JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4276Laag22/100

Hoger beroep dakterras afgewezen, privacybezwaar buurman faalt

ECLI:NL:RVS:2026:4276, Raad van State, 22-07-2026, 202307801/1/R1

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202307801/1/R1
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Bestemmingsplan Afwijking
Dakterras
Privacy Inkijk
Beroepsgronden Hoger Beroep

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 september 2022 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Aalsmeer aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een aanbouw met dakterras en het plaatsen van een dakopbouw aan de [locatie] in Aalsmeer. [appellant] woont hiernaast en is het niet eens met dit dakterras, omdat dit volgens hem een onevenredige inbreuk op zijn privacy vormt. Vanaf het dakterras kun je namelijk zijn woning inkijken.

Kern van de zaak

Een buurman komt in hoger beroep op tegen een omgevingsvergunning die aan zijn buurvrouw is verleend voor een dakterras op een aanbouw. Hij stelt dat het dakterras een onevenredige inbreuk op zijn privacy vormt omdat er vanaf inkijk is in zijn woning. De zaak speelt onder het oude recht (vóór 1 januari 2024).

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Doorslaggevend is dat het college bij de belangenafweging beleidsruimte heeft en de bestuursrechter slechts toetst of het besluit kennelijk onredelijk is; nieuwe beroepsgronden die niet eerder in beroep zijn aangevoerd, zijn in hoger beroep niet toelaatbaar.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie over de toelaatbaarheid van nieuwe beroepsgronden in hoger beroep en de beleidsruimte van het college; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en het betreft een enkelvoudige kamer.

Belangrijkste punten

  • 1Op de zaak blijft het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing, ondanks de inwerkingtreding van de Omgevingswet per die datum.
  • 2In het omgevingsrecht kunnen beroepsgronden niet voor het eerst in hoger beroep worden aangevoerd, tenzij is uitgesloten dat andere belanghebbenden worden benadeeld.
  • 3Het college heeft bij de beoordeling of een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend beleidsruimte; de bestuursrechter toetst terughoudend.
  • 4De privacy-inbreuk door inkijk vanaf het dakterras wordt door de rechtbank en de Afdeling onvoldoende bevonden om de vergunningverlening onrechtmatig te achten.
  • 5Het verzoek om schadevergoeding van appellant wordt afgewezen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat nieuwe beroepsgronden in hoger beroep in het omgevingsrecht niet zijn toegestaan en dat de bestuursrechter de beleidsruimte van het college bij vergunningverlening in afwijking van het bestemmingsplan respecteert.

Praktische impact

Voor omwonenden betekent dit dat zij alle bezwaren tijdig en volledig in de beroepsprocedure bij de rechtbank naar voren moeten brengen; te laat ingebrachte gronden worden in hoger beroep buiten beschouwing gelaten.

Onderwerp-impact

In geschillen over vergunningen voor bouwwerken met mogelijke privacy-inbreuken geldt dat inkijk op zichzelf onvoldoende is om een vergunning te blokkeren; het college behoudt beoordelingsruimte bij de ruimtelijke afweging.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep van een omwonende tegen een door het college verleende omgevingsvergunning voor een dakterras op de aanbouw van de woning van zijn buurvrouw. Appellant stelde dat hij vanaf het dakterras in zijn woning kon worden ingekeken en dat dit een onevenredige inbreuk op zijn privacy opleverde. Op de zaak is het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing, nu de Omgevingswet weliswaar per die datum in werking is getreden, maar voor de beoordeling van dit hoger beroep het overgangsrecht geldt. De Raad van State laat een aantal door appellant in hoger beroep aangevoerde gronden — over afwijking van de aanvraag, het advies van de Welstandscommissie en de aanbouw — buiten inhoudelijke bespreking. In het omgevingsrecht geldt de regel dat nieuwe beroepsgronden niet voor het eerst in hoger beroep mogen worden ingebracht, tenzij is uitgesloten dat andere belanghebbenden daardoor worden benadeeld. Aan die uitzondering is niet voldaan. Voor de overige gronden sluit de Afdeling zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Zij benadrukt dat het college bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan een integrale belangenafweging verricht en beoordeelt of de aanvraag in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij geniet het college beleidsruimte. De bestuursrechter toetst terughoudend: niet of het college hetzelfde oordeel zou hebben geveld, maar of het besluit de grenzen van de redelijkheid overschrijdt. Dat de privacy van appellant enige beperking ondervindt, maakt de vergunningverlening niet onrechtmatig. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286, Raad van State, 22-07-2026, 202504375/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4268Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2

Raad van State22 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4270Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4270, Raad van State, 22-07-2026, 202402337/1/R3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied