JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4337Laag28/100

Bewaring op grond van Opvangrichtlijn blijft rechtmatig

ECLI:NL:RVS:2026:4337, Raad van State, 29-07-2026, BRS.26.002994

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 24 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.26.002994
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Terugkeerrichtlijn
Vreemdelingenbewaring
Opvangrichtlijn
Aroja Arrest
Bewaringstermijn

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 22 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Kern van de zaak

Een vreemdeling in bewaring stelde in hoger beroep dat zijn bewaring onrechtmatig was, met een beroep op het HvJ-arrest Aroja (5 maart 2026) over overschrijding van maximale bewaringstermijnen. De bewaring was opgelegd op grond van de Opvangrichtlijn, niet de Terugkeerrichtlijn.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd. De doorslaggevende reden is dat het arrest Aroja uitsluitend betrekking heeft op bewaring op grond van artikel 15 Terugkeerrichtlijn, en dus niet van toepassing is op bewaring op grond van de Opvangrichtlijn.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een bevestiging van reeds gevormde rechtspraak (vgl. RvS 16 juli 2026) en heeft een vereenvoudigde afdoening gekregen op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000; de rechtsvraag was al uitgekristalliseerd.

Belangrijkste punten

  • 1HvJ-arrest Aroja (ECLI:EU:C:2026:148) ziet alleen op bewaringstermijnen onder de Terugkeerrichtlijn, niet op bewaring onder de Opvangrichtlijn
  • 2Overschrijding van maximale bewaringstermijnen speelt geen rol bij bewaring op grond van de Opvangrichtlijn
  • 3Afdeling verwijst naar eigen uitspraak van 16 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4092) als bevestiging van dit oordeel
  • 4Geen prejudiciële vragen gesteld aan HvJ, nu de rechtsvraag reeds beantwoord kan worden aan de hand van bestaande EU-rechtspraak (Cilfit, Consorzio, Remling)
  • 5Uitspraak behoeft geen nadere motivering op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000 (vereenvoudigde afdoening)

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de reikwijdte van het Aroja-arrest beperkt is tot de Terugkeerrichtlijn en niet doorwerkt naar bewaringszaken onder de Opvangrichtlijn, waarmee een duidelijke afbakening tussen beide richtlijnen wordt bevestigd.

Praktische impact

Vreemdelingen in bewaring op grond van de Opvangrichtlijn kunnen zich niet succesvol beroepen op overschrijding van maximale bewaringstermijnen zoals die gelden onder de Terugkeerrichtlijn; hun bewaring kan aldus niet op die grond onrechtmatig worden geacht.

Onderwerp-impact

Voor de uitvoeringspraktijk van vreemdelingenbewaring betekent dit dat de rechtsbasis van de bewaring (Terugkeerrichtlijn versus Opvangrichtlijn) bepalend is voor welke termijnregels van toepassing zijn.

Samenvatting

In deze zaak stelde een vreemdeling in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat zijn bewaring onrechtmatig was. Hij deed hierbij een beroep op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 maart 2026 in de zaak Aroja, waarin regels zijn gesteld over overschrijding van maximale bewaringstermijnen. De bewaring van appellant was echter niet gebaseerd op artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn, maar op de Opvangrichtlijn. De centrale juridische vraag was of het Aroja-arrest ook van toepassing is op bewaring die is gebaseerd op de Opvangrichtlijn. De Afdeling beantwoordt deze vraag ontkennend en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het Aroja-arrest ziet uitsluitend op de bewaringstermijnen uit de Terugkeerrichtlijn; een eventuele overschrijding van die termijnen speelt dan ook geen rol bij bewaring op grond van de Opvangrichtlijn. De Afdeling verwijst voor dit oordeel naar haar eigen uitspraak van 16 juli 2026 en past de vereenvoudigde motiveringsregel van artikel 91 lid 2 Vw 2000 toe, nu de zaak geen vragen oproept die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. Ook het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie acht de Afdeling niet noodzakelijk, omdat de rechtsvraag reeds beantwoord kan worden op basis van bestaande EU-rechtspraak, waaronder Cilfit, Consorzio Italian Management en het recente arrest Remling. Ambtshalve ziet de Afdeling evenmin reden om de bewaring onrechtmatig te achten. De uitspraak is van belang voor de afbakening tussen de Terugkeerrichtlijn en de Opvangrichtlijn in het vreemdelingenbewaringsrecht: de toepasselijke richtlijn bepaalt welk termijnenregime geldt, en argumenten ontleend aan de ene richtlijn kunnen niet zonder meer worden ingeroepen in zaken die onder de andere richtlijn vallen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied