JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4037Laag18/100

Uitzetting vreemdeling geschorst in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4037, Raad van State, 14-07-2026, BRS.26.003196

Raad van StateUitspraak: 14 juli 2026Publicatie: 10 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003196
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting
Asiel En Migratie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij niet wordt uitgezet voordat op zijn hoger beroep is beslist. Tevens verzocht hij om opvang en verstrekkingen tijdens de procedure.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,00. De doorslaggevende reden is gelegen in de aangevoerde gronden, beoordeeld conform de vaste lijn van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2019:457).

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een procedurele tussenbeslissing (voorlopige voorziening) op basis van reeds vaste rechtspraak, zonder nieuwe rechtsnormen of richtinggevende overwegingen; de inhoudelijke zaak moet nog worden beslist.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: schorsing van de uitzetting tot beslissing op hoger beroep
  • 2Vreemdeling verzocht ook om opvang en verstrekkingen gedurende de procedure
  • 3Toepassing van de vaste Afdelingsuitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457) als beoordelingskader
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand
  • 5Uitspraak is beperkt tot de voorlopige voorziening; de inhoudelijke beoordeling in hoger beroep volgt nog

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste praktijk van de voorzieningenrechter van de Afdeling om uitzetting te schorsen op basis van aangevoerde gronden in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep, conform de standaardlijn uit 2019. Er wordt geen nieuw recht gesteld.

Praktische impact

De vreemdeling wordt voorlopig beschermd tegen uitzetting en heeft recht op vergoeding van zijn proceskosten; de minister kan de uitzetting pas uitvoeren nadat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenrechtelijke procedures biedt dit type voorlopige voorziening een tijdelijke bescherming tegen uitzetting, wat relevant is voor asielzoekers en andere vreemdelingen die een inhoudelijk hoger beroep afwachten.

Samenvatting

Een vreemdeling heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet wordt uitgezet zolang zijn hoger beroep nog loopt. Tevens verzocht hij om opvang en verstrekkingen gedurende de lopende procedure. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld op basis van de vaste uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), die een standaard toetsingskader biedt voor dit soort verzoeken in vreemdelingenrechtelijke hoger beroepsprocedures. Gelet op de door verzoeker aangevoerde gronden heeft de voorzieningenrechter aanleiding gezien de voorlopige voorziening toe te wijzen. Bij wijze van voorlopige voorziening is bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot betaling van proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze uitspraak heeft een beperkte juridische reikwijdte: het is een voorlopige ordemaatregel die de status quo bewaart hangende de inhoudelijke beoordeling in hoger beroep. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gevestigd. Praktisch gezien is de uitkomst voor de vreemdeling van direct belang, nu hij beschermd is tegen uitzetting tot het moment dat de bodemzaak in hoger beroep is afgedaan. De minister dient de uitzettingsactiviteiten op te schorten. De uitspraak illustreert het standaardmechanisme in het Nederlandse vreemdelingenrecht waarbij een voorlopige voorziening wordt benut als instrument om irreversibele gevolgen te voorkomen in afwachting van een definitief oordeel.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 26 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen