ECLI:NL:RVS:2026:4304, Raad van State, 22-07-2026, 202502858/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 13.500,00. Bij een inspectie op 5 november 2022 hebben twee inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie geconstateerd dat een 12-jarig kind bij [appellante] arbeid verrichtte. Dat is een overtreding van artikel 3:2, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. De arbeidsinspecteurs hebben een verklaring van het kind afgenomen en de eigenaar van [appellante] bevolen de arbeid van het kind te staken. De inspecteurs hebben verder op basis van eigen waarnemingen en gesprekken met de vennoot en medewerkers van [appellante] geconstateerd dat [appellante] geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft bijgehouden. Dit is een overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Atw. De inspecteurs hebben op 15 september 2023 een boeterapport opgesteld. De boete is volgens de rechtbank ook terecht berekend aan de hand van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit 2013 en is niet onevenredig.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.