Beroep tegen wijzigingsplan Fort den Haak ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:4443, Raad van State, 29-07-2026, 202407670/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere het wijzigingsplan "Park Fort den Haak - wijzigingsplan Sport" vastgesteld. De Fort den Haakweg is de verbindingsweg tussen het dorp Vrouwenpolder en het strand. Het wijzigingsplan voorziet in een kwaliteitsverbetering van het sportcomplex aan het noordelijke deel van die weg. Onderdeel daarvan is de bouw van enkele nieuwe woningen. Er worden drie bouwmogelijkheden opgenomen voor vrijstaande woningen die worden georiënteerd op deze weg. [appellant] is eigenaar van de woningen aan de [locatie A] en [locatie B] (hierna: de woningen). Daarover is in de plantoelichting vermeld dat de bestaande 2-onder-1-kap woningen [locatie A] en [locatie B] in Vrouwenpolder in de toekomst wellicht worden gesloopt en vervangen door twee vrijstaande woningen. [appellant] betoogt dat het in deze zaak voorliggende wijzigingsplan voor de woningen ten onrechte niet voorziet in recreatieve verhuur aan derden.
Kern van de zaak
Een eigenaar van twee woningen aan de Fort den Haakweg in Vrouwenpolder (gemeente Veere) heeft beroep ingesteld tegen een wijzigingsplan dat voorziet in kwaliteitsverbetering van een sportcomplex en de bouw van drie vrijstaande woningen nabij zijn percelen.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. Doorslaggevend is dat het college bij de vaststelling van het wijzigingsplan voldoende heeft getoetst aan de wijzigingsvoorwaarden én aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening, zodat de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming als gegeven kon worden beschouwd.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een enkelvoudige kamer, past geheel binnen bestaand juridisch kader en heeft slechts lokale relevantie voor een kleinschalig wijzigingsplan; er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het ontwerpwijzigingsplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd (21 december 2023), blijft de Wet ruimtelijke ordening (oud recht) van toepassing.
- 2Bij een wijzigingsbevoegdheid mag de planologische aanvaardbaarheid in beginsel als gegeven worden beschouwd indien aan de wijzigingsvoorwaarden is voldaan.
- 3Het college heeft desondanks een zelfstandige plicht om te toetsen of wijziging vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening gerechtvaardigd is.
- 4Het wijzigingsplan voorziet in drie bouwmogelijkheden voor vrijstaande woningen georiënteerd op de Fort den Haakweg als onderdeel van een bredere kwaliteitsverbetering van een sportcomplex.
- 5Het beroep is ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten vergoed.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het geldende toetsingskader voor wijzigingsplannen onder de Wet ruimtelijke ordening en verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (artikel 4.6, derde lid). De uitkomst heeft geen richtinggevend karakter maar past binnen bestaande jurisprudentie.
Praktische impact
Voor appellant als aangrenzend eigenaar betekent de ongegrondverklaring dat het wijzigingsplan en daarmee de drie nieuwe bouwmogelijkheden voor vrijstaande woningen langs de Fort den Haakweg in stand blijven. Het sportcomplex kan worden gekwaliteitsverbeterd conform het plan.
Onderwerp-impact
Voor ruimtelijke-ordeningspraktijk bij sportcomplexen en kleinschalige woningbouw in dorpsrandgebieden bevestigt deze uitspraak dat overgangsrechtelijke keuzes rondom de inwerkingtreding van de Omgevingswet bepalend zijn voor het toepasselijke toetsingskader.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 juli 2026 betreft het beroep van een eigenaar van twee woningen aan de Fort den Haakweg in Vrouwenpolder tegen een wijzigingsplan van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere. Het wijzigingsplan 'Park Fort den Haak' voorziet in een kwaliteitsverbetering van een sportcomplex aan het noordelijke deel van de Fort den Haakweg, inclusief drie nieuwe bouwmogelijkheden voor vrijstaande woningen georiënteerd op die weg. Appellant is als aangrenzend eigenaar van percelen aan die weg betrokken bij de procedure. Een eerste procedurele kwestie betreft het toepasselijke recht. Omdat het ontwerpwijzigingsplan op 21 december 2023 ter inzage is gelegd — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing totdat het wijzigingsplan onherroepelijk is. Inhoudelijk toetst de Afdeling aan het vaste toetsingskader voor wijzigingsplannen: wanneer een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid bevat, mag de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming in beginsel als gegeven worden beschouwd zodra aan de gestelde wijzigingsvoorwaarden is voldaan. Dit laat echter onverlet dat het college ook zelfstandig moet beoordelen of de wijziging uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op alle betrokken belangen, gerechtvaardigd is. De Afdeling oordeelt dat het college aan beide verplichtingen heeft voldaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak is gewezen door een enkelvoudige kamer en bevestigt de bestaande jurisprudentielijn zonder nieuwe rechtsregels te introduceren.