JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4356Laag12/100

Vreemdeling krijgt uitzettingsverbod in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4356, Raad van State, 29-07-2026, BRS.26.003734

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 27 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003734
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Asiel
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State verzocht een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen totdat op zijn hoger beroep is beslist. Hij verzocht tevens om opvang en verstrekkingen gedurende de procedure.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00. Doorslaggevend is de verwijzing naar de vaste lijn in de Afdelingsjurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457), op grond waarvan een voorlopige voorziening wordt getroffen gelet op wat is aangevoerd.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige voorlopige voorzieningsbeslissing op basis van vaste jurisprudentie zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de impact is beperkt tot de individuele zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort tot beslissing op hoger beroep
  • 2Grondslag: vaste Afdelingsjurisprudentie (RvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457)
  • 3Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00 (rechtsbijstand)
  • 4Uitspraak betreft uitsluitend de voorlopige voorziening; inhoud hoger beroep nog niet beoordeeld
  • 5Verzoek om opvang en verstrekkingen is meegenomen in het verzoek, maar de uitspraak is beperkt tot het uitzettingsverbod

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past de vaste lijn toe op grond waarvan een voorlopige voorziening wordt getroffen in vreemdelingenzaken hangende hoger beroep; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld. De beslissing is processueel van aard en bindt uitsluitend de partijen in dit geding.

Praktische impact

De vreemdeling kan voorlopig niet worden uitgezet en heeft daarmee de tijd om zijn hoger beroep inhoudelijk te laten beoordelen. De minister draagt de proceskosten van de rechtsbijstand.

Onderwerp-impact

In het vreemdelingenrechtdossier bevestigt deze uitspraak dat voorzieningenrechters bij voldoende aanknopingspunten bereid zijn uitzetting te schorsen hangende hoger beroep, wat relevant is voor asielzoekers en migranten in vergelijkbare situaties.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening te treffen. Hij had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing in zijn zaak en wilde voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op dat hoger beroep was beslist. Daarnaast verzocht hij om opvang en verstrekkingen gedurende de lopende procedure. De voorzieningenrechter overweegt kort en verwijst naar de vaste uitspraaklijn van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). Op grond van hetgeen door verzoeker is aangevoerd, acht de voorzieningenrechter het treffen van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd. De uitkomst is dat de minister van Asiel en Migratie wordt verboden de vreemdeling uit te zetten totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is beperkt tot de voorlopige voorzieningsprocedure en laat de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep onverlet. Er worden geen nieuwe rechtsnormen geïntroduceerd; de beslissing volgt een gevestigde lijn in het vreemdelingenrecht waarbij uitzetting wordt opgeschort wanneer daartoe aanleiding bestaat hangende een rechtsmiddel. De praktische betekenis voor de vreemdeling is aanzienlijk: hij behoudt voorlopig zijn verblijf in Nederland en wordt beschermd tegen uitzetting totdat zijn zaak inhoudelijk is beoordeeld. De juridische impact op het bredere recht is gering, nu het een enkelvoudige, procedurele beslissing in een individueel geval betreft.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1512

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

12/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1491

Hoge Raad: lagere rechter mag HR-rechtspraak volgen zonder prejudiciële vragen

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1519

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1511

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen