JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4063Laag15/100

Uitzetting vreemdeling geschorst in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4063, Raad van State, 15-07-2026, BRS.26.003491

Raad van StateUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 13 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003491
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Asiel
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en heeft tegelijk de voorzieningenrechter verzocht zijn uitzetting te schorsen en hem opvang en verstrekkingen te verlenen totdat op het hoger beroep is beslist.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00. De doorslaggevende reden blijkt uit de verwijzing naar vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457), waaruit volgt dat op grond van hetgeen is aangevoerd aanleiding bestaat de voorziening te treffen.

15van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een standaard procedurele tussenuitspraak in een individuele vreemdelingenzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst volgt rechtstreeks uit vaste jurisprudentie en heeft geen precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting geschorst totdat op hoger beroep is beslist
  • 2Verzoek om opvang en verstrekkingen is mede ingediend maar de uitspraak vermeldt geen expliciete beslissing daarover
  • 3Toepassing van vaste RvS-jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) als grondslag voor toewijzing
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot betaling van € 934,00 proceskosten
  • 5Uitspraak is beknopt en biedt weinig inzicht in de inhoudelijke argumenten die tot toewijzing leidden

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak een uitzetting schorst wanneer hoger beroep is ingesteld en daartoe voldoende aanleiding bestaat; er wordt geen nieuw rechtsbeginsel geformuleerd.

Praktische impact

De vreemdeling is voorlopig beschermd tegen uitzetting en heeft recht op vergoeding van zijn proceskosten; de minister moet de uitzettingsprocedure opschorten totdat de Afdeling in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken biedt de voorlopige voorziening een effectief instrument om dreigende uitzetting tijdelijk te voorkomen, wat de rechtspositie van asielzoekers en vreemdelingen hangende hoger beroep versterkt.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Concreet verzocht hij zijn uitzetting te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist, alsmede aanspraak te maken op opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om schorsing van de uitzetting toegewezen. Als grondslag verwijst de uitspraak naar de vaste Afdelingsjurisprudentie van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), waaruit volgt dat op grond van hetgeen is aangevoerd aanleiding bestaat de voorlopige voorziening te treffen. De uitspraak is uiterst beknopt en bevat geen nadere uiteenzetting van de inhoudelijke argumenten of de specifieke omstandigheden die tot toewijzing hebben geleid. Dit maakt een volledige beoordeling van de juridische motivering lastig. Wat betreft het verzoek om opvang en verstrekkingen bevat de beslissing geen expliciete toewijzing of afwijzing, hetgeen onduidelijkheid laat bestaan over de volledige reikwijdte van de getroffen voorziening. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan professioneel verleende rechtsbijstand. De uitspraak heeft een puur individueel karakter en stelt geen nieuwe rechtsregels. Zij bevestigt de bestaande praktijk dat de voorzieningenrechter bij voldoende aanleiding de uitzetting schorst in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep, teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 26 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied