JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4072Middel38/100

Dwangsommen opgelegd voor permanente bewoning recreatiewoningen Oekraïners

ECLI:NL:RVS:2026:4072, Raad van State, 15-07-2026, 202601266/1/R1 en 202601266/3/R1

Raad van StateUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 14 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zaaknummer:202601266/1/R1 en 202601266/3/R1
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Dwangsom
Arbeidsmigranten
Recreatiewoningen
Permanente Bewoning
Omgevingsplan

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluiten van 5 juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan [verzoeker A] en [verzoeker B] lasten onder dwangsom opgelegd. De lasten houden in dat het gebruik van een aantal recreatiewoningen aan de Westerduinweg 34 in Sint Maartensvlotbrug voor bewoning door seizoenarbeiders moet worden beëindigd en beëindigd moet worden gehouden. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaren van recreatiewoningen op het Park Duinland aan de Westerduinweg 34 in Sint Maartensvlotbrug in de gemeente Schagen. Zij verhuren deze recreatiewoningen aan personen met een Oost-Europese nationaliteit die er wonen, onder wie 28 met de Oekraïense nationaliteit. De meeste van deze personen werken in de omgeving via onder meer uitzendbureaus. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben op de zitting erkend dat de permanente bewoning van hun recreatiewoningen niet is toegestaan, maar zij vrezen dat de Oekraïners dakloos worden als gevolg van de lasten onder dwangsommen. [verzoeker A] en [verzoeker B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat handhavend optreden niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Volgens hen mochten zij er gerechtvaardigd op vertrouwen dat er niet handhavend zou worden opgetreden tegen de permanente bewoning van Oekraïners in hun recreatiewoningen.

Kern van de zaak

Eigenaren van recreatiewoningen op Park Duinland in Sint Maartensvlotbrug verhuren hun woningen aan Oekraïense arbeidsmigranten als permanente woonruimte. Mede-eigenaren op het park dienden een handhavingsverzoek in bij de gemeente Schagen wegens overlast. Het college legde lasten onder dwangsom op aan de verhurende eigenaren.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter van de Raad van State doet onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak op grond van artikel 8:86, eerste lid, Awb omdat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling. De exacte uitkomst van de hoofdzaak is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de procedure betreft de rechtmatigheid van de opgelegde lasten onder dwangsom wegens strijdig gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak betreft een relatief veelvoorkomende handhavingskwestie rondom recreatiewoningen en arbeidsmigranten, maar heeft maatschappelijke relevantie door de combinatie met de Oekraïense vluchtelingenproblematiek en de overgangsproblematiek rond de Omgevingswet.

Belangrijkste punten

  • 1Recreatiewoningen op Park Duinland hebben bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1'; permanente bewoning is daarmee in strijd
  • 2Verhurende eigenaren erkennen zelf dat permanente bewoning niet is toegestaan
  • 3Het bestemmingsplan 'Buitengebied Zijp' maakt op grond van art. 4.6 lid 1 sub g Iw Ow deel uit van het tijdelijk omgevingsplan onder de Omgevingswet
  • 4Voorzieningenrechter past art. 8:86 Awb toe en doet direct uitspraak in de hoofdzaak
  • 5Verzoekers vrezen dakloosheid voor circa 28 Oekraïense bewoners als dwangsommen worden geëffectueerd

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert de toepassing van handhaving onder het omgevingsrecht bij strijdig gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning, inclusief de overgangsrechtelijke inpassing van oude bestemmingsplannen in het tijdelijk omgevingsplan. De toepassing van art. 8:86 Awb benadrukt dat rechters in spoedeisende gevallen direct in de hoofdzaak kunnen beslissen.

Praktische impact

Verhurende eigenaren van recreatiewoningen die arbeidsmigranten huisvesten als permanente bewoning riskeren handhaving via dwangsommen, ook wanneer de bewoners kwetsbaar zijn. De uitspraak onderstreept dat humanitaire omstandigheden de illegale bewoning juridisch niet rechtvaardigen.

Onderwerp-impact

Voor de huisvesting van arbeidsmigranten en Oekraïense ontheemden bevestigt deze zaak dat gemeenten handhavend kunnen optreden bij gebruik van recreatieverblijven als permanente woonruimte, zonder dat de kwetsbaarheid van bewoners een blokkade vormt.

Samenvatting

De zaak speelt op Park Duinland in Sint Maartensvlotbrug (gemeente Schagen), waar twee eigenaren van recreatiewoningen hun panden permanent verhuren aan Oost-Europese arbeidsmigranten, waaronder circa 28 personen met de Oekraïense nationaliteit. De betrokken woningen hebben op grond van het bestemmingsplan 'Buitengebied Zijp' de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1', waarmee permanente bewoning planologisch niet is toegestaan. Dit bestemmingsplan maakt op grond van de overgangsbepalingen van de Invoeringswet Omgevingswet deel uit van het tijdelijk omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet. Nadat mede-eigenaren op het park een handhavingsverzoek indienden bij het college van burgemeester en wethouders van Schagen — mede vanwege overlast — heeft het college lasten onder dwangsom opgelegd aan de verhurende eigenaren wegens overtreding van de gebruiksregels van het omgevingsplan. De eigenaren stellen beroep in en vragen een voorlopige voorziening, waarbij zij niet de illegale aard van de bewoning betwisten, maar vrezen dat handhaving zal leiden tot dakloosheid van de Oekraïense bewoners. De voorzieningenrechter van de Raad van State stelt vast dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling en past artikel 8:86, eerste lid, Awb toe om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. De volledige inhoudelijke beslissing is op basis van de beschikbare tekst niet kenbaar, maar de kernvraag betreft de rechtmatigheid van de handhaving. De zaak illustreert de spanning tussen bestuursrechtelijke handhaving van bestemmingsplanregels en de maatschappelijke realiteit van krapte op de arbeidsmigranten- en vluchtelingenhuisvesting, zonder dat humanitaire overwegingen de illegale bewoning juridisch kunnen rechtvaardigen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied