Beroep ongegrond: HeRo-blok terecht buiten bestemmingsplan Rotterdam
ECLI:NL:RVS:2026:4572, Raad van State, 05-08-2026, 202503136/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Middelland-Het Nieuwe Westen" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de wijken Middelland en Het Nieuwe Westen in Rotterdam. Het bestemmingsplan is in hoofdzaak een actualisatie van het vorige bestemmingsplan. Hierbij gaat in het nieuwe plan extra aandacht uit naar de bescherming van het rijksbeschermd stadsgezicht. De grens van het bestemmingsplan loopt in het zuidoosten langs de Heemraadssingel tot de kruising met de Rochussenstraat, langs de Vliegerstraat tot de kruising met de Claes de Vrieselaan. De stichting en een aantal bewoners zijn het niet eens met die planbegrenzing. De doelstelling van de stichting is het in stand houden en verbeteren van het woon-, werk-, leef- en verblijfsklimaat aan de Mathenesserlaan, de Heemraadssingel en het Heemraadsplein en de onmiddellijke omgeving hiervan in Rotterdam. De bewoners die beroep hebben ingesteld wonen allemaal in het zogenoemde ‘HeRo-blok’, gelegen in de oostelijke hoek van de Heemraadssingel en de Rochussenstraat. Volgens de stichting en anderen maakt het HeRo-blok ten onrechte geen onderdeel uit van het bestemmingsplan.
Kern van de zaak
Een stichting en bewoners van het HeRo-blok (hoek Heemraadssingel/Rochussenstraat, Rotterdam) stellen beroep in tegen het bestemmingsplan voor de wijken Middelland en Het Nieuwe Westen. Zij zijn het oneens met de planbegrenzing, omdat het HeRo-blok volgens hen ten onrechte buiten het plangebied valt.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De gemeenteraad heeft binnen zijn beleidsruimte de planbegrenzing kunnen vaststellen zoals hij dat heeft gedaan, zonder dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande jurisprudentie toe over gemeentelijke beleidsruimte bij planbegrenzing en overgangsrecht Omgevingswet, zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. De zaak is locatiespecifiek en heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Op deze procedure is het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing (Wet ruimtelijke ordening, Crisis- en herstelwet), omdat het ontwerpplan op 15 november 2021 ter inzage is gelegd.
- 2Het bestemmingsplan betreft een actualisatie voor Middelland en Het Nieuwe Westen, met extra aandacht voor bescherming van het rijksbeschermd stadsgezicht.
- 3De stichting en bewoners betwisten de planbegrenzing: het HeRo-blok (oostelijke hoek Heemraadssingel/Rochussenstraat) valt buiten het plangebied.
- 4De raad heeft beleidsruimte bij het aanwijzen van bestemmingen en het vaststellen van plangrenzen, en moet de betrokken belangen afwegen.
- 5Het beroep wordt ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestendige lijn dat de gemeenteraad een ruime beleidsruimte heeft bij het bepalen van de planbegrenzing van een bestemmingsplan. Het overgangsrecht onder de Invoeringswet Omgevingswet wordt correct toegepast.
Praktische impact
Het HeRo-blok blijft buiten het bestemmingsplan voor Middelland en Het Nieuwe Westen; de bewoners en de stichting kunnen geen aanvullende planologische bescherming ontlenen aan dit bestemmingsplan voor hun directe omgeving.
Onderwerp-impact
Voor eigenaren en bewoners in de omgeving van rijksbeschermde stadsgezichten in Rotterdam verandert er niets; het beschermingsregime van het stadsgezicht geldt niet automatisch voor aangrenzende gebieden die buiten de planbegrenzing vallen.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 augustus 2026 betreft het beroep van een stichting en een aantal bewoners tegen het bestemmingsplan voor de Rotterdamse wijken Middelland en Het Nieuwe Westen, vastgesteld door de gemeenteraad van Rotterdam. De appellanten wonen of hebben belangen in het zogenoemde HeRo-blok, gelegen in de oostelijke hoek van de Heemraadssingel en de Rochussenstraat, en stellen dat dit blok ten onrechte buiten het plangebied is gelaten. Als eerste punt van overweging stelt de Afdeling vast welk recht van toepassing is. Omdat het ontwerpplan al op 15 november 2021 ter inzage is gelegd — dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft op grond van het overgangsrecht (artikel 4.6, derde lid, Invoeringswet Omgevingswet) het oude recht van toepassing, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet. Inhoudelijk toetst de Afdeling de planbegrenzing aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte en dient de betrokken belangen af te wegen. Het plan is in hoofdzaak een actualisatie van het vorige bestemmingsplan, met extra aandacht voor het rijksbeschermd stadsgezicht. De Afdeling oordeelt dat de raad de plangrenzen in redelijkheid zo heeft kunnen vaststellen dat het HeRo-blok buiten het plangebied valt. Niet is gebleken dat de raad de belangen van appellanten onvoldoende heeft meegewogen of dat de gekozen begrenzing in strijd komt met een goede ruimtelijke ordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak bevestigt de bestendige jurisprudentielijn dat rechters terughoudend toetsen bij planologische keuzes over plangrenzen, zolang de raad zijn beleidsvrijheid niet overschrijdt.