JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4507Middel55/100

Marokko geldig als terugkeerland via removal order

ECLI:NL:RVS:2026:4507, Raad van State, 03-08-2026, BRS.25.000128

Raad van StateUitspraak: 3 augustus 2026Publicatie: 30 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.25.000128
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Terugkeerrichtlijn
Marokko
Terugkeerbesluit
Removal Order
Grensprocedure

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 28 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

Kern van de zaak

De minister van Justitie & Veiligheid nam een aanvullend terugkeerbesluit tegen een vreemdeling wiens asielaanvraag in de grensprocedure was afgewezen, met als bestemming Marokko. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) vernietigde dit besluit wegens ondeugdelijke motivering. De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank, waarbij het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit alsnog ongegrond wordt verklaard. De doorslaggevende reden is dat de minister Marokko terecht als land van terugkeer mocht aanmerken, nu de vreemdeling via Royal Air Maroc vanuit Marokko was gereisd en een removal order aan die maatschappij was uitgereikt, zodat Marokko als doorvoerland en daarmee als terugkeerland in de zin van de Terugkeerrichtlijn kwalificeert.

55van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past bestaande Afdelingsjurisprudentie toe op een specifieke feitelijke situatie en heeft directe betekenis voor de grensprocedure-praktijk, maar stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregel vast; het bouwt voort op ECLI:NL:2026:4028 van enkele weken eerder.

Belangrijkste punten

  • 1Nederland heeft de uitzonderingsclausule van artikel 2 lid 2 Terugkeerrichtlijn niet toegepast, zodat ook vreemdelingen wier asielaanvraag in de grensprocedure is afgewezen recht hebben op een terugkeerbesluit met vermelding van het bestemmingsland.
  • 2Een land dat partij is bij het Verdrag van Chicago en waarnaar een vreemdeling via een removal order kan worden terugvervoerd, mag als land van doorreis én als land van terugkeer worden aangemerkt (art. 3 lid 3, tweede streepje, Terugkeerrichtlijn).
  • 3De Koninklijke Marechaussee had op 9 november 2024 een removal order uitgereikt aan Royal Air Maroc, hetgeen de terugkeermogelijkheid naar Marokko afdoende onderbouwt.
  • 4De grief over de verplichting tot het nemen van een aanvullend terugkeerbesluit faalt: die verplichting bestond wel degelijk op grond van art. 109a Vw 2000.
  • 5De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraken van 2 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1155) en 10 juli 2026 (ECLI:NL:2026:4028) als bindend kader.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat een doorvoerland waarnaar feitelijk terugvervoer mogelijk is via een removal order als geldig terugkeerland in de zin van de Terugkeerrichtlijn kan worden aangemerkt, mits het betrokken land partij is bij het Verdrag van Chicago. Dit bevestigt en past de lijn van ECLI:NL:2026:4028 toe op grensprocedures.

Praktische impact

Voor vreemdelingen die via een derde land naar Nederland zijn gereisd en wier asielaanvraag in de grensprocedure is afgewezen, vergroot deze uitspraak de mogelijkheid voor de minister om dat doorreisland als bestemming in het terugkeerbesluit op te nemen, wat uitzetting kan vergemakkelijken.

Onderwerp-impact

In het vreemdelingenrecht en de grensprocedure biedt de uitspraak de minister een praktisch instrument om terugkeerbesluiten te onderbouwen met behulp van removal orders, wat de effectiviteit van het terugkeerbeleid aan de grens versterkt.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 augustus 2026 betreft een hoger beroep van de minister van Justitie & Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) inzake een aanvullend terugkeerbesluit jegens een vreemdeling wiens asielaanvraag in de grensprocedure was afgewezen. De minister wenste de vreemdeling naar Marokko te verwijderen via een removal order die was uitgereikt aan Royal Air Maroc, de luchtvaartmaatschappij waarmee de vreemdeling eerder vanuit Marokko naar Nederland was gevlogen. De rechtbank had het terugkeerbesluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de terugkeermogelijkheid naar Marokko. De Afdeling buigt zich over twee kwesties. Ten eerste de vraag of de minister überhaupt verplicht was een aanvullend terugkeerbesluit te nemen: die grief van de minister faalt, omdat Nederland op grond van artikel 109a Vw 2000 de uitzonderingsclausule van artikel 2 lid 2 Terugkeerrichtlijn niet heeft ingeroepen voor vreemdelingen wier aanvraag in de grensprocedure is afgewezen, zodat de richtlijn onverkort van toepassing is en een terugkeerbesluit met bestemmingsland verplicht is. Ten tweede de motiveringsvraag: hier slaagt de grief van de minister wel. De Afdeling overweegt, onder verwijzing naar haar uitspraak van 10 juli 2026, dat een land dat partij is bij het Verdrag van Chicago en waarnaar een vreemdeling via een removal order feitelijk kan worden terugvervoerd, als land van doorreis en daarmee als land van terugkeer in de zin van artikel 3 lid 3, tweede streepje, van de Terugkeerrichtlijn mag worden aangemerkt. Nu Marokko aan deze voorwaarden voldoet en de removal order aantoonbaar was uitgereikt, was de motivering van het aanvullend terugkeerbesluit toereikend. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de rechtbankuitspraak op dit punt vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
55van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600, Raad van State, 05-08-2026, 202407120/1/A3

Raad van State5 aug 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4591Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4591, Raad van State, 05-08-2026, 202403948/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4609Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4609, Raad van State, 05-08-2026, 202404306/1/R4.

Raad van State5 aug 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4455Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4455, Raad van State, 05-08-2026, 202301742/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied