Omgevingsvergunning overkapping recreatiewoning terecht geweigerd
ECLI:NL:RVS:2026:4460, Raad van State, 05-08-2026, 202404260/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft het college geweigerd om aan [persoon] een legaliserende omgevingsvergunning te verlenen voor een overkapping op het perceel aan de [locatie A] in Wekerom. [bedrijf] was ten tijde van het besluit van 18 augustus 2022 eigenaar van het perceel dat is gelegen op het recreatiepark Berkenrhode (het recreatiepark). [persoon] is enig aandeelhouder van [bedrijf]. [persoon] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om de overkapping te legaliseren. Het college heeft de gevraagde vergunning geweigerd, kort gezegd omdat de overkapping afbreuk doet aan de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van de groene, bosrijke omgeving. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college de weigering van de omgevingsvergunning niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Daartoe voert [appellant] aan dat de rechtbank ten onrechte in aanmerking heeft genomen dat het toestaan van meer vierkante meters aan bebouwing, het perceel aantrekkelijker kan maken voor permanente bewoning.
Kern van de zaak
Eigenaar van een recreatiewoning op park Berkenrhode (Wekerom) vroeg een omgevingsvergunning aan voor een overkapping die in strijd is met het bestemmingsplan. Het college weigerde de vergunning omdat de overkapping afbreuk doet aan de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van de bosrijke omgeving. Appellant stelde onder meer dat de bouwwerken al bijna 20 jaar aanwezig zijn.
Beslissing van de rechter
De Raad van State beoordeelt het hoger beroep tegen de geweigerde omgevingsvergunning voor de overkapping; op basis van de beschikbare tekst lijkt de weigering in stand te blijven, omdat het college bij de afwijkingsbevoegdheid beleidsruimte toekomt en de ruimtelijke onderbouwing de weigering kan dragen. De doorslaggevende reden is dat de overkapping de maximale oppervlakte van 75 m² overschrijdt en afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteit, en dat de lange aanwezigheid van de bouwwerken hieraan niet afdoet.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische toepassing van bekende regels over overgangsrecht Omgevingswet en de beleidsruimte bij afwijkingsvergunningen; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke feiten.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van 27 juni 2022 (vóór 1 januari 2024), blijft de Wabo van toepassing.
- 2De overkapping en vrijstaande schuur zijn in strijd met het bestemmingsplan (overschrijding maximale oppervlakte 75 m² en verbod op vrijstaand bijgebouw).
- 3Het college heeft beleidsruimte bij de afwijkingsbevoegdheid; de bestuursrechter toetst terughoudend op evenredigheid.
- 4De omstandigheid dat de bouwwerken al bijna 20 jaar aanwezig zijn, leidt niet zonder meer tot legalisatieplicht.
- 5Er is geen omgevingsvergunning aangevraagd voor de schuur; die valt buiten de omvang van dit geding.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (art. 4.3 sub a) meebrengt dat de Wabo van toepassing blijft op aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024, en dat het college bij afwijking van een bestemmingsplan een ruime beleidsvrije afweging mag maken. De rechter toetst slechts of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn.
Praktische impact
Voor de eigenaar betekent dit dat de last onder dwangsom voor de overkapping en schuur van kracht blijft en legalisatie langs de weg van een omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan niet is gelukt; de bouwwerken zullen moeten worden verwijderd of aangepast aan de planregels.
Onderwerp-impact
In recreatiegebieden met een gevoelig landschappelijk karakter (zoals de Veluwe) biedt de lange aanwezigheid van illegale bouwwerken geen garantie op legalisatie; gemeenten kunnen op grond van ruimtelijke kwaliteit vergunningen blijven weigeren.
Samenvatting
Deze zaak draait om een geweigerde omgevingsvergunning voor een overkapping op een recreatiewoning op park Berkenrhode bij Wekerom. De eigenaar van het perceel had de vergunning aangevraagd om de overkapping te legaliseren, nadat het college een last onder dwangsom had opgelegd wegens strijd met het bestemmingsplan 'Natuurgebied Veluwe omgeving Roekelseweg 44-48 Wekerom'. Zowel de overkapping als een vrijstaande schuur overschrijden de in het bestemmingsplan toegestane maximale oppervlakte van 75 m² voor een recreatiewoonverblijf inclusief bijgebouwen, terwijl vrijstaande bijgebouwen geheel zijn verboden. Een eerste kwestie betreft het toepasselijke recht: omdat de omgevingsvergunningaanvraag op 27 juni 2022 is ingediend, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft op grond van artikel 4.3 aanhef en onder a van de Invoeringswet Omgevingswet de oude Wabo van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is geworden. Inhoudelijk staat de Afdeling bestuursrechtspraak voor de vraag of het college de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen weigeren. Het college heeft beleidsruimte bij de beslissing om al dan niet in afwijking van het bestemmingsplan een vergunning te verlenen en moet daarbij de betrokken belangen afwegen. De rechter toetst of het besluit in overeenstemming is met het recht en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn. Het college heeft de weigering gegrond op de aantasting van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van de bosrijke omgeving. Het argument van appellant dat de bouwwerken al bijna twintig jaar op het perceel staan, wordt door de Afdeling niet doorslaggevend geacht voor legalisatie. De schuur valt buiten de omvang van het geding omdat daarvoor geen vergunning is aangevraagd. Op basis van de beschikbare tekst lijkt de weigering van de omgevingsvergunning in stand te blijven.