JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4418Laag12/100

Beroep tegen nieuwbouwwoning bij kapel in Schuinesloot ongegrond

ECLI:NL:RVS:2026:4418, Raad van State, 29-07-2026, 202404953/1/R3

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202404953/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Overgangsrecht Omgevingswet
Bestemmingsplan
Nieuwbouwwoning
Kapel Herbestemming
Parkeerterrein

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Hardenberg het bestemmingsplan "[locatie A], Schuinesloot" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om drie woningen te realiseren op het perceel [locatie A] en het daarnaast gelegen nog ongenummerde perceel in Schuinesloot. Twee woningen worden gerealiseerd in een bestaande kapel. Daarnaast voorziet het plan in de bouw van een vrijstaande nieuwbouwwoning naast de kapel op het huidige parkeerterrein. [partij] is initiatiefnemer van het plan. [appellante] woont op het aangrenzende perceel [locatie B] en kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan, voor zover dat de bouw van een nieuwe woning op het bestaande parkeerterrein bij de kapel mogelijk maakt.

Kern van de zaak

Een bewoonster van een aangrenzend perceel in Schuinesloot verzet zich tegen een bestemmingsplan dat de bouw van een vrijstaande nieuwbouwwoning op een parkeerterrein naast een kapel mogelijk maakt. De kapel wordt omgebouwd tot twee woningen; de derde woning is nieuwbouw. Appellante vreest nadelige gevolgen voor parkeren en bereikbaarheid.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De raad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan voldoende beleidsruimte om de betrokken belangen af te wegen, en de nadelige gevolgen zijn niet onevenredig bevonden in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een enkelvoudige kamer-uitspraak over een specifiek lokaal bestemmingsplan zonder precedentwerking; de uitkomst bevestigt bestaande jurisprudentielijnen zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden.

Belangrijkste punten

  • 1Op deze procedure blijft oud recht (Wet ruimtelijke ordening) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd (overgangsrecht Invoeringswet Omgevingswet).
  • 2Het plan maakt drie woningen mogelijk: twee in een bestaande kapel en één nieuwbouwwoning op het huidige parkeerterrein.
  • 3Appellante woont op het aangrenzende perceel en bestrijdt uitsluitend de nieuwbouwwoning op het parkeerterrein.
  • 4De Afdeling toetst marginaal: zij beoordeelt of het besluit in overeenstemming is met het recht, niet of het plan zelf de beste ruimtelijke ordening is.
  • 5De beroepsgronden over parkeren en bereikbaarheid zijn kennelijk niet toereikend bevonden om het besluit te vernietigen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en de marginale toetsing door de Afdeling bij bestemmingsplanbesluiten onder de Wet ruimtelijke ordening. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.

Praktische impact

De initiatiefnemer kan de nieuwbouwwoning op het voormalige parkeerterrein naast de kapel in Schuinesloot realiseren; het bestemmingsplan staat onherroepelijk vast voor dit onderdeel.

Onderwerp-impact

De herontwikkeling van een religieus erfgoedobject (kapel) naar woningen met bijbehorende nieuwbouw kan zonder verdere planologische belemmering doorgang vinden.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een beroep van een omwonende in Schuinesloot tegen het bestemmingsplan dat de gemeente heeft vastgesteld voor het perceel aan de [locatie A]. Het plan voorziet in de transformatie van een bestaande kapel naar twee woningen en de bouw van een vrijstaande nieuwbouwwoning op het aangrenzende parkeerterrein. De appellante, bewoonster van het naastgelegen perceel, kon zich uitsluitend niet verenigen met de nieuwbouwwoning op het parkeerterrein en voerde daartoe gronden aan over parkeren en bereikbaarheid. Vanwege het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet — het ontwerpplan lag ter inzage op 26 oktober 2023, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — beoordeelt de Afdeling de zaak volledig onder het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening. Dit overgangsregime geldt totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is. De Afdeling stelt voorop dat zij niet zelf beoordeelt of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Zij toetst marginaal: de raad beschikt over beleidsruimte bij het aanwijzen van bestemmingen en het afwegen van belangen. Slechts indien de nadelige gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen, kan het besluit worden vernietigd. De beroepsgronden van appellante — met name de bezwaren over het verloren gaan van het parkeerterrein en de bereikbaarheid van haar woning — hebben de Afdeling er niet van overtuigd dat de raad het plan niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en er worden geen proceskosten vergoed. Het bestemmingsplan staat daarmee onherroepelijk vast, en de initiatiefnemer kan de geplande woningbouw realiseren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410, Raad van State, 29-07-2026, 202501680/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4406Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4406, Raad van State, 29-07-2026, 202402336/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4419Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4404Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4404, Raad van State, 29-07-2026, 202407843/1/R3 en 202407846/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenMilieu
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied