JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4073Laag18/100

Uitzetting vreemdeling geschorst hangende hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4073, Raad van State, 16-07-2026, BRS.26.003078

Raad van StateUitspraak: 16 juli 2026Publicatie: 14 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003078
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting
Asiel En Migratie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en heeft tegelijk de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. Hij vroeg om niet te worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en om recht op opvang en verstrekkingen.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft de voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De doorslaggevende reden is dat het hoger beroep nader onderzoek vergt waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet goed leent, zodat de status quo wordt bewaard.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een procedurele tussenmaatregel in een individuele vreemdelingenzaak zonder nieuwe rechtsvragen of richtinggevende overwegingen; de uitkomst is sterk casuïstisch.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort totdat hoger beroep is beslist
  • 2Hoger beroep vereist nader onderzoek dat niet in kort geding kan plaatsvinden
  • 3Over het verzoek om opvang en verstrekkingen wordt niet expliciet beslist in het dictum
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00 voor rechtsbijstand
  • 5Uitspraak betreft een voorlopige maatregel; de bodemprocedure (hoger beroep) loopt nog

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert de standaardtoepassing van de voorlopige voorziening in vreemdelingenzaken waarbij het spoedeisend belang (dreigende uitzetting) en de complexiteit van het hoger beroep samenvallen. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.

Praktische impact

De vreemdeling mag voorlopig in Nederland verblijven en kan niet worden uitgezet zolang de Afdeling bestuursrechtspraak nog geen uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep.

Onderwerp-impact

In asiel- en migratiezaken biedt dit type uitspraak bescherming tegen onomkeerbare gevolgen van uitzetting in de periode dat een hogerberoepsprocedure loopt.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en gelijktijdig een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het verzoek strekte ertoe dat hij niet zou worden uitgezet zolang op het hoger beroep nog niet was beslist, en dat hij aanspraak zou hebben op opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vergt waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet goed leent. Dit is de vaste grondslag waarop in spoedeisende vreemdelingenzaken een schorsing wordt getroffen: wanneer de bodemprocedure inhoudelijk complex is en de uitkomst onzeker, terwijl uitzetting onomkeerbare gevolgen zou hebben, prevaleert het belang bij behoud van de status quo. Op basis hiervan heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling in het hoger beroep heeft beslist. Over het verzoek om opvang en verstrekkingen bevat het dictum geen afzonderlijke beslissing. Daarnaast wordt de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak heeft een beperkt precedentkarakter: het betreft een standaard procedurele tussenmaatregel in een individuele zaak. Er worden geen nieuwe rechtsregels geformuleerd of fundamentele rechtsvragen beantwoord. De betekenis is vooral praktisch: de vreemdeling wordt beschermd tegen de onomkeerbare gevolgen van uitzetting in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep door de Afdeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 26 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied