JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4468Laag12/100

Hoger beroep vreemdelingenbewaring ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4468, Raad van State, 03-08-2026, BRS.26.003047

Raad van StateUitspraak: 3 augustus 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.26.003047
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Vreemdelingenbewaring
Verkorte Motivering
Artikel 91 Vw2000
Remling Arrest

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 3 juni 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 19 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling, vertegenwoordigd door zijn advocaat, stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn bewaring rechtmatig had geoordeeld. Hij verzocht om de bewaring onrechtmatig te verklaren en mogelijk vrijlating.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De Afdeling overneemt de motivering van de rechtbank en ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten; het hogerberoepschrift bevat geen rechtsvragen die nadere beantwoording vereisen.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een routinematige ongegrondverklaring zonder nieuwe rechtsvragen; de verkorte motivering op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000 is standaardpraktijk in dit rechtsgebied.

Belangrijkste punten

  • 1Afdeling past de verkorte motiveringsregel van artikel 91 lid 2 Vw 2000 toe: geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
  • 2Ook geen vragen over uitleg of geldigheid van Unierecht (conform HvJ EU 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243).
  • 3Afdeling neemt de motivering van de rechtbank (overweging 4) integraal over.
  • 4Ambtshalve toets levert evenmin reden op om de bewaring onrechtmatig te achten.
  • 5Minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past de vaste praktijk toe van verkorte afdoening in vreemdelingenbewaring-zaken op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000, waarbij tevens het Unierechtelijk kader uit het Remling-arrest wordt toegepast. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.

Praktische impact

De bewaring van de vreemdeling blijft rechtmatig; hij wordt niet in het gelijk gesteld en ontvangt geen proceskostenvergoeding. De advocaat zal moeten bezien of verdere rechtsmiddelen beschikbaar zijn.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenbewaring-zaken bevestigt deze uitspraak dat de Afdeling bij ontbreken van relevante rechtsvragen snel en zonder uitgebreide motivering kan afdoen, wat de doorlooptijden in dit type procedures beperkt.

Samenvatting

In deze zaak had een vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank, die zijn bewaring rechtmatig had geoordeeld. De rechtbank had in overweging 4 van haar uitspraak gemotiveerd waarom de bewaring stand hield; de vreemdeling kon zich daar niet in vinden en zocht een heroverweging in hoger beroep. De Afdeling heeft het hoger beroep op 3 augustus 2026 ongegrond verklaard. Zij deed dit met toepassing van de verkorte motiveringsregel van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Op grond van deze bepaling behoeft een uitspraak geen nadere motivering wanneer het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. Aan die drempel werd in dit geval niet voldaan. Daarnaast oordeelde de Afdeling dat er ook geen vragen aan de orde waren over de uitleg of geldigheid van Unierecht, zoals vereist door het arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026 in de zaak Remling (ECLI:EU:C:2026:243). Op grond van dat arrest moet de rechter nagaan of dergelijke Unierechtelijke vragen aanleiding geven tot een uitgebreidere motivering; dat was hier niet het geval. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank volledig overgenomen en heeft ook ambtshalve geen grond gevonden om de bewaring onrechtmatig te achten. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is inhoudelijk beperkt van aard en voegt geen nieuwe rechtsontwikkeling toe; zij illustreert de routinematige afdoening van vreemdelingenbewaring-zaken via de verkorte procedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600, Raad van State, 05-08-2026, 202407120/1/A3

Raad van State5 aug 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4591Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4591, Raad van State, 05-08-2026, 202403948/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4609Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4609, Raad van State, 05-08-2026, 202404306/1/R4.

Raad van State5 aug 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4455Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4455, Raad van State, 05-08-2026, 202301742/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen