Verzoek schorsing vergunning 6 extra appartementen afgewezen
ECLI:NL:RVS:2026:4257, Raad van State, 23-07-2026, 202503646/4/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 28 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente aan Plegt Bouw B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het toevoegen van zes extra appartementen aan een nog te bouwen appartementencomplex aan het Burgemeester de Beaufortplein 6, 10 en 11 in het centrum van Markelo. Op het perceel is het bestemmingsplan "Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11", vastgesteld op 13 april 2021, van toepassing. Het college heeft eerder een vergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex met 26 appartementen op het perceel. Plegt Bouw heeft op 13 oktober 2023 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend om zes appartementen extra toe te voegen aan dit appartementencomplex, zodat het appartementencomplex in totaal 32 appartementen krijgt.
Kern van de zaak
Plegt Bouw B.V. vroeg een omgevingsvergunning aan voor 6 extra appartementen bovenop een reeds vergund complex van 26 appartementen in Markelo. Omwonenden (verzoekers) verzochten de voorzieningenrechter van de Raad van State om de verleende vergunning te schorsen via een voorlopige voorziening.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening (schorsing van de vergunning) af. Er is onvoldoende aanleiding gevonden om de vergunning voor de 6 extra appartementen te schorsen, mede gelet op een eerder herstelbesluit waarmee het college de vergunning had gewijzigd en aangevuld.
Impactscore
LaagHet betreft een voorlopige voorzieninguitspraak zonder bindende werking in de bodemzaak, over een lokaal bouwproject met beperkte rechtsontwikkeling. De uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over overgangsrecht Omgevingswet en artikel 6:19 Awb.
Belangrijkste punten
- 1De aanvraag is ingediend op 13 oktober 2023, vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de Wabo (oud recht) van toepassing blijft op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet.
- 2Het college heeft een herstelbesluit genomen waarbij de vergunning voor 6 extra appartementen is gewijzigd en aangevuld; dit herstelbesluit wordt aangemerkt als besluit ex artikel 6:19 jo. 6:24 Awb.
- 3De voorzieningenrechter heeft in een eerdere uitspraak van 7 mei 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2622) al een oordeel gegeven, waarop het herstelbesluit kennelijk voortbouwt.
- 4De uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
- 5Parallel loopt een afzonderlijke procedure over de vergunning voor de 26 appartementen (zaak nr. 202503651/4/R3), waarin dezelfde dag ook uitspraak is gedaan.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepasselijkheid van het Wabo-overgangsrecht bij aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 en illustreert hoe herstelbesluiten via artikel 6:19 jo. 6:24 Awb in voorlopige voorzieningsprocedures worden betrokken. Het betreft een voorlopig oordeel zonder precedentwerking voor de bodemzaak.
Praktische impact
Plegt Bouw B.V. kan de bouw van de 6 extra appartementen vooralsnog voortzetten nu de schorsing is geweigerd. Omwonenden dienen de uitkomst van de bodemprocedure af te wachten om definitieve duidelijkheid te verkrijgen.
Onderwerp-impact
Voor projectontwikkelaars en gemeenten in de bouw- en vastgoedsector bevestigt deze uitspraak dat een deugdelijk herstelbesluit een stevige basis kan bieden om een schorsingverzoek te weerstaan, ook bij uitbreidingen van reeds vergunde bouwprojecten.
Samenvatting
Deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van State betreft een verzoek om voorlopige voorziening (schorsing) van een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een appartementencomplex in Markelo. Plegt Bouw B.V. had op 13 oktober 2023 een aanvraag ingediend om zes appartementen toe te voegen aan een reeds vergund complex van 26 appartementen, zodat het totaal op 32 appartementen zou komen. Omwonenden maakten bezwaar en verzochten de rechter de vergunning te schorsen in afwachting van de bodemprocedure. Een eerste juridische vraag betrof het toepasselijke recht: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet de oude Wabo van toepassing. Dit is vaste rechtspraak en gaf in deze zaak geen aanleiding voor discussie. Het college van burgemeester en wethouders had na een eerdere tussenuitspraak van 7 mei 2026 een herstelbesluit genomen, waarmee de vergunning werd gewijzigd en aangevuld. De voorzieningenrechter heeft dit herstelbesluit betrokken in de procedure via artikel 6:19 jo. 6:24 Awb. Na weging van de argumenten concludeert de voorzieningenrechter dat er onvoldoende grond bestaat om de vergunning te schorsen. Het verzoek wordt afgewezen en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak heeft uitdrukkelijk een voorlopig karakter en bindt de rechter in de bodemprocedure niet. Parallel aan deze zaak loopt een procedure over de vergunning voor de 26 reeds vergunde appartementen, waarover dezelfde dag eveneens uitspraak is gedaan. Voor de praktijk betekent de afwijzing dat de bouwwerkzaamheden voor de uitbreiding hangende de bodemprocedure kunnen worden voortgezet.