JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4087Laag18/100

Uitzetting geblokkeerd totdat hoger beroep is beslist

ECLI:NL:RVS:2026:4087, Raad van State, 16-07-2026, BRS.26.003248

Raad van StateUitspraak: 16 juli 2026Publicatie: 14 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003248
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting
Minister Asiel En Migratie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 21 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond, hem opgedragen om onmiddellijk te vertrekken en terug te keren naar Somalië en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft bij de voorzieningenrechter van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen zolang zijn hoger beroep nog loopt. De minister van Asiel en Migratie was de wederpartij.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe: verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van € 934,00. De doorslaggevende reden blijkt uit de verwijzing naar de vaste lijn van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2019:457), op grond waarvan toewijzing gerechtvaardigd is gelet op hetgeen is aangevoerd.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige toewijzing van een voorlopige voorziening op basis van vaste jurisprudentie, zonder inhoudelijk oordeel over de verblijfsrechtelijke positie van verzoeker. De uitspraak heeft geen precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort tot beslissing op hoger beroep
  • 2Grondslag: vaste jurisprudentie Afdeling bestuursrechtspraak (ECLI:NL:RVS:2019:457)
  • 3Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten ad € 934,00
  • 4Uitspraak betreft enkel een voorlopige maatregel, geen inhoudelijk oordeel over het hoger beroep
  • 5Uitspraak is summier gemotiveerd; inhoudelijke beoordeling volgt later in de hoofdzaak

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bestaande praktijk dat de voorzieningenrechter van de Afdeling uitzetting schorst in afwachting van een hoger beroep, conform de vaste lijn uit 2019. Er wordt geen nieuw rechtsprincipe gevestigd.

Praktische impact

Verzoeker heeft zekerheid dat hij niet wordt uitgezet zolang zijn hoger beroep aanhangig is, en ontvangt een proceskostenvergoeding. De minister dient de uitzetting op te schorten.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken biedt dit type voorlopige voorziening een tijdelijk maar cruciaal verblijfsrechtelijk beschermingsmechanisme voor personen die wachten op een inhoudelijke uitspraak.

Samenvatting

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 juli 2026 een voorlopige voorziening getroffen in een vreemdelingrechtelijke procedure. Verzoeker, die hoger beroep had ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie, verzocht de voorzieningenrechter om zijn uitzetting te blokkeren totdat op dat hoger beroep zou zijn beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek ingewilligd en bepaald dat verzoeker hangende het hoger beroep niet mag worden uitgezet. Als grondslag voor deze beslissing verwijst de voorzieningenrechter naar de vaste jurisprudentielijn van de Afdeling, neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), en overweegt dat toewijzing gerechtvaardigd is gelet op wat is aangevoerd. Een inhoudelijke beoordeling van de verblijfsrechtelijke positie van verzoeker blijft uitdrukkelijk voorbehouden aan de behandeling van het hoger beroep zelf. Naast de schorsing van de uitzetting is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, begroot op € 934,00, volledig toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak is in lijn met de gebruikelijke praktijk in vreemdelingenzaken, waarbij de voorzieningenrechter de uitzetting van een appellant schorst om te voorkomen dat een eventuele gunstige uitkomst in hoger beroep zijn effect verliest. De beslissing heeft geen bijzondere precedentwerking en is inhoudelijk sober gemotiveerd, hetgeen kenmerkend is voor dit type spoedprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 26 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied