JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4542Laag28/100

Bekostiging tweetalige montessorischool gestopt wegens te weinig leerlingen

ECLI:NL:RVS:2026:4542, Raad van State, 04-08-2026, 202602238/2/A2

Raad van StateUitspraak: 4 augustus 2026Publicatie: 4 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:202602238/2/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Onderwijs
Voorlopige Voorziening
Opheffingsnorm
Schoolbekostiging
Montessorionderwijs
Wet Primair Onderwijs

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 21 april 2026 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de bekostiging van de basisschool Treehouse Montessori (de school) met ingang van 1 augustus 2026 beëindigd. Stichting Tree of Infinity is het bevoegd gezag van de school, die sinds 1 augustus 2022 wordt bekostigd als bijzondere basisschool. Op de school krijgen leerlingen tweetalig montessorionderwijs. Op 10 december 2025 heeft de staatssecretaris de stichting laten weten dat de school onvoldoende leerlingen heeft en dat de bekostiging daarom per 1 augustus 2026 stopt, tenzij de stichting een geslaagd beroep kan doen op een van de uitzonderingsbepalingen. Hierop heeft de stichting een aanvraag gedaan om de bekostiging door te laten lopen op grond van artikel 145 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Bij besluit van 21 april 2026 heeft de staatssecretaris de aanvraag afgewezen en dit besluit heeft zij in bezwaar gehandhaafd. Dit betekent dat de bekostiging van de school per 1 augustus 2026 stopt.

Kern van de zaak

Een stichting die een bijzondere basisschool voor tweetalig montessorionderwijs beheert, vraagt een voorlopige voorziening aan bij de Raad van State nadat de staatssecretaris de schoolbekostiging per 1 augustus 2026 heeft stopgezet. De school heeft vier jaar na oprichting onvoldoende leerlingen om aan de wettelijke norm te voldoen. De stichting deed een beroep op een uitzonderingsbepaling (art. 145 WPO), maar dit verzoek werd zowel in eerste aanleg als in bezwaar afgewezen.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter van de Raad van State beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening aan de hand van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. Op basis van de beschikbare informatie wordt ingeschat of het besluit van de staatssecretaris om de bekostiging te beëindigen in de bodemprocedure stand zal houden; de doorslaggevende reden is dat de school na vier jaar niet voldoet aan de wettelijke opheffingsnorm (minimaal de helft van de stichtingsnorm aan leerlingen).

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een voorlopige voorzieningsprocedure in een individuele onderwijsbekostigingszaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en niet richtinggevend voor de rechtsontwikkeling.

Belangrijkste punten

  • 1De school wordt since 1 augustus 2022 bekostigd als bijzondere basisschool en biedt tweetalig montessorionderwijs aan.
  • 2Op grond van artikel 139 lid 7 WPO vervalt bekostiging als vier jaar na stichting het leerlingenaantal onder de helft van de stichtingsnorm blijft.
  • 3De staatssecretaris heeft de aanvraag ex artikel 145 WPO (uitzonderingsbepaling) afgewezen en dit in bezwaar gehandhaafd.
  • 4Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
  • 5De procedure betreft een verzoek om schorsing van het beëindigingsbesluit zodat de school niet per 1 augustus 2026 haar bekostiging verliest.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de wettelijke opheffingsnormen uit de WPO en laat zien dat de uitzonderingsbepaling van artikel 145 WPO terughoudend wordt toegepast. Dit biedt weinig ruimte voor scholen die na vier jaar structureel onder de leerlingendrempel blijven.

Praktische impact

Voor de school betekent het stopzetten van de bekostiging per 1 augustus 2026 het feitelijke einde van de instelling, tenzij de bodemprocedure alsnog uitkomst biedt. Leerlingen en personeel worden geconfronteerd met onzekerheid over de voortgang van het onderwijs.

Onderwerp-impact

Deze zaak raakt direct aan de continuïteit van bijzonder basisonderwijs met een specifiek pedagogisch profiel (tweetalig montessori), waarbij kleine innovatieve scholen kwetsbaar blijken voor strikte leerlingendrempels.

Samenvatting

Deze zaak betreft een geschil over de beëindiging van de bekostiging van een bijzondere basisschool voor tweetalig montessorionderwijs in Woerden, opgericht op 1 augustus 2022. Op grond van artikel 139 lid 7 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) verliest een school haar bekostiging indien vier jaar na de stichting het aantal leerlingen niet minimaal de helft van de stichtingsnorm bedraagt. De staatssecretaris constateerde op 10 december 2025 dat de school onvoldoende leerlingen telde en kondigde aan de bekostiging per 1 augustus 2026 te beëindigen. De stichting deed hierop een beroep op de uitzonderingsbepaling van artikel 145 WPO, maar de staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 21 april 2026 af en handhaafde dit besluit in bezwaar. De stichting verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening teneinde de bekostiging in stand te houden hangende de bodemprocedure. De voorzieningenrechter toetst het verzoek aan de hand van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel: wordt ingeschat of het bestreden besluit in de bodemprocedure stand zal houden. Het wettelijk kader laat weinig beleidsruimte: de stichtingsnorm en de daarmee samenhangende opheffingsnorm zijn dwingend vastgelegd in de relevante ministeriële regeling. De school slaagt er blijkens de beschikbare gegevens niet in aan deze norm te voldoen, en de uitzonderingsbepaling van artikel 145 WPO is door de staatssecretaris niet van toepassing geacht. De voorzieningenrechter benadrukt dat zijn oordeel voorlopig van aard is en niet bindend voor de bodemprocedure. De uitkomst illustreert de kwetsbaarheid van kleinschalige scholen met een specifiek pedagogisch concept die moeite hebben voldoende leerlingen te werven binnen de wettelijk gestelde termijn.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied