JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4292Laag18/100

Beroep tegen bestemmingsplan vrijstaande woning Ingen ongegrond

ECLI:NL:RVS:2026:4292, Raad van State, 22-07-2026, 202403858/1/R4

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202403858/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Woningbouw
Ruimtelijke Ordening
Ingen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In het besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Ingen, Nieuwe Weg ong." vastgesteld. Het plan maakt een vrijstaande woning mogelijk op het perceel aan de Nieuwe Weg in Ingen naast [locatie 1]. [partij] is de initiatiefnemer en mede-eigenaar van het perceel. [appellant] woonde aan de [locatie 2] in Ingen, gelegen tegenover het plangebied. [appellant] is het niet eens met de vaststelling van het plan. [appellant] voert aan dat het plan in strijd met het Woningprogramma 2020-2030 is vastgesteld. Volgens hem is de doelstelling voor het aantal nieuwe grondgebonden woningen in buurtschap Hoogkana al bereikt, waardoor er volgens het Woningprogramma geen ruimte is voor een extra woning op de planlocatie. Daarnaast voert [appellant] aan dat woningen onder het Woningprogramma uiterlijk in 2021 aangemeld hadden moeten worden, terwijl voor dit plan pas in november 2022 principe medewerking is verleend.

Kern van de zaak

Een omwonende aan de Nieuwe Weg in Ingen verzette zich tegen de vaststelling van een bestemmingsplan dat een vrijstaande woning op een naastgelegen perceel mogelijk maakt. Hij voerde onder meer aan dat het plan in strijd was met het gemeentelijk Woningprogramma 2020-2030, omdat de doelstelling voor nieuwe grondgebonden woningen in buurtschap Hoogkana al bereikt zou zijn.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte heeft en de betrokken belangen heeft afgewogen; de aangevoerde beroepsgronden geven geen aanleiding tot het oordeel dat het besluit in strijd is met het recht.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een enkelvoudige kameruitspraak over een relatief kleinschalig bestemmingsplan voor één woning, die geen nieuw recht stelt maar bestaande rechtspraak toepast. De uitkomst is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Op deze procedure is het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing (Wro), omdat het ontwerpplan op 29 november 2023 ter inzage is gelegd vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet.
  • 2Het bestemmingsplan maakt een vrijstaande woning mogelijk op een perceel aan de Nieuwe Weg in Ingen, naast een bestaand woonperceel.
  • 3Appellant stelde dat het plan in strijd was met het gemeentelijk Woningprogramma 2020-2030 omdat de woningbouwdoelstelling voor buurtschap Hoogkana reeds behaald was.
  • 4De Afdeling hanteert een terughoudende toets: zij beoordeelt of het besluit in overeenstemming is met het recht, niet of het plan optimaal ruimtelijk beleid vertegenwoordigt.
  • 5Het beroep is ongegrond verklaard; er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat gemeenteraden beleidsruimte hebben bij de vaststelling van bestemmingsplannen en dat strijdigheid met gemeentelijk woningprogrammabeleid op zichzelf niet zonder meer tot vernietiging leidt. De overgangsrechtelijke toepassing van de Wro op plannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage lag, wordt wederom bevestigd.

Praktische impact

Voor de initiatiefnemer en mede-eigenaar van het perceel betekent de uitspraak dat het bestemmingsplan onherroepelijk wordt en de bouw van de vrijstaande woning doorgang kan vinden. De appellant als omwonende heeft geen succesvol rechtsmiddel meer.

Onderwerp-impact

De uitspraak is relevant voor gemeenten en initiatiefnemers die te maken hebben met bestemmingsplannen vastgesteld onder de Wro kort vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en bevestigt dat woningprogramma's als beleidskader niet automatisch een harde planologische grens vormen.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 juli 2026 betreft een beroep van een omwonende uit Ingen tegen de vaststelling van een bestemmingsplan door de gemeenteraad. Het plan maakt de bouw van een vrijstaande woning mogelijk op een perceel aan de Nieuwe Weg in Ingen, naast een bestaand woonperceel. De initiatiefnemer en mede-eigenaar van het perceel is tevens partij in de procedure. Vanwege het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op deze zaak het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), van toepassing. Het ontwerpplan is immers op 29 november 2023 ter inzage gelegd, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De appellant voerde als belangrijkste beroepsgrond aan dat het plan in strijd is met het gemeentelijk Woningprogramma 2020-2030, omdat de doelstelling voor nieuwe grondgebonden woningen in buurtschap Hoogkana al bereikt zou zijn. De Afdeling toetst terughoudend: zij beoordeelt niet zelf of een plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar gaat na of het besluit in overeenstemming is met het recht en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte en dient de betrokken belangen af te wegen. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. De aangevoerde gronden zijn onvoldoende om te concluderen dat de raad het plan niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen of dat sprake is van strijd met het recht. Er worden geen proceskosten vergoed. Met deze uitspraak staat het bestemmingsplan onherroepelijk vast en kan de bouw van de woning worden gerealiseerd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied