JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4112Hoog58/100

Natuurvergunning Falk geweigerd: geen geldige referentiesituatie stikstof

ECLI:NL:RVS:2026:4112, Raad van State, 15-07-2026, 202303370/1/R2

Raad van StateUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202303370/1/R2
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Energie
Stikstof
Natura 2000
Natuurvergunning
Habitatrichtlijn
Referentiesituatie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluiten van 25 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvragen voor vergunningen op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de bedrijfsactiviteiten van Falk aan de Neonstraat 23 en Neonstraat 33 in Ede afgewezen. Falk exploiteert op het bedrijventerrein Kievitsmeent in Ede een bedrijf dat geïsoleerde sandwichpanelen produceert voor toepassing op daken, wanden en gevels. De productie vindt plaats op de percelen Neonstraat 23 (lijn1) en Neonstraat 33 (lijn 2). De bedrijfslocaties liggen op ongeveer 3,7 en 3,3 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwe. Falk heeft op 26 september 2019 afzonderlijke aanvragen gedaan voor een natuurvergunning voor haar bedrijfslocaties. Bij de aanvragen heeft Falk stikstofberekeningen overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat de stikstofdepositie van de bedrijfsactiviteiten niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie ontleent Falk aan het agrarisch grondgebruik van de gronden - het bemesten - dat was toegestaan voordat de gronden een bedrijfsbestemming kregen. Het college stelt zich op het standpunt dat Falk geen referentiesituatie kan ontlenen aan het voormalige agrarische grondgebruik.

Kern van de zaak

Falk, producent van sandwichpanelen in Ede, vroeg in 2019 natuurvergunningen aan voor twee bedrijfslocaties nabij Natura 2000-gebied Veluwe. Falk beriep zich op agrarisch grondgebruik (bemesting) als referentiesituatie om aan te tonen dat de stikstofdepositie niet toeneemt. Het college weigerde de vergunningen omdat die referentiesituatie niet geldig zou zijn.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep over de geweigerde natuurvergunningen voor Falk. Het college weigerde terecht de vergunningen omdat Falk geen geldige referentiesituatie kan ontlenen aan gestaakt agrarisch grondgebruik waarvan de toestemming inmiddels is gewijzigd, zodat een passende beoordeling op grond van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn vereist is.

58van 100

Impactscore

Hoog

De uitspraak van de Raad van State verduidelijkt een veelvoorkomende praktijkvraag rond referentiesituaties en intern salderen bij stikstof, met directe gevolgen voor veel bedrijven op voormalige agrarische gronden nabij Natura 2000-gebieden. Het is geen fundamenteel nieuwe rechtsregel maar heeft brede praktische reikwijdte.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht: aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 vallen onder de oude Wet natuurbescherming (Wnb), niet onder de Omgevingswet.
  • 2Falk kon geen referentiesituatie ontlenen aan voormalig agrarisch grondgebruik, omdat die activiteiten zijn gestaakt en de toestemming daarvoor is gewijzigd.
  • 3Zonder geldige referentiesituatie moet Falk de gevolgen van haar bedrijfsactiviteiten voor Natura 2000-gebied Veluwe volledig onderzoeken (passende beoordeling).
  • 4Artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn vereist een passende beoordeling voor nieuwe activiteiten die nog niet eerder als zodanig zijn beoordeeld.
  • 5Falk betoogt tevens dat het college had moeten beoordelen of de activiteiten in combinatie met andere plannen en projecten significante gevolgen hebben (cumulatieve beoordeling).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat voor stikstofgerelateerde referentiesituaties gestaakt agrarisch grondgebruik met gewijzigde toestemming niet meer als vergelijkingsbasis kan dienen, wat aansluit bij eerdere jurisprudentie over de grenzen van intern salderen. De verplichting tot een volledige passende beoordeling ex artikel 6, derde lid, Habitatrichtlijn bij nieuwe bedrijfsaanvragen wordt hiermee bekrachtigd.

Praktische impact

Falk kan haar productielocaties op de Neonstraat in Ede niet exploiteren zonder eerst een deugdelijke passende beoordeling van de stikstofgevolgen voor de Veluwe te laten uitvoeren, wat aanzienlijke kosten en vertraging meebrengt. Andere bedrijven op voormalige agrarische gronden worden eveneens geconfronteerd met de onmogelijkheid om historisch agrarisch gebruik als referentie in te zetten.

Onderwerp-impact

Voor industriële bedrijven nabij Natura 2000-gebieden betekent deze uitspraak dat de stikstofruimte van voormalig agrarisch grondgebruik niet automatisch overdraagbaar is naar een nieuwe bestemming, hetgeen de vergunbaarheid van bedrijventerreinontwikkelingen op dergelijke locaties verder bemoeilijkt.

Samenvatting

Falk exploiteert op bedrijventerrein Kievitsmeent in Ede twee productielijnen voor geïsoleerde sandwichpanelen, gelegen op circa 3,3 tot 3,7 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwe. In september 2019 diende Falk afzonderlijke aanvragen in voor natuurvergunningen op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Ter onderbouwing dat de stikstofdepositie niet zou toenemen, beriep Falk zich op de referentiesituatie van het vroegere agrarische grondgebruik — met name het bemesten van de gronden — dat was toegestaan voordat de percelen een bedrijfsbestemming kregen. Het college weigerde beide vergunningen. Naar het oordeel van het college kan Falk geen referentiesituatie ontlenen aan het voormalige agrarisch gebruik, omdat die activiteiten inmiddels zijn gestaakt en de toestemming daarvoor is gewijzigd. Hervatting van die activiteiten zou zelf een nieuwe natuurvergunning vereisen. Zonder geldige referentiesituatie bestaat er geen basis voor intern salderen, en zijn de gevolgen van de bedrijfsactiviteiten voor Natura 2000-gebieden niet onderzocht. De Raad van State overweegt dat de aanvragen zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, zodat op grond van het overgangsrecht de Wnb van toepassing blijft. De centrale juridische vraag betreft de geldigheid van de door Falk gehanteerde referentiesituatie en de vraag of een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn vereist is. De Raad van State bevestigt dat bij nieuwe bedrijfsaanvragen die nog niet eerder passend zijn beoordeeld, een volledige toets op grond van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn verplicht is. Bovendien had het college volgens Falk ook de cumulatieve effecten in combinatie met andere plannen en projecten moeten betrekken in zijn beoordeling, wat de Raad van State eveneens beoordeelt. De uitspraak heeft brede betekenis voor bedrijven op voormalige agrarische gronden nabij Natura 2000-gebieden die tevergeefs proberen stikstofruimte te 'erven' van het vroegere agrarische gebruik.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600, Raad van State, 05-08-2026, 202407120/1/A3

Raad van State5 aug 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4591Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4591, Raad van State, 05-08-2026, 202403948/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4609Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4609, Raad van State, 05-08-2026, 202404306/1/R4.

Raad van State5 aug 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4455Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4455, Raad van State, 05-08-2026, 202301742/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied