JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4111Middel38/100

Raad van State: Bibob-weigering omgevingsvergunning Breda terecht

ECLI:NL:RVS:2026:4111, Raad van State, 15-07-2026, 202204823/1/A3

Raad van StateUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202204823/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Omgevingsvergunning
Raad Van State
Bibob
Vergunningweigering
Witwassen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda de aanvraag van Stichting Nahuys voor een omgevingsvergunning voor het pand aan de Visserstraat 1a afgewezen. [bestuurder] is enig bestuurder van Stichting Nahuys. Stichting Nahuys is eigenaar van het perceel aan de Visserstraat 1a in Breda. Toezichthouders van het college hebben op 13 juni 2019 in het pand bouwwerkzaamheden waargenomen. Voor deze werkzaamheden was geen omgevingsvergunning verleend en het college heeft de werkzaamheden daarom stilgelegd. Op 11 juli 2019 heeft Stichting Nahuys een omgevingsvergunning aangevraagd voor werkzaamheden aan het pand aan de Visserstraat 1a. Het college heeft de aanvraag aangehouden en een toets op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) laten uitvoeren. Het Landelijk Bureau Bibob (LBB) heeft op 6 december 2019 een Bibob-advies aan het college toegestuurd. Aan het advies van 6 december 2019 is ook een eerder Bibob-advies van 25 oktober 2019 ten grondslag gelegd. In de adviezen concludeert het LBB dat het ernstige vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de omgevingsvergunning valsheid in geschrift is gepleegd en ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen, op geld waardeerbare, voordelen te benutten (artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet Bibob; de a-grond) en om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b; de b-grond). Op basis van deze adviezen heeft het college de omgevingsvergunning geweigerd.

Kern van de zaak

Stichting Nahuys vroeg een omgevingsvergunning aan voor werkzaamheden aan een pand in Breda, nadat toezichthouders in 2019 illegale bouwwerkzaamheden hadden stilgelegd. Het college weigerde de vergunning op basis van twee Bibob-adviezen die wezen op ernstig gevaar voor witwassen en het plegen van strafbare feiten. De stichting en het college procedeerden over de rechtmatigheid van die weigering en een afgewezen handhavingsverzoek.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep van het college gegrond en dat van Stichting Nahuys ongegrond, en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover die het besluit van 22 juli 2020 had vernietigd. De doorslaggevende reden is dat de rechtbank ten onrechte de Bibob-weigering onrechtmatig had geoordeeld, terwijl de adviezen van het Landelijk Bureau Bibob een voldoende grondslag boden voor de weigering op zowel de a-grond (witwassen) als de b-grond (strafbare feiten).

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande Bibob-rechtspraak zonder nieuwe rechtsregels te stellen, maar heeft praktische betekenis voor toepassing van de Wet Bibob bij omgevingsvergunningen en de beperkte rechterlijke toetsing van LBB-adviezen.

Belangrijkste punten

  • 1Toezichthouders constateerden in juni 2019 illegale bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning in het pand aan de Visserstraat 1a te Breda.
  • 2Het Landelijk Bureau Bibob adviseerde op basis van twee adviezen (oktober en december 2019) dat ernstig gevaar bestond voor misbruik van de vergunning voor witwassen (a-grond) en het plegen van strafbare feiten (b-grond).
  • 3Het college weigerde de omgevingsvergunning op basis van de Wet Bibob; de rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dit ten onrechte onrechtmatig.
  • 4Het handhavingsverzoek van de stichting om zelf handhaving uit te lokken voor dakschade werd door het college afgewezen en dat bezwaar werd ongegrond verklaard.
  • 5De Raad van State herstelt het oordeel van het college en vernietigt het rechtbankvonnis dat een nieuwe beslissing op bezwaar had opgedragen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat Bibob-adviezen van het LBB een deugdelijke grondslag kunnen vormen voor weigering van een omgevingsvergunning, ook wanneer zowel de a-grond als de b-grond aan de weigering ten grondslag worden gelegd. Rechters dienen de inhoudelijke beoordeling van Bibob-adviezen terughoudend te toetsen.

Praktische impact

Stichting Nahuys krijgt de geweigerde omgevingsvergunning niet alsnog vergund en dient te blijven voldoen aan de beperkingen die voortvloeien uit de weigering; het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Onderwerp-impact

Voor eigenaren van vastgoed met een Bibob-verleden maakt deze uitspraak duidelijk dat een combinatie van a- en b-gronden in een Bibob-advies een robuuste basis vormt voor vergunningweigering, ook bij bouw- en verbouwprojecten.

Samenvatting

In deze zaak stond de weigering van een omgevingsvergunning centraal voor werkzaamheden aan een pand aan de Visserstraat 1a in Breda, eigendom van Stichting Nahuys. Na constatering van illegale bouwwerkzaamheden in juni 2019 vroeg de stichting een omgevingsvergunning aan. Het college van burgemeester en wethouders van Breda liet hierop een Bibob-toets uitvoeren. Het Landelijk Bureau Bibob concludeerde in twee adviezen dat er een ernstig vermoeden bestond van valsheid in geschrift bij de aanvraag, en dat ernstig gevaar bestond dat de vergunning zou worden gebruikt om witwasinkomsten te benutten (a-grond, artikel 3 lid 1 sub a Wet Bibob) en om strafbare feiten te plegen (b-grond, artikel 3 lid 1 sub b Wet Bibob). Op basis hiervan weigerde het college de vergunning. Naast deze weigering speelde ook een handhavingsverzoek van de stichting zelf: zij verzocht het college handhavend op te treden wegens de slechte staat van het dak, maar het college wees dit verzoek af omdat constructieve onveiligheid ontbrak en een tijdelijk zeil voldoende bescherming bood. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep tegen de vergunningweigering gegrond en droeg het college op een nieuw besluit te nemen. De Raad van State draait dit oordeel terug. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep van het college gegrond en dat van de stichting ongegrond, en vernietigt de uitspraak van de rechtbank op dit punt. De Bibob-adviezen boden een toereikende en rechtmatige grondslag voor de weigering. De uitspraak onderstreept het belang van de Wet Bibob als instrument om misbruik van vergunningen te voorkomen, en bevestigt dat de rechter Bibob-adviezen van het LBB slechts terughoudend mag toetsen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied