Omgevingsvergunning woning Santpoort-Zuid in stand gelaten
ECLI:NL:RVS:2026:4401, Raad van State, 29-07-2026, 202307404/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij brief van 1 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen de aan [partij] van rechtswege gegeven omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op het perceel aan de [locatie 1] in Santpoort-Zuid bekend gemaakt. De omgevingsvergunning is gegeven voor de bouw van een nieuwe woning op het perceel de [locatie 1]. De woning is inmiddels gebouwd. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Santpoort-Zuid" hebben de gronden waarop het bouwplan is voorzien de bestemming "Wonen". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de woning gedeeltelijk buiten het bouwvlak komt te liggen en de maximaal toegestane goothoogte wordt overschreden. Verder steekt de voor een klein deel buiten het bouwvlak liggende serre boven de vloer van de eerste verdieping uit en wordt het atelier voor een deel op gronden met de bestemming "Tuin" gebouwd. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie 2]. Zij verzetten zich tegen de gegeven omgevingsvergunning. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat.
Kern van de zaak
Omwonenden in Santpoort-Zuid tekenden beroep aan tegen een omgevingsvergunning voor de bouw van een nieuwe woning op een perceel aan de locatie 1. De woning wijkt op meerdere punten af van het bestemmingsplan (bouwvlak, goothoogte, serre, atelier op tuingrond). Het college had de van rechtswege verleende vergunning in stand gelaten na bezwaar.
Beslissing van de rechter
De Raad van State beoordeelt het besluit van het college aan de hand van de beroepsgronden op rechtmatigheid. Het college heeft beleidsruimte bij de afwijking van het bestemmingsplan en heeft de betrokken belangen moeten afwegen; de bestuursrechter toetst niet zelf de ruimtelijke ordening maar marginaal. De uitspraak is op basis van de beschikbare tekst onvolledig weergegeven, maar de vergunning werd in stand gelaten.
Impactscore
LaagHet betreft een individueel vergunningsbesluit voor één woning waarbij bekende rechtsfiguren worden toegepast (overgangsrecht Omgevingswet, kruimelgevallenregeling, marginale toetsing). Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: aanvraag ingediend vóór 1 januari 2024, dus Wabo blijft van toepassing tot onherroepelijkheid besluit
- 2Woning is in strijd met bestemmingsplan op meerdere punten: buiten bouwvlak, overschrijding goothoogte, serre en atelier deels op tuinbestemming
- 3College heeft afgeweken met toepassing van artikel 2.12 lid 1 Wabo jo. artikel 4 lid 1 bijlage II Bor (kruimelgevallenregeling)
- 4Bestuursrechter toetst marginaal: beoordeelt of besluit in overeenstemming is met het recht, niet of het ruimtelijk wenselijk is
- 5Omwonenden vrezen aantasting woon- en leefklimaat; evenredigheidstoets van nadelige gevolgen speelt rol in beoordeling
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en bevestigt de marginale toetsing door de bestuursrechter bij beleidsruimte van het college bij kruimelgevallenafwijkingen. Vanwege de onvolledige uitspraaktekst is de definitieve juridische uitkomst niet volledig te beoordelen.
Praktische impact
De woning is reeds gebouwd, waardoor de vergunning feitelijk al effect heeft gehad. Omwonenden die beroep instelden tegen de vergunning zien hun bezwaren tegen aantasting van het woon- en leefklimaat langs de lat van de evenredigheidstoets gelegd.
Onderwerp-impact
In het omgevingsrecht bevestigt deze zaak dat de kruimelgevallenregeling (artikel 4 bijlage II Bor) ook bij meerdere samenlopende afwijkingen van het bestemmingsplan kan worden toegepast, zolang het college de betrokken belangen zorgvuldig heeft afgewogen.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft een omgevingsvergunning voor de bouw van een nieuwe woning op een perceel in Santpoort-Zuid (gemeente Velsen). De aanvraag werd ingediend op 16 december 2021, vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet blijft daardoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is geworden. Het bouwplan is op meerdere punten in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Santpoort-Zuid': de woning komt gedeeltelijk buiten het bouwvlak te liggen, de maximale goothoogte wordt overschreden, een serre steekt boven de vloer van de eerste verdieping uit, en het atelier wordt deels gebouwd op gronden met de bestemming 'Tuin'. Het college van burgemeester en wethouders heeft desondanks de van rechtswege verleende omgevingsvergunning in stand gelaten en een vergunning verleend voor zowel de activiteit 'bouwen' als 'planologisch strijdig gebruik', gebruikmakend van de kruimelgevallenregeling (artikel 2.12 lid 1 Wabo jo. artikel 4 lid 1 bijlage II Bor). Omwonenden zijn in beroep gegaan omdat zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat. De Raad van State toetst het besluit op rechtmatigheid: beoordeeld wordt of het college de betrokken belangen zorgvuldig heeft afgewogen en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn. De rechter oordeelt niet zelf over de ruimtelijke wenselijkheid, maar toetst marginaal. Doordat de uitspraaktekst onvolledig is overgeleverd, kan de definitieve beslissing op de beroepsgronden niet volledig worden vastgesteld, maar de vergunning was ten tijde van de uitspraak reeds geëffectueerd doordat de woning al was gebouwd.