JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4573Laag32/100

Raad van State: rechtbank ten onrechte beroep niet-ontvankelijk verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4573, Raad van State, 05-08-2026, 202502630/1/A2

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202502630/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Schadevergoeding
Overheid
Niet Ontvankelijkheid
Herzieningsverzoek
Procesbelang
Schadefonds Geweldsmisdrijven
Slachtoffercompensatie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) het verzoek van [appellant] om een eerdere weigering van een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) te herzien afgewezen. [appellant] heeft op 27 juli 2021 een uitkering uit het Schadefonds aangevraagd, omdat hij op 29 december 2020 met een hondenriem is mishandeld door zijn buurman en daaraan letsel heeft overgehouden. De CSG heeft op 7 maart 2022, gehandhaafd bij besluit van 4 juli 2022, geweigerd om aan [appellant] een uitkering uit het Schadefonds toe te kennen. De reden hiervoor is dat [appellant] aan de mishandeling geen ernstig fysiek of psychisch letsel heeft overgehouden. [appellant] heeft op 19 april 2023 de CSG verzocht om de hiervoor aangehaalde weigering van de uitkering uit het Schadefonds te herzien. Daarbij heeft hij nieuwe medische informatie van neuroloog J. Hoff van 6 april 2023 overgelegd. De CSG heeft op 16 augustus 2023 het herzieningsverzoek afgewezen, omdat het letsel niet als ernstig kan worden aangemerkt.

Kern van de zaak

Een man werd in december 2020 mishandeld met een hondenriem door zijn buurman en vroeg een uitkering aan bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG). De CSG weigerde de uitkering omdat het letsel niet als ernstig werd aangemerkt. Na een herzieningsverzoek met nieuwe medische informatie van een neuroloog verklaarde de CSG het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaarde wegens ontbreken van procesbelang.

Beslissing van de rechter

De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Doorslaggevend is dat de rechtbank had moeten beoordelen of de besluitvorming in de bezwaarprocedure (heroverweging) correct is verlopen, mede omdat appellant in bezwaar nog nader medisch bewijs had kunnen overleggen.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een procedurele kwestie over procesbelang in een individuele Schadefonds-zaak en stelt geen nieuwe fundamentele rechtsregels. De betekenis is voornamelijk beperkt tot de betrokken partijen en vergelijkbare situaties bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Belangrijkste punten

  • 1CSG weigerde uitkering uit Schadefonds omdat letsel van mishandeling niet als ernstig fysiek of psychisch letsel kwalificeerde
  • 2CSG verklaarde herzieningsverzoek later niet-ontvankelijk omdat de oorspronkelijke beslissing nog niet onherroepelijk was en de nieuwe medische info onderdeel uitmaakte van de lopende hogerberoepsprocedure
  • 3Rechtbank verklaarde beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang, omdat de Afdeling de nieuwe medische informatie al had betrokken bij de beoordeling van de oorspronkelijke besluitvorming
  • 4Raad van State stelt vast dat de vraag of de bezwaarprocedure in de heroverweging correct is verlopen een andere rechtsvraag is dan die in de hogerberoepsprocedure over de oorspronkelijke beslissing
  • 5CSG aanvaardt dat in bezwaar nader bewijs kan worden gepresenteerd, ook ter zitting van de bezwaarschriftencommissie, zodat appellant procesbelang had bij inhoudelijke beoordeling

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat het procesbelang bij beroep tegen een beslissing op bezwaar in een heroverweging afzonderlijk dient te worden beoordeeld, ook als de onderliggende inhoudelijke vraag elders al is behandeld. Rechters mogen niet te snel aannemen dat procesbelang ontbreekt wanneer de procedurele waarborgen in bezwaar zelf nog niet inhoudelijk zijn getoetst.

Praktische impact

Voor de appellant betekent dit dat zijn beroep alsnog inhoudelijk beoordeeld moet worden, waarbij hij mogelijk nog nader medisch bewijs kan inbrengen ter onderbouwing van zijn letsel. Voor aanvragers bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven biedt dit meer ruimte om via bezwaar aanvullend bewijs in te dienen.

Onderwerp-impact

In het kader van slachtofferhulp en schadefondsen benadrukt deze uitspraak dat procedurele zorgvuldigheid in de bezwaarfase ook bij herzieningsprocedures gewaarborgd moet blijven, ongeacht parallelle procedures over de oorspronkelijke beslissing.

Samenvatting

Deze zaak draait om een man die in december 2020 met een hondenriem door zijn buurman werd mishandeld en aanspraak maakte op een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De CSG weigerde de uitkering op de grond dat het opgelopen letsel niet als ernstig fysiek of psychisch letsel kon worden gekwalificeerd. Nadat de man nieuwe medische informatie van een neuroloog indiende, behandelde de CSG dit aanvankelijk als een herzieningsverzoek, maar verklaarde het bezwaar later niet-ontvankelijk. De reden was dat de oorspronkelijke beslissing nog niet onherroepelijk was vanwege een lopende procedure bij de Afdeling, zodat de nieuwe informatie al onderdeel uitmaakte van die hogerberoepsprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep vervolgens niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de Afdeling de medische informatie al had meegenomen in haar oordeel over de oorspronkelijke besluitvorming. De Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank hier een onjuiste redenering heeft gehanteerd. De vraag of de besluitvorming in de bezwaarprocedure van de heroverweging deugdelijk is verlopen, is een wezenlijk andere vraag dan die welke bij de Afdeling lag over de oorspronkelijke weigering. Ter zitting is vastgesteld dat de CSG toestaat dat in bezwaar nader bewijs wordt overgelegd, ook ter zitting van de bezwaarschriftencommissie. Appellant had daarmee nog procesbelang, omdat hij in de bezwaarfase mogelijkerwijs aanvullend medisch bewijs had willen inbrengen. De rechtbank had het beroep dan ook inhoudelijk moeten beoordelen. De Raad van State vernietigt de aangevallen uitspraak en draagt de rechtbank op het beroep alsnog inhoudelijk te behandelen. De uitspraak onderstreept dat procesbelang niet te snel mag worden ontzegd wanneer procedurele waarborgen in de bezwaarfase zelf nog niet zijn getoetst.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied