Schelpenwinningsvergunning Waddenzee vernietigd wegens gebrekkige onderbouwing
ECLI:NL:RVS:2026:4484, Raad van State, 05-08-2026, 202400949/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 december 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Zand & Schelpenwinning Waddenzee B.V. een ontgrondingsvergunning verleend voor het winnen van 16.000 m3 schelpen per kalenderjaar uit de Waddenzee en Noordzeekustzone voor de periode tot en met 31 december 2025. De Waddenvereniging en de Vereniging Natuurmonumenten zijn het niet eens met de verlening van deze vergunning. Zij betogen dat er gelet op onderdeel C16.2 uit de bijlage behorende bij het Besluit mer ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld. Volgens hen is de in totaal vergunde winningshoeveelheid van 160.000 m3 schelpen, waarvan de aan Zand & Schelpenwinning Waddenzee B.V. vergunde winningshoeveelheid van 16.000 m3 onderdeel uitmaakt, te hoog, zodat de ontgrondingsvergunning is verleend in strijd met artikel 3 van de Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022 (beleidsregels) en met het uitgangspunt uit paragraaf 3.2, onder m, van de PKB Derde Nota Waddenzee van januari 2007 (Derde Nota Waddenzee) dat niet meer mag worden gewonnen dan het langjarig gemiddelde van de natuurlijke netto schelpkalkproductie.
Kern van de zaak
De Waddenvereniging en Vereniging Natuurmonumenten verzetten zich tegen een door de minister verleende ontgrondingsvergunning voor het winnen van 16.000 m³ schelpen per jaar in de Waddenzee en Noordzeekustzone aan Zand & Schelpenwinning Waddenzee B.V. voor de periode tot eind 2025. De natuurorganisaties achten de vergunningverlening onrechtmatig vanwege de mogelijke schade aan het Waddenzeemilieu.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard en het besluit van de minister van 22 december 2023 is vernietigd; de minister hoeft geen nieuw besluit te nemen omdat de vergunde periode reeds is verstreken. Aan beide appellanten is een schadevergoeding van €500,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft betekenis voor de bescherming van de Waddenzee en de toekomstige schelpenwinningspraktijk, maar de directe rechtsgevolgen zijn beperkt doordat de vergunning al was verlopen en geen nieuwe besluitvorming is opgelegd.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van vóór 1 januari 2024, blijft de oude Ontgrondingenwet van toepassing
- 2Procesbelang bleef bestaan ondanks het verstrijken van de vergunningstermijn op 1 januari 2026, vermoedelijk vanwege rechtsontwikkeling of precedentwerking
- 3De Raad van State heeft het besluit vernietigd maar geen opdracht gegeven een nieuw besluit te nemen, gezien de inmiddels verstreken geldingsduur
- 4Aan beide appellanten is immateriële schadevergoeding van €500,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn
- 5De vergunning maakte deel uit van een bredere verlening aan vier bedrijven voor in totaal 160.000 m³ schelpenwinning per jaar, verdeeld over tien kavels
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat natuurorganisaties procesbelang kunnen behouden bij milieuvergunningen ook nadat de geldingsduur is verstreken, en bevestigt de toepasselijkheid van overgangsrecht bij aanvragen ingediend vóór de Omgevingswet. De vernietiging zonder herstelopdracht illustreert de rechterlijke terughoudendheid bij verstreken vergunningstermijnen.
Praktische impact
De vergunde schelpenwinning in de Waddenzee is met terugwerkende kracht onrechtmatig verklaard, maar heeft feitelijk plaatsgevonden gedurende de looptijd van de vergunning; een nieuwe vergunningsronde zal aan strengere of beter gemotiveerde eisen moeten voldoen.
Onderwerp-impact
Voor toekomstige schelpenwinning en andere ontgrondingsactiviteiten in de Waddenzee en Noordzeekustzone geldt dat de minister de vergunningverlening zorgvuldiger zal moeten onderbouwen, met name ten aanzien van de ecologische effecten op het Natura 2000-gebied.
Samenvatting
In deze zaak stond de ontgrondingsvergunning centraal die de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 22 december 2023 verleende aan Zand & Schelpenwinning Waddenzee B.V. voor het winnen van 16.000 m³ schelpen per kalenderjaar uit de Waddenzee en Noordzeekustzone, geldig tot en met 31 december 2025. De vergunning was onderdeel van een bredere verlening aan vier bedrijven voor in totaal 160.000 m³ per jaar, verdeeld over tien kavels waarvoor vooraf kon worden geboden. De Waddenvereniging en de Vereniging Natuurmonumenten tekenden beroep aan, omdat zij meenden dat de vergunningverlening onvoldoende recht deed aan de ecologische kwetsbaarheid van de Waddenzee als Natura 2000-gebied. Een eerste procesrechtelijke vraag betrof het procesbelang: omdat de vergunningstermijn op 1 januari 2026 al was verstreken, moest de Raad van State beoordelen of appellanten nog belang hadden bij een inhoudelijke uitspraak. De Afdeling oordeelde dat dit procesbelang aanwezig was. Wat betreft het toepasselijke recht gold het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van 6 november 2022, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, bleef de oude Ontgrondingenwet van toepassing. Inhoudelijk verklaarde de Afdeling het beroep gegrond en vernietigde zij het ministeriële besluit. Omdat de vergunningsperiode inmiddels was verstreken, achtte de Afdeling het niet zinvol de minister op te dragen een nieuw besluit te nemen. Daarnaast veroordeelde de Raad van State de Staat tot betaling van immateriële schadevergoeding van €500,- aan elk van beide appellanten wegens overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak is relevant voor toekomstige vergunningverlening voor schelpenwinning in de Waddenzee en onderstreept het belang van een deugdelijke ecologische onderbouwing bij ontgrondingsvergunningen in beschermde natuurgebieden.