Raad van State honoreert geheimhouding SIS II-gegevens korpschef
ECLI:NL:RVS:2026:4389, Raad van State, 30-07-2026, 202302722/2/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank OostBrabant van 10 maart 2023 in zaak nr. 20/1242. De korpschef van politie heeft de vertrouwelijke versie van twee gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft een vertrouwelijke toelichting op de aanvullende motivering en een aanvullende motivering van het besluit. [appellant] heeft de korpschef verzocht om inzage in zijn gegevens. In het bijzonder wil [appellant] weten of zijn gegevens zijn opgenomen in het Schengen Informatiesysteem II of voorkomen in het Opsporingssysteem. De korpschef heeft dat verzoek afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat de korpschef dat mocht doen. [appellant] komt op tegen de uitspraak van de rechtbank. De korpschef heeft de documenten waar de gegevens in staan met een nadere motivering aan de Afdeling toegestuurd. Voor de documenten met gegevens die [appellant] wil inzien, gaat de Afdeling er zonder verder onderzoek van uit dat alleen zij zelf kennisneemt van de stukken. Dat staat in artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026.
Kern van de zaak
Een appellant verzocht de korpschef om inzage in zijn persoonsgegevens, in het bijzonder of hij voorkomt in het Schengen Informatiesysteem II (SIS II) of het Opsporingssysteem. De korpschef weigerde dit verzoek. De rechtbank bevestigde die weigering, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek van de korpschef toe om beperkte kennisneming van de stukken te handhaven, zodat alleen de Afdeling zelf inzage heeft in de vertrouwelijke motivering. De doorslaggevende reden is dat de nadere motivering informatie bevat over de redenen van de weigering die niet vóór de uitspraak bij appellant bekend mag worden, omdat openbaarmaking het algemeen belang onevenredig zou schaden.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een procedurele tussenbeslissing over geheimhouding van stukken in een individuele zaak en stelt geen nieuwe rechtsregels; de toegepaste normen uit artikel 8:29 Awb zijn reeds gevestigd recht.
Belangrijkste punten
- 1De korpschef heeft de vertrouwelijke stukken met nadere motivering uitsluitend aan de Afdeling toegestuurd op grond van artikel 2.5.4, vijfde lid, Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026.
- 2De Afdeling toetst op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb of de beperkte kennisneming gerechtvaardigd is via een belangenafweging.
- 3Het belang van gelijkwaardige informatiepositie van partijen weegt mee, maar wordt in dit geval ondergeschikt bevonden aan het algemeen belang.
- 4De gewichtige redenen bestaan eruit dat openbaarmaking van de redenen voor weigering vóór de einduitspraak de integriteit van de procedure en het opsporingsbelang kan schaden.
- 5De beslissing is genomen door de enkelvoudige geheimhoudingskamer en betreft uitsluitend de procedurekwestie van kennisneming, niet de inhoudelijke beoordeling van het inzageverzoek.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de toepassing van artikel 8:29 Awb in combinatie met de nieuwe Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026, waarbij geheimhouding van opsporingsgerelateerde informatie ook in de hogerberoepsfase kan worden gehandhaafd. Dit bevestigt dat bestuursrechters in gevoelige opsporingszaken de belangen van openbaarheid kunnen laten wijken voor het algemeen belang.
Praktische impact
Voor appellant betekent dit dat hij ook in hoger beroep geen inzage krijgt in de motivering van de weigeringsbeslissing, wat zijn mogelijkheden om verweer te voeren beperkt. De korpschef kan de vertrouwelijkheid van SIS II-gerelateerde informatie gedurende de gehele procedure handhaven.
Onderwerp-impact
In de context van databescherming en overheidsinzageverzoeken bevestigt deze uitspraak dat opsporingssystemen zoals SIS II bijzondere bescherming genieten, waarbij zelfs de motivering van een weigeringsbeslissing vertrouwelijk kan blijven tegenover de verzoeker.
Samenvatting
In deze zaak heeft een appellant de korpschef verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens, waarbij hij specifiek wilde weten of zijn gegevens zijn opgenomen in het Schengen Informatiesysteem II (SIS II) of het Opsporingssysteem. De korpschef weigerde dit verzoek, een beslissing die de rechtbank in eerste aanleg bevestigde. In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de korpschef de onderliggende stukken — waaronder een nadere motivering van het weigeringsbesluit en een toelichting op de verzochte geheimhouding — uitsluitend aan de Afdeling doen toekomen, zonder deze aan appellant beschikbaar te stellen. De centrale juridische vraag in deze tussenbeslissing is of de beperkte kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is in de zin van artikel 8:29, derde lid, van de Awb. De Afdeling dient daarbij een belangenafweging te maken tussen het beginsel van gelijkwaardige informatiepositie van partijen enerzijds en het belang van bescherming van het algemeen belang anderzijds. Na kennisneming van de vertrouwelijke stukken oordeelt de Afdeling dat de beperkte kennisneming gerechtvaardigd is. De stukken bevatten informatie over de redenen waarom de korpschef het inzageverzoek heeft afgewezen. Openbaarmaking van die redenen aan appellant vóór de einduitspraak in het hoger beroep zou het opsporingsbelang en het algemeen belang onevenredig kunnen schaden. De enkelvoudige geheimhoudingskamer wijst het verzoek van de korpschef dan ook toe. De inhoudelijke beoordeling van het inzageverzoek zelf — en de vraag of de korpschef terecht heeft geweigerd — is in deze beslissing niet aan de orde; dat oordeel volgt in de hoofdprocedure.