Uitzetting vreemdeling geschorst hangende hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:4073, Raad van State, 16-07-2026, BRS.26.003078
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.
Kern van de zaak
Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en heeft tegelijk de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. Hij vroeg om niet te worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en om recht op opvang en verstrekkingen.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft de voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De doorslaggevende reden is dat het hoger beroep nader onderzoek vergt waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet goed leent, zodat de status quo wordt bewaard.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele tussenmaatregel in een individuele vreemdelingenzaak zonder nieuwe rechtsvragen of richtinggevende overwegingen; de uitkomst is sterk casuïstisch.
Belangrijkste punten
- 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort totdat hoger beroep is beslist
- 2Hoger beroep vereist nader onderzoek dat niet in kort geding kan plaatsvinden
- 3Over het verzoek om opvang en verstrekkingen wordt niet expliciet beslist in het dictum
- 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00 voor rechtsbijstand
- 5Uitspraak betreft een voorlopige maatregel; de bodemprocedure (hoger beroep) loopt nog
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de standaardtoepassing van de voorlopige voorziening in vreemdelingenzaken waarbij het spoedeisend belang (dreigende uitzetting) en de complexiteit van het hoger beroep samenvallen. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.
Praktische impact
De vreemdeling mag voorlopig in Nederland verblijven en kan niet worden uitgezet zolang de Afdeling bestuursrechtspraak nog geen uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep.
Onderwerp-impact
In asiel- en migratiezaken biedt dit type uitspraak bescherming tegen onomkeerbare gevolgen van uitzetting in de periode dat een hogerberoepsprocedure loopt.
Samenvatting
In deze zaak heeft een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en gelijktijdig een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het verzoek strekte ertoe dat hij niet zou worden uitgezet zolang op het hoger beroep nog niet was beslist, en dat hij aanspraak zou hebben op opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vergt waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet goed leent. Dit is de vaste grondslag waarop in spoedeisende vreemdelingenzaken een schorsing wordt getroffen: wanneer de bodemprocedure inhoudelijk complex is en de uitkomst onzeker, terwijl uitzetting onomkeerbare gevolgen zou hebben, prevaleert het belang bij behoud van de status quo. Op basis hiervan heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling in het hoger beroep heeft beslist. Over het verzoek om opvang en verstrekkingen bevat het dictum geen afzonderlijke beslissing. Daarnaast wordt de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak heeft een beperkt precedentkarakter: het betreft een standaard procedurele tussenmaatregel in een individuele zaak. Er worden geen nieuwe rechtsregels geformuleerd of fundamentele rechtsvragen beantwoord. De betekenis is vooral praktisch: de vreemdeling wordt beschermd tegen de onomkeerbare gevolgen van uitzetting in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep door de Afdeling.