JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4362Laag18/100

Uitzetting vreemdeling geschorst tijdens hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4362, Raad van State, 29-07-2026, BRS.26.003554

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 27 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003554
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting
Opvang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 10 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en heeft tegelijkertijd de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. Hij vroeg om niet te worden uitgezet en om opvang en verstrekkingen te krijgen zolang de hoger beroepsprocedure loopt.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten. De doorslaggevende reden is dat het aangevoerde aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening conform vaste jurisprudentie van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2019:457).

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een kortgeding-achtige voorzieningenprocedure zonder inhoudelijk oordeel over het hoger beroep. De uitspraak is zaakspecifiek, bevestigt bestaande vaste jurisprudentie en stelt geen nieuwe rechtsregels.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting geschorst tot beslissing op hoger beroep
  • 2Verzoek betreft zowel schorsing uitzetting als toekenning opvang en verstrekkingen
  • 3Beslissing gebaseerd op vaste lijn Afdeling bestuursrechtspraak (uitspraak 20 februari 2019)
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00
  • 5Inhoudelijke motivering ontbreekt grotendeels; uitkomst is kort gemotiveerd

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste praktijk van de Afdeling om in vreemdelingenzaken een voorlopige voorziening te treffen wanneer het aangevoerde daartoe aanleiding geeft, zonder uitgebreide inhoudelijke toetsing. De concrete rechtsvraag in het hoger beroep blijft onbeantwoord.

Praktische impact

De vreemdeling is beschermd tegen uitzetting totdat de Afdeling inhoudelijk heeft beslist op zijn hoger beroep, en heeft recht op proceskosten vergoeding. Zijn verzoek om opvang en verstrekkingen is meegenomen maar de uitkomst daarvan is niet expliciet vermeld in de beslissing.

Onderwerp-impact

In de asiel- en migratiesector bevestigt deze uitspraak dat de voorzieningenrechter een laagdrempelig vangnet biedt voor vreemdelingen met een lopend hoger beroep, waarmee uitzetting effectief tijdelijk kan worden tegengehouden.

Samenvatting

In deze procedure heeft een vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in het kader van een door hem ingesteld hoger beroep tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie. Het verzoek strekte er specifiek toe dat hij niet zou worden uitgezet zolang op het hoger beroep nog niet is beslist, en dat hij in de tussentijd recht zou hebben op opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen en bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling bestuursrechtspraak een inhoudelijke uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep. De motivering is beknopt: op grond van hetgeen is aangevoerd, is er aanleiding voor het treffen van de voorlopige voorziening, conform de vaste jurisprudentielijn van de Afdeling zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan professioneel verleende rechtsbijstand. De uitspraak is procedureel van aard en bevat geen inhoudelijk oordeel over de gegrondheid van het hoger beroep of de onderliggende asiel- of verblijfsrechtelijke beslissing. De juridische betekenis is dan ook beperkt: de uitspraak bevestigt bestaande praktijk en biedt de vreemdeling tijdelijke bescherming. Inhoudelijk blijft de rechtspositie van verzoeker afhankelijk van de nog te volgen uitspraak op het hoger beroep. Gelet op de summiere motivering en het ontbreken van een inhoudelijk oordeel is de bredere juridische impact van deze uitspraak gering.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1512

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

12/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1491

Hoge Raad: lagere rechter mag HR-rechtspraak volgen zonder prejudiciële vragen

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1519

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1511

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen