JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4391Middel32/100

Raad van State beperkt inzage OM-advies wegens staatsveiligheid

ECLI:NL:RVS:2026:4391, Raad van State, 30-07-2026, 202302725/2/A3

Raad van StateUitspraak: 30 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202302725/2/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Openbaarmaking
Geheimhouding
Artikel 829 Awb
Staatsveiligheid
Landsadvocaat

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 10 maart 2023 in zaak nr. 22/1097. De minister voor Rechtsbescherming heeft de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk. Het betreft een advies van het Openbaar Ministerie. [appellant] heeft de minister verzocht om openbaarmaking van een aantal documenten over de landsadvocaat. De minister heeft dat verzoek afgewezen vanwege de veiligheid van de staat en omdat openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank heeft overwogen dat de minister dat mocht doen. [appellant] komt op tegen de uitspraak van de rechtbank. De minister heeft de documenten waarop het verzoek van [appellant] ziet aan de Afdeling toegestuurd. Voor deze documenten gaat de Afdeling er zonder verder onderzoek van uit dat alleen zij zelf kennisneemt van de stukken. Dat staat in artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026.

Kern van de zaak

Een appellant verzocht de minister om openbaarmaking van documenten over de landsadvocaat. De minister weigerde dit op grond van staatsveiligheid en privacy. In hoger beroep verzoekt de minister tevens de Afdeling te bepalen dat alleen zij kennis neemt van een advies van het Openbaar Ministerie.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek van de minister toe en bepaalt dat uitsluitend zij kennis neemt van het OM-advies. Het belang van de staatsveiligheid weegt zwaarder dan het belang van de appellant om gelijkelijk over de processtukken te beschikken.

32van 100

Impactscore

Middel

De beslissing betreft een procedurele tussenstap (artikel 8:29 Awb) in een individuele zaak en stelt geen nieuwe rechtsregels, maar is relevant als illustratie van de toepassing van geheimhouding wegens staatsveiligheid in openbaarmaakprocedures onder de nieuwe procesregeling van 2026.

Belangrijkste punten

  • 1Verzoek tot openbaarmaking van documenten over de landsadvocaat door appellant afgewezen door minister wegens staatsveiligheid en privacybelang
  • 2Minister verzoekt op grond van artikel 8:29 Awb beperkte kennisneming van OM-advies: uitsluitend door de Afdeling
  • 3Artikel 2.5.4 lid 5 Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026 bepaalt dat de Afdeling reeds voor andere overgezonden documenten als enige kennisneemt
  • 4De Afdeling weegt het beginsel van equality of arms af tegen het belang van staatsveiligheid, waarbij staatsveiligheid de doorslag geeft
  • 5Beperkte kennisneming gerechtvaardigd geoordeeld omdat inzage door appellant de veiligheid van de staat in gevaar zou kunnen brengen

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 8:29 Awb in combinatie met de nieuwe Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026, waarbij staatsveiligheid als zwaarwegend belang kennisneming door een procespartij volledig kan uitsluiten. Dit illustreert de grenzen van het beginsel van hoor en wederhoor in zaken met een staatsveiligheidscomponent.

Praktische impact

Appellant kan geen kennis nemen van het OM-advies waarop de minister zijn weigeringsbesluit mede baseert, wat zijn mogelijkheden om de motivering van de minister in hoger beroep inhoudelijk te betwisten beperkt. De hoofdzaak over de openbaarmaking van de documenten dient nog verder te worden behandeld.

Onderwerp-impact

In Woo-gerelateerde procedures waarbij staatsveiligheid in het geding is, bevestigt deze beslissing dat overheidsinstanties met succes volledige geheimhouding van onderliggende adviezen kunnen bewerkstelligen, ook richting de verzoekende partij zelf.

Samenvatting

In deze zaak had appellant de minister verzocht om openbaarmaking van een aantal documenten die betrekking hebben op de landsadvocaat. De minister weigerde dit verzoek op twee gronden: de veiligheid van de staat en het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank oordeelde eerder dat de minister deze weigering mocht handhaven. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het kader van dit hoger beroep zond de minister de betreffende documenten toe aan de Afdeling. Op grond van artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026 neemt de Afdeling van die stukken reeds zonder verder onderzoek als enige kennis. Daarnaast verzocht de minister de Afdeling op grond van artikel 8:29 Awb te bepalen dat ook van een advies van het Openbaar Ministerie uitsluitend de Afdeling kennis zou mogen nemen. Dit advies bevat informatie over de veiligheid van de staat en vormt tevens de motivering voor het ministeriële besluit. De rechtsvraag die de Afdeling diende te beantwoorden was of de beperkte kennisneming van het OM-advies gerechtvaardigd is. Bij die beoordeling speelt enerzijds het belang dat partijen gelijkelijk over relevante processtukken beschikken (equality of arms) en het belang van een zorgvuldige rechterlijke oordeelsvorming. Anderzijds staat daartegenover het risico dat kennisneming door appellant de veiligheid van de staat in gevaar brengt. Na kennisneming van het advies oordeelt de Afdeling dat het inderdaad informatie bevat die betrekking heeft op de staatsveiligheid. Het belang van staatsveiligheid weegt naar het oordeel van de Afdeling zwaarder dan het processuele belang van appellant bij inzage. De Afdeling wijst het verzoek van de minister dan ook toe en bepaalt dat uitsluitend zij kennis neemt van het OM-advies. De hoofdzaak over de rechtmatigheid van de weigering tot openbaarmaking dient nog te worden voortgezet.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
32van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied