JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4459Laag18/100

Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting hangende hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4459, Raad van State, 31-07-2026, BRS.26.003323

Raad van StateUitspraak: 31 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003323
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Proceskosten
Asiel
Voorlopige Voorziening
Uitzetting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 4 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang te verkrijgen, in afwachting van de beslissing op zijn hoger beroep in een asielprocedure.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst de uitzetting totdat op het hoger beroep is beslist. De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00. De doorslaggevende reden is dat de aangevoerde gronden voldoende aanleiding geven voor het treffen van een voorlopige voorziening conform vaste jurisprudentie (RvS 20 februari 2019).

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een standaard voorlopige voorzieningsbeslissing in een individuele asielzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is gebaseerd op gevestigde jurisprudentie en heeft geen precedentwerking buiten de zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort hangende hoger beroep
  • 2Verzoek om opvang en verstrekkingen maakt onderdeel uit van het verzoek
  • 3Toetsing conform vaste lijn RvS-uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:457
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld in proceskosten à € 934,00
  • 5Uitspraak is summier gemotiveerd; inhoudelijke beoordeling volgt in de hoofdzaak

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat de voorzieningenrechter van de Raad van State een uitzetting kan schorsen hangende hoger beroep wanneer de aangevoerde gronden daartoe aanleiding geven, zonder uitgebreide inhoudelijke motivering. De verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2019:457 benadrukt de gestandaardiseerde toetsingsmaatstaf.

Praktische impact

Verzoeker mag Nederland niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond, waarmee zijn verblijf en rechtspositie tijdelijk worden beschermd. De minister draagt de proceskosten van de juridische bijstand.

Onderwerp-impact

In asiel- en migratiezaken biedt dit type voorlopige voorziening vreemdelingen een effectief instrument om uitzetting tijdelijk te blokkeren gedurende lopende hogerberoepsprocedures.

Samenvatting

In deze procedure verzocht een vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening strekkende tot schorsing van zijn uitzetting en toekenning van opvang en verstrekkingen, in afwachting van de uitkomst van zijn hoger beroep. De minister van Asiel en Migratie had een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van verzoeker had gereageerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de aangevoerde gronden voldoende aanleiding geven om een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe verwijst hij naar de vaste jurisprudentielijn van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). Op grond hiervan wordt bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist. De inhoudelijke beoordeling van de asielprocedure blijft daarmee voorbehouden aan de behandeling van het hoger beroep. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 934,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is beknopt van motivering en volgt een gestandaardiseerd stramien dat in vergelijkbare voorzieningszaken door de Raad van State wordt gehanteerd. Voor verzoeker heeft de beslissing directe praktische betekenis: zijn verblijf in Nederland wordt beschermd zolang het hoger beroep loopt. De zaak illustreert het belang van het instrument van de voorlopige voorziening als tijdelijk rechtsbeschermingsmiddel in het vreemdelingenrecht, maar heeft geen zelfstandige precedentwerking of bredere rechtsontwikkeling tot gevolg.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1512

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

12/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1491

Hoge Raad: lagere rechter mag HR-rechtspraak volgen zonder prejudiciële vragen

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1519

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1511

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied