Schelpenwinningsvergunning Waddenzee vernietigd door RvS
ECLI:NL:RVS:2026:4485, Raad van State, 05-08-2026, 202400950/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Zand- & Grinthandel Van Ouwerkerk B.V. een ontgrondingsvergunning verleend voor het winnen van 64.000 m3 schelpen per kalenderjaar uit de Waddenzee en Noordzeekustzone voor de periode tot en met 31 december 2025. De Waddenvereniging en de Vereniging Natuurmonumenten betogen dat er gelet op onderdeel C16.2 uit de bijlage behorende bij het Besluit mer ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld. Volgens hen is de in totaal vergunde winningshoeveelheid van 160.000 m3 schelpen, waarvan de aan Zand- & Grinthandel Van Ouwerkerk B.V. vergunde winningshoeveelheid van 64.000 m3 onderdeel uitmaakt, te hoog, zodat de ontgrondingsvergunning is verleend in strijd met artikel 3 van de Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022 (beleidsregels) en met het uitgangspunt uit paragraaf 3.2, onder m, van de PKB Derde Nota Waddenzee van januari 2007 (Derde Nota Waddenzee) dat niet meer mag worden gewonnen dan het langjarig gemiddelde van de natuurlijke netto schelpkalkproductie.
Kern van de zaak
De minister van Infrastructuur en Waterstaat verleende in december 2023 een ontgrondingsvergunning aan Van Ouwerkerk B.V. voor het winnen van 64.000 m³ schelpen per jaar in de Waddenzee en Noordzeekustzone. De Waddenvereniging en Vereniging Natuurmonumenten maakten bezwaar en gingen in beroep. Zij vonden de vergunningverlening in strijd met de geldende (natuur)regelgeving.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 22 december 2023 waarbij de ontgrondingsvergunning werd verleend. Omdat de geldingsduur van de vergunning inmiddels was verstreken (per 1 januari 2026), hoeft de minister geen nieuw besluit te nemen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.087,32.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is relevant voor de praktijk van schelpenwinning in de Waddenzee en bevestigt enkele procedurele uitgangspunten (procesbelang, overgangsrecht Omgevingswet), maar stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregels en heeft beperkte precedentwerking buiten deze specifieke sector.
Belangrijkste punten
- 1Op de aanvraag (ingediend 6 november 2022) blijft de Ontgrondingenwet van vóór 1 januari 2024 van toepassing vanwege overgangsrecht Omgevingswet.
- 2De ontgrondingsvergunning was verleend voor 64.000 m³ schelpenwinning per jaar in de Waddenzee en Noordzeekustzone, als onderdeel van een totaal van 160.000 m³ verdeeld over vier bedrijven.
- 3Ondanks het verstrijken van de vergunningsduur (1 januari 2026) erkent de Afdeling procesbelang bij de natuurorganisaties.
- 4De Afdeling vernietigt het besluit maar ziet geen aanleiding voor een opdracht tot hernieuwde besluitvorming, gezien de verstreken geldingsduur.
- 5De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van de natuurorganisaties (€ 1.087,32).
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat natuurorganisaties procesbelang kunnen behouden zelfs na het verstrijken van een vergunning, en dat vernietiging mogelijk is zonder opdracht tot heroverweging wanneer herleving van de rechtsgevolgen niet aan de orde is. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt correct toegepast op ontgrondingsvergunningen.
Praktische impact
Van Ouwerkerk B.V. kan geen nieuwe rechten ontlenen aan de vernietigde vergunning. Voor toekomstige schelpenwinning in de Waddenzee zal een nieuwe procedure onder het nieuwe Omgevingswet-regime moeten worden doorlopen, waarbij de bezwaren van natuurorganisaties opnieuw een rol kunnen spelen.
Onderwerp-impact
Deze uitspraak heeft betekenis voor het beheer en de exploitatie van de Waddenzee: schelpenwinning raakt direct aan de ecologie van dit beschermde Natura 2000-gebied. Toekomstige vergunningverlening voor ontgrondingen in de Waddenzee zal zorgvuldiger moeten worden onderbouwd, met oog voor de belangen van natuur en milieu.
Samenvatting
De Raad van State deed op 5 augustus 2026 uitspraak in een beroepsprocedure van de Waddenvereniging en Vereniging Natuurmonumenten tegen een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning in de Waddenzee. De minister van Infrastructuur en Waterstaat had op 22 december 2023 aan vier schelpenwinningsbedrijven gezamenlijk vergunning verleend voor het winnen van 160.000 m³ schelpen per jaar, verdeeld over tien kavels. Aan Zand- & Grinthandel Van Ouwerkerk B.V. was de grootste deelvergunning toegekend: 64.000 m³ per jaar, geldig tot en met 31 december 2025. Een eerste formele kwestie betrof het toepasselijk recht: omdat de aanvraag op 6 november 2022 was ingediend, vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, bleef de Ontgrondingenwet (oud) van kracht op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet. Een tweede procesvraag was of de appellanten nog procesbelang hadden, nu de vergunning inmiddels per 1 januari 2026 was verstreken. De Afdeling beantwoordde deze vraag bevestigend: appellanten behielden een relevant belang bij een inhoudelijke beoordeling. Inhoudelijk oordeelt de Afdeling dat het besluit voor vernietiging in aanmerking komt. Omdat de vergunde activiteiten niet meer kunnen plaatsvinden op grond van de inmiddels verstreken vergunning, ziet de Afdeling geen aanleiding de minister op te dragen opnieuw te beslissen. De vernietiging heeft daarmee een declaratoir karakter. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de natuurorganisaties tot een bedrag van € 1.087,32. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige onderbouwing van vergunningen voor activiteiten in ecologisch gevoelige gebieden als de Waddenzee.