JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4085Laag12/100

Uitzetting vreemdeling geschorst in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4085, Raad van State, 16-07-2026, BRS.26.003500

Raad van StateUitspraak: 16 juli 2026Publicatie: 14 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003500
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Proceskosten
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 4 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet wordt uitgezet zolang zijn hoger beroep nog loopt. Tevens vroeg hij om opvang en verstrekkingen gedurende die periode.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Doorslaggevend is wat door verzoeker is aangevoerd, waarbij de voorzieningenrechter verwijst naar vaste jurisprudentie (RvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457). De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige procedurele tussenbeslissing in een individuele vreemdelingenzaak, zonder nieuwe rechtsontwikkeling of precedentwerking. De uitkomst is sterk feitelijk en casuïstisch bepaald.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting geschorst totdat op hoger beroep is beslist
  • 2Verzoek om opvang en verstrekkingen was onderdeel van het verzoek, maar wordt niet expliciet apart gehonoreerd in de beslissing
  • 3De voorzieningenrechter verwijst naar de standaard-maatstaf uit ECLI:NL:RVS:2019:457 voor het treffen van een voorlopige voorziening in vreemdelingenzaken
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot betaling van € 934,00 proceskosten wegens professionele rechtsbijstand
  • 5De uitspraak is een procedurele tussenmaatregel; de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep volgt nog

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past binnen de vaste lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak inzake het treffen van voorlopige voorzieningen in vreemdelingenzaken en heeft geen zelfstandige rechtsontwikkelende werking. De verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2019:457 bevestigt de geldende maatstaf.

Praktische impact

De vreemdeling kan niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt, wat hem feitelijke bescherming biedt in de periode tot de inhoudelijke uitspraak. De minister draagt de proceskosten van € 934,00.

Onderwerp-impact

In de bredere context van asiel en migratie illustreert deze uitspraak dat de voorzieningenrechter bereid is uitzetting te schorsen op basis van hetgeen de vreemdeling aanvoert, zonder inhoudelijk te oordelen over de kans van slagen van het hoger beroep.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Hij had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en vroeg om schorsing van zijn uitzetting totdat op dat hoger beroep zou zijn beslist. Tevens verzocht hij om opvang en verstrekkingen gedurende de lopende procedure. De centrale juridische vraag was of de omstandigheden van het geval aanleiding gaven om een voorlopige voorziening te treffen in de zin van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter beoordeelde dit aan de hand van de maatstaf die de Afdeling heeft neergelegd in haar uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), die in dit soort vreemdelingenzaken als standaard geldt. Gelet op hetgeen door verzoeker is aangevoerd, achtte de voorzieningenrechter voldoende grond aanwezig om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De uitspraak bepaalt uitdrukkelijk dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister van Asiel en Migratie werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00, volledig toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak is een procedurele tussenmaatregel en doet geen inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit of de kans van slagen van het hoger beroep. De beslissing heeft dan ook een beperkte zelfstandige juridische betekenis en past volledig binnen de vaste lijn van de Afdeling. Voor de betrokken vreemdeling biedt de uitspraak wel directe en concrete bescherming tegen uitzetting.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 26 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen