JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3964Laag28/100

RvS wijst vergoeding misgelopen inkomsten mijnbouwschade af

ECLI:NL:RVS:2026:3964, Raad van State, 08-07-2026, 202500150/1/A2

Raad van StateUitspraak: 8 juli 2026Publicatie: 8 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500150/1/A2
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
Aansprakelijkheid
Energie
Groningen
Mijnbouwschade
Instituut Mijnbouwschade
Bijkomende Kosten
Bedrijfsschade

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten afgewezen voor zover het gaat om de tijd die gemoeid is met de afhandeling van de aanvraag, de misgelopen inkomsten uit eigen onderneming en de overige kosten voor onder meer papier en toners. [appellant] is door vererving sinds 2016 eigenaar van de twee-onder-een-kapwoning aan de [locatie] in Zuidbroek. [appellant] exploiteert met zijn [bedrijf] een elektrotechnisch installateurs- en reparateursbedrijf. Tijdens het opknappen van de woning voor verhuur heeft [appellant] mijnbouwschade aan de woning ontdekt. Hij heeft op 9 maart 2018 bij de voorganger van het Instituut, de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, een vergoeding voor de schade aan de woning aangevraagd. Verder heeft [appellant] op 30 september 2019 een overzicht van zijn onkosten met een totaalbedrag van € 30.480,00 overgelegd. Het Instituut heeft dit opgevat als een (afzonderlijke) aanvraag om vergoeding van de bijkomende kosten.

Kern van de zaak

Eigenaar van een woning in Zuidbroek ontdekte mijnbouwschade en vroeg bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen vergoeding aan voor fysieke schade én bijkomende kosten, waaronder misgelopen inkomsten uit zijn elektrotechnisch bedrijf, tijdsbesteding aan de schadeafhandeling en kantoorkosten zoals papier en toners. Het Instituut kende een deel toe maar weigerde vergoeding voor de gevorderde bedrijfsinkomsten en overige bijkomende kosten.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt (op basis van de beschikbare tekst) het oordeel van de rechtbank dat de aanvraag voor vergoeding van misgelopen bedrijfsinkomsten, tijdsbesteding onder werktijd en overige kantoorkosten is afgewezen. Doorslaggevend is dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de tijd besteed aan schadeafhandeling daadwerkelijk ten koste ging van zijn bedrijfsactiviteiten, en dat de toegekende overlastvergoeding de immateriële schade reeds afdoende dekt.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een individuele zaak met beperkte precedentwerking; de rechtsvraag over bewijslast bij bijkomende kosten in mijnbouwschadeprocedures is niet fundamenteel nieuw, maar heeft enige praktische betekenis voor vergelijkbare claimanten in het Groningse schadedossier.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant ontving reeds €2.625,26 voor fysieke schade en €10.916,80 aan bijkomende kosten, waaronder €1.000,00 overlastvergoeding.
  • 2Vergoeding van misgelopen inkomsten uit eigen onderneming werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaal verband tussen schadeafhandeling en bedrijfsschade.
  • 3Appellant maakte niet aannemelijk dat tijdsbesteding aan de schadeprocedure onder werktijd van het bedrijf viel.
  • 4De overlastvergoeding van €1.000,00 werd door de rechtbank toereikend geacht als vergoeding voor immateriële schade voortvloeiend uit de schadeafhandelingsprocedure.
  • 5Kosten voor kantoorbenodigdheden (papier, toners) en overige bijkomende kosten werden eveneens afgewezen als niet subsidiabel.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van bijkomende kostenvergoeding in het mijnbouwschadevergoedingsstelsel: misgelopen bedrijfsinkomsten komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien de appellant concreet en aannemelijk maakt dat de schadeafhandeling rechtstreeks ten koste ging van zijn bedrijfsvoering. De bewijslast rust zwaar op de aanvrager.

Praktische impact

Voor bewoners en eigenaren in het Groningse aardbevingsgebied betekent dit dat claims voor misgelopen bedrijfsinkomsten goed gedocumenteerd moeten worden met objectief verifieerbaar bewijs, zoals urenregistraties en financiële administratie die een directe koppeling aantonen tussen schadeafhandeling en omzetverlies.

Onderwerp-impact

In de context van mijnbouwschadeafhandeling beperkt deze uitspraak de mogelijkheid voor zelfstandige ondernemers om indirecte bedrijfsschade vergoed te krijgen via het Instituut Mijnbouwschade Groningen, tenzij zij sluitend bewijs leveren.

Samenvatting

Deze zaak draait om een eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning in Zuidbroek die de woning via vererving verkreeg in 2016. Tijdens renovatiewerkzaamheden ten behoeve van verhuur ontdekte hij mijnbouwschade en diende in 2018 een vergoedingsverzoek in bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, de voorganger van het huidige Instituut Mijnbouwschade Groningen. Naast een vergoeding voor fysieke schade van €2.625,26 claimde appellant een bedrag van €30.480,00 aan bijkomende kosten, waaronder misgelopen inkomsten uit zijn elektrotechnisch installateurs- en reparateursbedrijf, de tijd besteed aan de schadeprocedure en kleine kantoorkosten als papier en toners. Het Instituut kende in totaal €10.916,80 aan bijkomende kosten toe, inclusief een overlastvergoeding van €1.000,00, maar wees de resterende claims af. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de tijdsbesteding aan de schadeprocedure daadwerkelijk ten koste ging van zijn bedrijfsactiviteiten. Evenmin toonde hij aan dat hij door de werkzaamheden in verband met de schadeafhandeling in een nadeligere financiële positie was terechtgekomen. De overlastvergoeding werd door de rechtbank als toereikend beschouwd voor de immateriële schade als gevolg van de langdurige en belastende schadeprocedure. De Raad van State buigt zich in hoger beroep over deze kwestie. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de Raad het oordeel van de rechtbank te onderschrijven: de bewijslast voor het bestaan en de omvang van indirecte bedrijfsschade rust op de aanvrager, en zonder concreet en verifieerbaar bewijs van een causaal verband tussen de schadeafhandeling en daadwerkelijk gederfde bedrijfsinkomsten, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking binnen het mijnbouwschadevergoedingsstelsel.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied