JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4279Laag28/100

Woningbouwplan Hoofddorp overeind bij Raad van State

ECLI:NL:RVS:2026:4279, Raad van State, 22-07-2026, 202406931/1/R1

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202406931/1/R1
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Woningbouw
Structuurvisie
Haarlemmermeer

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft het college voor het bestemmingsplan "Hoofddorp Hoofdweg 875" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Het plan maakt maximaal zeven woningen mogelijk op het perceel Hoofdweg 875 in Hoofddorp. Eén daarvan is een bestaande woning. De omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van zes woningen op dit perceel. ROW Vastgoed is initiatiefnemer van deze ontwikkeling. Het plan ligt binnen de geluidszone van de Hoofdweg oostzijde (N520) en de Hoofdweg westzijde. Bij één woning wordt de grenswaarde overschreden. Om dat toch mogelijk te maken heeft het college een hogere grenswaarde vastgesteld. De maatschap exploiteert een onderneming voor de teelt van snijbloemen en snijheesters op het perceel aan de [locatie] dat grenst aan het plangebied. De maatschap kan zich niet met het plan verenigen, omdat het volgens haar zal leiden tot een belemmering in haar bedrijfsvoering. [maat A] en [maat B] wonen ook aan de [locatie].

Kern van de zaak

Een maatschap en andere belanghebbenden konden zich niet vinden in het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan dat maximaal zeven woningen mogelijk maakt op het perceel Hoofdweg 875 in Hoofddorp. Zij voerden onder meer aan dat het plan in strijd is met de gemeentelijke Deelstructuurvisie en de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2024. De zaak werd beoordeeld onder het oude recht (Wro/Wabo), omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage was gelegd.

Beslissing van de rechter

De Raad van State heeft het betoog van de maatschap en anderen dat het plan in strijd is met de Deelstructuurvisie verworpen. De Afdeling oordeelde dat de raad voldoende heeft toegelicht waarom woningbouw op deze locatie gerechtvaardigd is, ook al is de locatie niet als ontwikkelgebied in de Deelstructuurvisie aangewezen; de beperkte omvang van de locatie ten opzichte van het abstractieniveau van de visie rechtvaardigt dit. Over de grond inzake de Omgevingsvisie 2024 is de uitspraak op basis van de beschikbare tekst niet volledig te beoordelen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past gevestigde rechtspraak toe over de niet-bindende aard van structuurvisies en het overgangsrecht van de Omgevingswet; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de zaak betreft een kleinschalige lokale woningbouwontwikkeling.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, blijft het oude recht (Wro/Wabo) van toepassing tot het plan onherroepelijk is.
  • 2De raad heeft beleidsruimte bij de vaststelling van een bestemmingsplan en hoeft niet te bewijzen dat het plan de beste keuze is, slechts dat het in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
  • 3Het ontbreken van de locatie in de Deelstructuurvisie levert geen strijd met die visie op, indien de raad de afwijking voldoende motiveert met een verwijzing naar het abstractieniveau van de visie.
  • 4Het plan maakt maximaal zeven woningen mogelijk, waarvan één een bestaande woning betreft, en een omgevingsvergunning is verleend voor de overige bebouwing.
  • 5De grond inzake de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2024 is in de beschikbare tekst niet volledig uitgewerkt; de uitkomst hiervan is op basis van de beschikbare fragmenten onzeker.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat gemeentelijke structuurvisies beleidsmatige documenten zijn zonder rechtstreeks bindende werking, en dat een afwijking daarvan door de raad afdoende gemotiveerd kan worden met een beroep op schaal- en abstractieverschillen. Het overgangsrechtelijk kader van de Invoeringswet Omgevingswet wordt opnieuw toegepast conform artikel 4.6, derde lid.

Praktische impact

Het woningbouwproject aan de Hoofdweg 875 in Hoofddorp kan doorgang vinden; de maatschap en omwonenden die bezwaar maakten worden in hun beroep op dit punt niet gevolgd en zullen rekening moeten houden met de realisatie van de zes nieuwe woningen.

Onderwerp-impact

Voor woningbouwontwikkelingen in de gemeente Haarlemmermeer bevestigt deze uitspraak dat een specifieke locatie niet in een deelstructuurvisie hoeft te zijn aangewezen om toch voor woningbouw in aanmerking te komen, mits de raad een deugdelijke motivering geeft.

Samenvatting

Deze zaak betreft een beroep bij de Raad van State tegen het bestemmingsplan voor het perceel Hoofdweg 875 in Hoofddorp, waarmee de gemeenteraad van Haarlemmermeer maximaal zeven woningen mogelijk heeft gemaakt. Eén woning was reeds aanwezig; voor de overige bebouwing was een omgevingsvergunning verleend op aanvraag van 28 december 2020. Een maatschap en andere belanghebbenden kwamen in beroep en voerden aan dat het plan in strijd is met de gemeentelijke Deelstructuurvisie en de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2024. Vanwege het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (artikel 4.6, derde lid) blijft op deze procedure het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing, omdat het ontwerpplan op 21 december 2023 ter inzage is gelegd. Dit betekent dat de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de toepasselijke kaders zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of het vaststellingsbesluit in overeenstemming is met het recht, waarbij de raad beleidsruimte heeft en de betrokken belangen moet afwegen. Ten aanzien van de Deelstructuurvisie oordeelt de Afdeling dat het ontbreken van de locatie in die visie geen strijd oplevert, omdat de raad afdoende heeft gemotiveerd dat de beperkte omvang van de locatie niet past binnen het hogere abstractieniveau van de visie. Een rechtstreekse binding aan de structuurvisie bestaat niet. Het betoog op dit punt slaagt niet. Over de grond betreffende de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2024 is de beschikbare tekst van de uitspraak onvolledig, zodat de uitkomst daarvan op basis van de gepubliceerde fragmenten niet met zekerheid kan worden vastgesteld. De uitspraak bevestigt de vaste bestuursrechtelijke lijn dat gemeentelijke beleidsvisies geen bindende rechtsnormen bevatten en dat een gemotiveerde afwijking door de raad door de rechter wordt gerespecteerd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286, Raad van State, 22-07-2026, 202504375/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4268Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2

Raad van State22 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4270Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4270, Raad van State, 22-07-2026, 202402337/1/R3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied