid van informatie op zichzelf onvoldoende grond vormen om een Woo-verzoeker misbruik van recht te verwijten. Dit bevestigt de hoge drempel die de bestuursrechter hanteert bij het aannemen van misbruik van recht in het kader van de Wet open overheid.