JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4384Laag12/100

Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting hangende hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4384, Raad van State, 30-07-2026, BRS.26.003603

Raad van StateUitspraak: 30 juli 2026Publicatie: 28 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003603
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Asiel
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 19 juli 2023 en heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft bij de voorzieningenrechter van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd om niet te worden uitgezet voordat zijn hoger beroep is behandeld, en tevens om opvang en verstrekkingen te ontvangen.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist; de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00. Doorslaggevend is hetgeen is aangevoerd, in lijn met de vaste jurisprudentie van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2019:457).

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een standaard voorlopige voorziening in een individuele vreemdelingenzaak zonder nieuwe rechtsvragen; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de uitspraak volgt vaste Afdelingsjurisprudentie.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting geschorst tot uitspraak in hoger beroep
  • 2Verzoek om opvang en verstrekkingen is mede onderdeel van het verzoek
  • 3Toetsingscriterium gebaseerd op vaste Afdelingsjurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457)
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00 voor professionele rechtsbijstand
  • 5Uitspraak betreft een voorlopige maatregel; de bodemprocedure (hoger beroep) loopt nog

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Afdeling dat een voorlopige voorziening wordt getroffen wanneer hetgeen is aangevoerd daartoe aanleiding geeft, zonder verdere inhoudelijke motivering op dit moment. Dit is een routinematige toepassing van bestaande jurisprudentie.

Praktische impact

Verzoeker kan niet worden uitgezet zolang zijn hoger beroep loopt, wat hem de mogelijkheid geeft de bodemprocedure in Nederland af te wachten; de overheid draagt de proceskosten.

Onderwerp-impact

In het vreemdelingenrecht biedt deze uitspraak de betrokken vreemdeling tijdelijke rechtsbescherming tegen uitzetting; de uitkomst van het hoger beroep zal de definitieve verblijfspositie bepalen.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Hij verzocht te worden gevrijwaard van uitzetting totdat op zijn lopende hoger beroep zou zijn beslist, en bovendien aanspraak te maken op opvang en verstrekkingen gedurende die periode. De minister van Asiel en Migratie was de verwerende partij. De juridische vraag betrof of er voldoende grond aanwezig was om uitzetting hangende het hoger beroep te schorsen. De voorzieningenrechter overweegt kort maar doelgericht: gelet op hetgeen is aangevoerd, is er aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Hiermee sluit de rechter aan bij de vaste lijn van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), die als standaardreferentie geldt in dergelijke verzoeken. De voorzieningenrechter bepaalt vervolgens dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling in de hoofdzaak (het hoger beroep) uitspraak heeft gedaan. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak heeft een beperkte juridische reikwijdte: zij regelt uitsluitend een tijdelijke maatregel en laat de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep volledig open. Voor de verzoeker heeft de beslissing echter directe en ingrijpende praktische betekenis, omdat hij voorlopig rechtmatig in Nederland kan verblijven en niet gedwongen kan worden het land te verlaten hangende de procedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1512

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

12/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1491

Hoge Raad: lagere rechter mag HR-rechtspraak volgen zonder prejudiciële vragen

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1519

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1511

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied