JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4523Laag12/100

Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting via voorlopige voorziening

ECLI:NL:RVS:2026:4523, Raad van State, 31-07-2026, BRS.26.003953

Raad van StateUitspraak: 31 juli 2026Publicatie: 31 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003953
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting
Schorsing

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 5 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en heeft tegelijkertijd de voorzieningenrechter verzocht hem niet uit te zetten hangende dat hoger beroep en hem opvang en verstrekkingen te bieden.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00; de doorslaggevende reden is gelegen in hetgeen door verzoeker is aangevoerd, getoetst aan de vaste jurisprudentielijn van de Afdeling (RVS:2019:457).

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een standaard procedurele tussenbeslissing in een individuele vreemdelingenzaak zonder nieuwe rechtsregels of bredere precedentwerking; de Afdeling past slechts haar vaste toetsingskader toe.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting geschorst totdat hoger beroep is beslist.
  • 2Verzoek om opvang en verstrekkingen maakt deel uit van het verzoek, maar de uitspraak vermeldt alleen de schorsing van de uitzetting expliciet.
  • 3Toetsingskader gebaseerd op vaste Afdelingsuitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457).
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 934,00 voor professionele rechtsbijstand.
  • 5De uitspraak is summier gemotiveerd en verwijst slechts naar 'wat is aangevoerd', zonder inhoudelijke beoordeling van de asielprocedure zelf.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past de vaste Afdelingstoets voor vreemdelingenrechtelijke voorlopige voorzieningen toe zonder nieuwe rechtsontwikkeling; zij bevestigt dat bij voldoende aangevoerde gronden uitzetting wordt geschorst hangende hoger beroep. De juridische impact is beperkt tot het individuele geval.

Praktische impact

De vreemdeling mag vooralsnog in Nederland verblijven en kan niet worden uitgezet totdat de Afdeling inhoudelijk op het hoger beroep heeft beslist; de minister draagt de proceskosten.

Onderwerp-impact

In het vreemdelingenrecht bevestigt deze beslissing de praktijk dat een voorlopige voorziening relatief laagdrempelig kan worden verkregen om uitzetting te schorsen hangende hoger beroep, wat de positie van asielzoekers en migranten in de rechtsbeschermingsfase versterkt.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling hangende zijn hoger beroep tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening. Concreet vroeg hij om niet te worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, alsmede om toekenning van opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen en bepaald dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling een definitieve uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep. De motivering is uiterst beknopt: de voorzieningenrechter overweegt slechts dat, gelet op wat is aangevoerd, een voorlopige voorziening op zijn plaats is, onder verwijzing naar de vaste Afdelingsjurisprudentie van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). Inhoudelijke overwegingen over de asiel- of verblijfsprocedure ontbreken, wat kenmerkend is voor dit type procedurele spoeduitspraken. Tevens wordt de minister van Asiel en Migratie veroordeeld in de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak heeft geen zelfstandige precedentwerking en stelt geen nieuwe rechtsregels. Zij illustreert echter wel de laagdrempeligheid waarmee de voorzieningenrechter in vreemdelingenrechtelijke procedures uitzetting kan schorsen ter bescherming van de rechtspositie van de vreemdeling hangende een inhoudelijk hoger beroep. Voor de betrokkene heeft de beslissing directe en ingrijpende praktische gevolgen: hij behoudt voorlopig het recht op verblijf in Nederland en is beschermd tegen gedwongen verwijdering.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1512

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

12/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1491

Hoge Raad: lagere rechter mag HR-rechtspraak volgen zonder prejudiciële vragen

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1519

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1511

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen