Raad van State staat geheimhouding SIS II-gegevens toe
ECLI:NL:RVS:2026:4390, Raad van State, 30-07-2026, 202302723/2/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 10 maart 2023 in zaak nr. 20/1241. [appellant] heeft de korpschef verzocht om inzage in zijn gegevens. De korpschef heeft dat verzoek afgewezen. In het bijzonder wil [appellant] weten of zijn gegevens zijn opgenomen in het Schengen Informatiesysteem II of voorkomen in het Opsporingssysteem. De korpschef heeft dat verzoek afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat de korpschef dat mocht doen. [appellant] komt op tegen de uitspraak van de rechtbank. De korpschef heeft de documenten waar de gegevens in staan met een nadere motivering aan de Afdeling toegestuurd. Voor de documenten met gegevens die [appellant] wil inzien, gaat de Afdeling er zonder verder onderzoek van uit dat alleen zij zelf kennisneemt van de stukken. Dat staat in artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026.
Kern van de zaak
Een appellant verzocht de korpschef om inzage in zijn persoonsgegevens, in het bijzonder of hij voorkomt in het Schengen Informatiesysteem II (SIS II) of het Opsporingssysteem. De korpschef weigerde dit verzoek. De rechtbank bekrachtigde die weigering, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek van de korpschef toe om beperkte kennisneming van de stukken te rechtvaardigen, zodat uitsluitend de Afdeling zelf van de vertrouwelijke motivering kennis neemt. De doorslaggevende reden is dat openbaarmaking van de informatie aan appellant vóór de uitspraak op het hoger beroep het algemeen belang onevenredig zou schaden.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurebeslissing over geheimhouding van stukken ex artikel 8:29 Awb in een individuele zaak; er worden geen nieuwe rechtsregels geformuleerd en de hoofdzaak is nog niet inhoudelijk beslist.
Belangrijkste punten
- 1Appellant verzocht inzage in zijn gegevens in SIS II en het Opsporingssysteem op grond van zijn inzagerecht.
- 2De korpschef weigerde inzage en stuurde een vertrouwelijke nadere motivering aan de Afdeling op grond van artikel 8:29 Awb.
- 3Op grond van artikel 2.5.4 lid 5 Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026 neemt de Afdeling zonder nader onderzoek uitsluitend zelf kennis van dergelijke stukken.
- 4De Afdeling weegt het belang van hoor en wederhoor af tegen het algemeen belang bij geheimhouding van opsporingsinformatie.
- 5De Afdeling oordeelt dat beperkte kennisneming gerechtvaardigd is omdat voortijdige openbaarmaking het algemeen belang onevenredig kan schaden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van de artikel 8:29 Awb-procedure bij gevoelige opsporingsinformatie en illustreert hoe de nieuwe Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026 de geheimhoudingskamer bij de Raad van State inricht. Het vormt een procedurebeslissing die de hoofdzaak nog niet inhoudelijk beslist.
Praktische impact
Voor appellant betekent dit dat hij vooralsnog geen inzage krijgt in de vertrouwelijke motivering van de korpschef, waardoor zijn mogelijkheid om zich te verweren in de hoofdzaak beperkt blijft totdat de Afdeling inhoudelijk uitspraak doet.
Onderwerp-impact
In het kader van databescherming en toegang tot persoonsgegevens in opsporingssystemen bevestigt deze beslissing dat veiligheids- en opsporingsbelangen zwaar kunnen wegen bij de beoordeling van inzageverzoeken in SIS II-gegevens.
Samenvatting
In deze zaak heeft een appellant bij de korpschef verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens, met name om te weten te komen of hij voorkomt in het Schengen Informatiesysteem II (SIS II) of het Opsporingssysteem. De korpschef weigerde dit verzoek, een beslissing die door de rechtbank in eerste aanleg werd bekrachtigd. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het kader van dit hoger beroep stuurde de korpschef een vertrouwelijke nadere motivering van het besluit aan de Afdeling toe, vergezeld van een toelichting waarom deze stukken niet met appellant gedeeld mogen worden. De korpschef verzocht op grond van artikel 8:29 Awb om te bepalen dat uitsluitend de Afdeling van deze stukken kennis zou nemen. Als gewichtige reden voerde de korpschef aan dat openbaarmaking van de informatie aan appellant vóór de uitspraak op het hoger beroep het algemeen belang onevenredig zou schaden. De enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling heeft de vertrouwelijke stukken ingezien en getoetst of beperkte kennisneming gerechtvaardigd is. Daarbij weegt de Afdeling enerzijds het belang van gelijke informatietogang voor partijen en het beginsel van hoor en wederhoor af, en anderzijds het algemeen belang en mogelijke schade aan derden bij openbaarmaking van gevoelige opsporingsinformatie. De Afdeling stelt vast dat de stukken informatie bevatten over de redenen voor de weigering die bij voortijdige openbaarmaking het algemeen belang onevenredig zouden schaden. Op grond hiervan wijst de Afdeling het verzoek toe: alleen zij zelf neemt kennis van de vertrouwelijke stukken. Dit is een procedurebeslissing; de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep volgt nog.