Beroep tegen bestemmingsplan buitengebied Nunspeet ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:4289, Raad van State, 22-07-2026, 202305313/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In het besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan "Functieverandering omgeving Veelhorsterweg 21/23" vastgesteld. Het plan maakt met de bestemming "Wonen" mogelijk dat op een nu grotendeels onbebouwd perceel aan de westzijde van de Veelhorsterweg 21 en 23 in het buitengebied van Nunspeet een burgerwoning kan worden gerealiseerd. Ook staat het plan bijgebouwen toe bij de bestaande woning en de nieuwe woning, en voorziet het plan in een landschappelijk inrichtingsplan. [partij] is de initiatiefnemer van het plan en is bereid zijn gronden aan de Bovenweg te verkopen aan de gemeente als medewerking wordt verleend aan het plan. [appellant A] woont aan de [locatie 1]. [appellant B] woont aan de [locatie 2]. [appellanten] kunnen zich niet verenigen met het plan.
Kern van de zaak
Omwonenden aan de Veelhorsterweg in het buitengebied van Nunspeet (appellanten A en B) stelden beroep in tegen een bestemmingsplan dat realisatie van een nieuwe burgerwoning op een onbebouwd perceel mogelijk maakt. De initiatiefnemer had aangeboden zijn gronden aan de Bovenweg te verkopen aan de gemeente in ruil voor medewerking aan het plan.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De raad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan binnen zijn beleidsruimte gehandeld en de betrokken belangen op afdoende wijze afgewogen conform de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige kameruitspraak over een individueel bestemmingsplan zonder nieuwe rechtsvragen; de toepassing van het overgangsrecht en het toetsingskader zijn volledig conform vaste jurisprudentie.
Belangrijkste punten
- 1Op de procedure is het oude recht (Wet ruimtelijke ordening) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 (op 23 maart 2021) ter inzage is gelegd.
- 2Het plan maakt één nieuwe burgerwoning mogelijk op een grotendeels onbebouwd perceel in het buitengebied van Nunspeet, naast bijgebouwen en een landschappelijk inrichtingsplan.
- 3De Afdeling toetst niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt slechts of het besluit rechtmatig is.
- 4De beroepsgronden van appellanten, waaronder mogelijk procesorde-bezwaren, zijn niet gehonoreerd.
- 5Er worden geen proceskosten vergoed aan appellanten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: voor bestemmingsplannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, blijft de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Dit is een standaardtoepassing van het overgangsregime.
Praktische impact
De initiatiefnemer kan de nieuwe burgerwoning op het perceel aan de Veelhorsterweg realiseren; de bezwaren van de omwonenden zijn definitief van tafel en het bestemmingsplan kan onherroepelijk worden.
Onderwerp-impact
Voor ruimtelijke-ordeningsprojecten in het buitengebied bevestigt deze uitspraak dat gemeenteraden een ruime beleidsruimte hebben bij het toestaan van nieuwe woningen, ook wanneer omwonenden bezwaar maken.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een beroep van twee omwonenden (appellanten A en B) tegen een door de gemeenteraad van Nunspeet vastgesteld bestemmingsplan. Het plan maakt het mogelijk dat op een grotendeels onbebouwd perceel aan de westzijde van de Veelhorsterweg 21 en 23 in het buitengebied van Nunspeet een nieuwe burgerwoning wordt gebouwd. Tevens voorziet het plan in bijgebouwen bij de bestaande en de nieuwe woning, alsmede in een landschappelijk inrichtingsplan. De initiatiefnemer had aangeboden zijn gronden aan de Bovenweg te verkopen aan de gemeente indien medewerking werd verleend aan het plan. Appellanten, die beiden in de nabijheid wonen, konden zich niet verenigen met deze planontwikkeling en stelden beroep in bij de Raad van State. Een eerste rechtsvraag betrof het toepasselijk recht: omdat het ontwerpbestemmingsplan op 23 maart 2021 ter inzage is gelegd — dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is. De Afdeling toetst vervolgens of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht, waarbij de gemeenteraad beleidsruimte heeft en de betrokken belangen moet afwegen. De Afdeling concludeert dat de raad binnen die beleidsruimte is gebleven en de belangen correct heeft afgewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, zonder vergoeding van proceskosten. De uitspraak is inhoudelijk weinig verrassend en volgt vaste jurisprudentielijnen over de beleidsruimte van de gemeenteraad en de toepassing van het overgangsrecht van de Omgevingswet.