Hoger beroep vreemdelingenbewaring ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:446, Raad van State, 29-01-2026, BRS.26.000020
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.
Kern van de zaak
Een appellant (vreemdeling) stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn vreemdelingenbewaring rechtmatig had geacht. Hij werd bijgestaan door een advocaat in Assen. De zaak betrof de rechtmatigheid van zijn bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen, en ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een individuele bewaringszaak die volledig volgens vaste jurisprudentie en op grond van het bestaande toetsingskader is afgedaan. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de verkorte motivering ex artikel 91 lid 2 Vw 2000 is standaard in dit soort zaken.
Belangrijkste punten
- 1De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank (overwegingen 6 en 9) volledig over.
- 2Het hogerberoepschrift bevat geen rechtsvragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden (art. 91 lid 2 Vw 2000).
- 3De Afdeling heeft ook ambtshalve geen aanleiding gevonden de bewaring onrechtmatig te achten.
- 4De verkorte motiveringsplicht van artikel 91 lid 2 Vw 2000 is toegepast, zodat nadere motivering achterwege blijft.
- 5De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak past binnen de vaste lijn van de Afdeling waarbij artikel 91 lid 2 Vw 2000 wordt toegepast bij hoger beroepen die geen rechtsvragen van algemeen belang bevatten. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.
Praktische impact
De vreemdeling blijft in bewaring en zijn hoger beroep heeft geen schorsende werking of ander rechtsgevolg dat zijn situatie wijzigt. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Onderwerp-impact
Voor vreemdelingen in bewaring bevestigt deze uitspraak dat het hoger beroepsfilter van artikel 91 lid 2 Vw 2000 een effectieve drempel vormt wanneer geen rechtsvragen van algemene betekenis worden opgeworpen.
Samenvatting
In deze zaak stelde een vreemdeling, bijgestaan door een advocaat in Assen, hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij betwistte de rechtmatigheid van zijn vreemdelingenbewaring, nadat de rechtbank zijn beroep daartegen eerder had verworpen. De juridische vraag betrof of de rechtbank terecht had geoordeeld dat de bewaring rechtmatig was en of de Afdeling aanleiding zag om hier anders over te oordelen. De Afdeling beantwoordt deze vraag ontkennend. Zij overweegt dat de rechtbank op goede gronden en met een deugdelijke motivering tot haar oordeel is gekomen, en neemt de desbetreffende overwegingen van de rechtbank (overwegingen 6 en 9) integraal over. Van een zelfstandige nadere motivering ziet de Afdeling af, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord dienen te worden. Hiermee past de Afdeling het zogeheten beoordelingsfilter van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 toe, dat een verkorte motiveringsplicht toestaat in zaken zonder rechtsvragen van algemeen belang. Daarnaast heeft de Afdeling ambtshalve beoordeeld of er redenen zijn om de bewaring alsnog onrechtmatig te achten. Ook hiervoor ziet zij geen aanknopingspunten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak heeft een beperkte precedentwerking en betreft een individuele toepassing van bestaand recht. Zij illustreert wel hoe het artikel 91 lid 2-filter in de vreemdelingenrechtpraktijk routinematig wordt toegepast om kansloze hoger beroepen snel af te doen.